Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
Vroegbehandeling voor kinderen met ernstige spraak- en taalmoeilijkheden: doeltreffend of niet?

Vroegbehandeling voor kinderen met ernstige spraak- en taalmoeilijkheden: doeltreffend of niet?

9 augustus 2008 - Leestijd 10 - 20 minuten

Veel jonge kinderen met ernstige spraak- en taalmoeilijkheden krijgen intensieve therapie in de vorm van vroegbehandeling. In het kader van evidence based werken wordt steeds vaker gevraagd naar het effect van deze vorm van behandeling op de ontwikkeling van de betrokken kinderen. Binnen Viataal Centrum voor Gezinsbegeleiding zijn met het oog hierop de afgelopen vijf jaar (2002-2007, red.) data verzameld over de taalontwikkeling van de behandelde kinderen en over de betrokkenheid en tevredenheid van hun ouders.

page.header_image.alt

Foto: Viataal

Vroegbehandeling

Vroegbehandeling

Als een kind vroeg in het leven blijk geeft van een vertraagde taalverwerving, is er vaak sprake is van ernstige spraak- en taalmoeilijkheden. Behandeling is dan geïndiceerd. Over het algemeen worden kinderen in eerste instantie verwezen naar de logopedist voor individuele therapie. Soms maken kinderen met alleen logopedische behandeling te weinig vorderingen in hun taalontwikkeling. Dan kan vroegbehandeling geïndiceerd zijn. Vroegbehandeling is een veel intensievere vorm van therapie. Vroegbehandeling bestaat meestal uit drie componenten. Directe logopedische behandeling van de taalproblemen van het kind wordt gecombineerd met intensieve interactie in kleine groepjes peuters en kleuters, aangevuld met intensieve coaching van de ouders voor taalaanbod en interactiestijl. Het doel van vroegbehandeling is om ervoor te zorgen dat achterstanden in de taalontwikkeling zoveel mogelijk worden ingelopen. Vroegbehandeling is bedoeld voor kinderen jonger dan 5 jaar. Soms is het na vroegbehandeling niet nodig om kinderen door te verwijzen naar het speciaal onderwijs. Vaak echter blijft de achterstand in taalvaardigheid te groot om zonder speciale maatregelen het regulier basisonderwijs te kunnen volgen. Uit uitgebreid multidisciplinair diagnostisch onderzoek kan dan blijken dat een kind geïndiceerd is voor het speciaal onderwijs in cluster 2. Plaatsing op een van de scholen voor kinderen met auditieve en communicatieve problemen kan dan volgen of ouders kunnen kiezen voor ambulante begeleiding in het reguliere basisonderwijs.

Doeltreffend of niet?

Doeltreffend of niet?

Het lijkt erop dat de vroegbehandeling van Viataal Centrum voor Gezinsbegeleiding voor veel kinderen doeltreffend is geweest. Immers, de onderzochte groep kinderen laat aanzienlijke vooruitgang zien in hun taalvaardigheid, zowel in het taalbegrip als in de taalproductie. Ouders van kinderen in vroegbehandeling zijn over het algemeen zeer tevreden over deze vooruitgang en over de contacten die ze met het Centrum voor Gezinsbegeleiding hebben. Het kan niet uitgesloten worden dat de geconstateerde vooruitgang ook door andere factoren veroorzaakt wordt, bijvoorbeeld door biologische rijping, al was de vooruitgang groter dan op grond van rijping alleen verwacht mocht worden. Of het gevonden effect werkelijk en uitsluitend aan de behandeling toegeschreven kan worden, vergt een andere onderzoeksopzet. Bijvoorbeeld door insluiting van een controlegroep of door periodes van behandeling af te wisselen met periodes zonder behandeling. Ook is replicatie van onderzoeken nodig om te bezien of therapie-effecten ook in andere behandelcontexten stand houden. Vanwege het kleine aantal kinderen was het niet mogelijk om te onderzoeken of er een verschil is in de vooruitgang tussen kinderen die twee of vier dagen per week behandeld zijn. Aangezien de resultaten bij deze kinderen over het algemeen positief zijn, is er op dit moment geen aanleiding om het aantal dagen per week aan te passen. Een verlaging van de behandelintensiteit zou een negatieve invloed kunnen hebben op de vooruitgang in taalvaardigheid. Nader onderzoek met een grotere groep kinderen naar dit aspect is van belang om hier goede keuzes in te kunnen maken. Het gebruik van een grotere database en een controlegroep zijn in de toekomst van belang.

Uit de gegevens over de totale groep behandelde kinderen komt naar voren dat deze kinderen zeer divers zijn. Veel kinderen hebben een benedengemiddelde intelligentie of bijkomende ontwikkelingsproblemen. Voor deze kinderen biedt vroegbehandeling naast behandeling ook een intensief diagnostisch traject. Ook wordt er samen met de ouders gezorgd voor toeleiding naar een geschikte vorm van onderwijs en / of zorg. Voor medewerkers van vroegbehandeling betekent dit dat niet alleen deskundigheid nodig is voor de behandeling van kinderen met ernstige spraak- en taalmoeilijkheden, maar ook van slechthorende kinderen, kinderen met een autisme spectrum stoornis, meertaligheid en kinderen met een algehele ontwikkelingsachterstand. Tot slot, in de vroegbehandeling worden meerdere programma’s en methodieken ingezet. Over de effectiviteit van deze afzonderlijke programma’s en methodieken zijn veelal nog nauwelijks onderzoeksgegevens bekend. Voor de toekomst vormt dit een nieuwe uitdaging. Het gebruik van een grotere database en een controlegroep zijn van belang om niet alleen zicht te krijgen op de effectiviteit van de totale vroegbehandeling, maar ook om te onderzoeken welk effect de gebruikte methodieken hebben. Hierbij kan van grof naar fijn gewerkt worden, waarbij eerst het effect van de belangrijkste hoofdbestanddelen van vroegbehandeling (ouderbegeleiding, peutergroep en individuele therapie) onderzocht kunnen worden en vervolgens de aandacht uitgaat naar het effect van de afzonderlijke methodieken.

Lees het volledige artikel uit 2008

Volledige artikel

Lees het volledige artikel uit 2008 in PDF-vorm