Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
Leren onze leerlingen genoeg?

Leren onze leerlingen genoeg?

17 oktober 2008 - Leestijd 15 - 20 minuten

Kinderen gaan naar school om te leren. De school heeft de taak te zorgen dat zij zo veel mógelijk leren. Op Cluster 2–scholen is er vaak een heel goed pedagogisch klimaat. Kinderen voelen zich daardoor veilig om te communiceren en te groeien. De vraag is echter wel hoe effectief de scholen zijn in het bereiken van optimale leeropbrengsten. Is het leesonderwijs op de scholen bijvoorbeeld zó goed dat eventuele leesproblemen wel móeten voortvloeien uit kindkenmerken zelf? De scholen van Auris werken gericht aan het verbeteren van de leeropbrengsten. Marjan Bruins en Connie Fortgens doen verslag van de weg die Auris daarbij volgt.

page.header_image.alt

Foto Peter Strating

  1. Inhoud
  2. Inleiding

Inleiding

Inleiding

In 2006 besloot de Koninklijke Auris Groep om met haar tien SO-scholen de leeropbrengsten (zie kader 1) te verhogen. De verschillende activiteiten en projecten die in dit kader zijn uitgevoerd en nog gepland staan, zijn ondergebracht in het Programma Vergroting Leeropbrengsten.

Of leeropbrengsten omhoog gaan, is uiteraard alleen vast te stellen op basis van een zogenaamde nulmeting. De eerste insteek van het Programma was daarom een nulmeting van de (toen) huidige situatie op de tien Auris-SO-scholen. Die nulmeting bestond uit de volgende onderdelen:

  • een zelfevaluatie door de medewerkers;
  • een interne audit op alle SO-scholen ten aanzien van beleid en uitvoering van beleid op het gebied van planning van de onderwijstijd en effectieve leertijd (lesuitval, effectieve instructie en differentiatie in leertijd);
  • een meting van de effectieve lestijd in de klas;
  • een overzicht van toetsresultaten van leerlingen.

 De Auris-scholen zijn scholen voor leerlingen met spraaktaalproblemen en/of een auditieve beperking. Al deze leerlingen hebben moeite met het leren van het Nederlands. Veel leerlingen hebben bovendien problemen met het leren lezen. Een deel van hen leert naast het Nederlands een andere taal: de Nederlandse Gebarentaal. Met het Programma hebben we daadwerkelijke en essentiële veranderingen in de aanpak op de school en in de klas voor ogen. In overleg met de scholen is daarom besloten het Programma te richten op de vakgebieden Nederlandse taal, Nederlandse Gebarentaal en lezen. Daarbinnen is gekozen voor woordenschatontwikkeling, gebarenschatontwikkeling en technisch lezen omdat deze onderdelen makkelijk te toetsen zijn. Een bijkomend voordeel is, dat er met veranderingen in de aanpak op deze vakgebieden snelle successen te behalen zijn. Deze successen motiveren vervolgens alle betrokkenen bij de verbetering. Het onderdeel gebarenschatontwikkeling is verder nog niet uitgewerkt omdat een normgroep rond het toetsmoment ontbrak.

In dit artikel bespreken we de nulmeting van 2006, de eerste resultaten van het Programma en de aanpak van de scholen in de periode 2006-2008.