Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
Een descriptieve grammatica van de Nederlandse Gebarentaal

Een descriptieve grammatica van de Nederlandse Gebarentaal

Wat kan je met zo'n grammatica?

13 januari 2022 - Leestijd 10 - 15 minuten

Van veel gesproken talen zijn descriptieve beschrijvingen al tijden beschikbaar, maar voor veel gebarentalen nog niet. Hoog tijd, dus. Ulrika Klomp is op 5 maart 2021 gepromoveerd op een beschrijving van de grammatica van de Nederlandse Gebarentaal (NGT). In haar proefschrift staat zoveel mogelijk eerder onderzoek naar NGT gebundeld en staan nieuwe onderzoeksresultaten (van haar hand) beschreven. in dit artikel geeft zij een beknopte samenvatting van haar proefschrift en gaat zij in op mogelijke praktische toepassingen van haar onderzoek. Zij illustreert haar bevindingen met voorbeelden uit spontaan taalgebruik.

page.header_image.alt

Foto: Ulrika Klomp

Samenvatting

Een beknopte samenvatting

Het boek bestaat uit vier delen, en elk deel heeft meerdere hoofdstukken. Het eerste deel is de socio-historische achtergrond, waarin ik inga op o.a. het ontstaan van NGT, de geschiedenis van de dovenscholen in Nederland, karakteristieken van de Nederlandse gebarentaalgemeenschap, en culturele kenmerken van deze gemeenschap. Ook wordt kort de wettelijke en maatschappelijke status van NGT besproken, en wordt aandacht besteed aan de geschiedenis van het taalwetenschappelijk onderzoek naar NGT in Nederland.

Het tweede deel gaat over de fonologie, oftewel het “klanksysteem” van NGT. Zoals woorden worden opgedeeld in klanken, kunnen ook gebaren worden opgedeeld in kleinere bouwstenen zoals handvorm, locatie, en beweging van een gebaar. In één van de hoofdstukken staat een overzicht van de gebruikte bouwstenen in NGT, aangezien de distributie hiervan per gebarentaal verschillend is – een handvorm met uitgestoken wijsvinger, middelvinger en pink, bijvoorbeeld, wordt slechts in enkele NGT-gebaren gebruikt, maar zou in andere gebarentalen frequenter voor kunnen komen. Een ander hoofdstuk gaat over prosodie, oftewel over hóé iets wordt gebaard in plaats van wát wordt gebaard. Dit gaat dus bijvoorbeeld over het ritme en tempo van gebaren, maar ook over intonatiepatronen die door gezichtsuitdrukkingen lichaamsbewegingen worden weergegeven.

Het derde deel betreft de morfologie, en beschrijft de structuur en vorming van gebaren in NGT. Zo is er bijvoorbeeld een hoofdstuk over samenstellingen, waarbij twee losse gebaren een nieuw gebaar vormen, en een hoofdstuk over werkwoordvervoeging. Ook is er een hoofdstuk over derivatie, waarbij een gebaar van een ander gebaar wordt afgeleid door de stam te combineren met een gebonden morfeem. Een voorbeeld hiervan is het maken van verkleinvormen: in het Nederlands kan je ‘-je’ achter ‘huis’ plakken, en dan krijg je ‘huisje’. In dit hoofdstuk heb ik beschreven dat je in NGT met een uitgestoken tong en samengeknepen ogen ook verkleinvormen van zelfstandig naamwoorden kan maken, maar dat ik dit maar beperkt terug heb gevonden in natuurlijke taaldata – vaak gebruikten gebaarders een ander manier om verkleining aan te geven, bijvoorbeeld het gebaar ‘klein’.

Het laatste deel gaat over de syntax, oftewel de structuur van zinnen. In dit deel wordt aandacht besteed aan verschillende zinstypen (zoals mededelingen en vragen) en over het verschil tussen hoofd- en bijzinnen. Ik heb bijvoorbeeld uitgebreid onderzoek gedaan naar een specifiek type bijzin, namelijk de voorwaardelijke bijzin, en de resultaten hiervan kunnen gebruiken in mijn proefschrift (zie kader). 

Klik hier voor het integrale proefschrift. Of kijk onderaan dit artikel naar mijn ‘lekenpraatje’, dat ik heb gepresenteerd voorafgaand aan de verdediging van mijn proefschrift in maart 2021. Het audiobestand is door mijzelf ingesproken in het Nederlands en ik gebaar ditzelfde verhaal in de Nederlandse Gebarentaal.

Een veelgestelde vraag over het boek was de volgende: wat kan je met zo’n grammatica? Ik zet een aantal mogelijke toepassingen op een rij.

Naslagwerk

Naslagwerk

Een descriptieve grammatica is in de eerste plaats een naslagwerk. Je kan de regels van de taal erin opzoeken zoals die op dat moment gevonden en beschreven zijn. Zoals gezegd heb ik vooral gebruik gemaakt van spontaan taalgebruik –ik heb daarvoor gebruik gemaakt van filmpjes van gebarentaalgebruikers in het Corpus Nederlandse Gebarentaal (Crasborn, Zwitserlood & Ros, 2008, zie ook: https://corpusngt.nl/). Door veel filmpjes van gebaarders te kijken, kan je zien of er bepaalde patronen zitten in het taalgebruik, die te vatten zijn in regels (de grammatica). Door je aan die regels te houden, gebruik je dus grammaticaal taalgebruik. In sommige grammaticaboeken kan je ook zien wat níet grammaticaal is, maar in mijn boek staat alleen wat wél kan. Doordat er veel variatie is in NGT, is het bovendien lastig te zeggen welke structuren echt ongrammaticaal zijn.

Ik heb voor mijn proefschrift onderzoek gedaan naar voorwaardelijke bijzinnen (bijzinnen waarin een voorwaarde wordt gesteld, zoals “als morgen de trein niet rijdt”). Door heel veel van dit soort zinnen te bekijken en te analyseren, kan je patronen en daarmee regels ontdekken. Als men wil weten of het gebruik van een gebaar voor ‘als’ verplicht is, bijvoorbeeld, of als men wil weten welke mimiek gebruikt wordt, kan dat in mijn proefschrift opgezocht worden. In het hoofdstuk over hoofd- en bijzinnen staat vervolgens dat ik zeven verschillende gebaren voor ‘als’ heb gevonden, maar dat het gebruik hiervan niet verplicht is. Ook staat er dat dove gebarentaalgebruikers vaak, maar niet altijd, de wenkbrauwen optrekken als ze een voorwaardelijke bijzin gebaren, en bepaalde hoofdbewegingen naar voren maken.

Leerders van NGT

Leerders van NGT

Taalwetenschappers zijn niet de enigen die geïnteresseerd zijn in de regels van een taal. Het naslagwerk kan ook gebruikt worden door mensen die de taal aan het leren zijn. Denk bijvoorbeeld aan studenten aan de tolkopleiding NGT, of aan ouders van dove kinderen. Docenten NGT hoeven voortaan niet meer alleen op losse onderzoeken te leunen, maar kunnen in dit uitgebreide werk meerdere onderzoeksresultaten bij elkaar vinden. Bovendien kunnen ze met de gegeven voorbeelden uit spontaan taalgebruik meteen zien of en hoe iets in de praktijk gebruikt wordt. Tot slot kunnen nieuwe bevindingen uit mijn boek worden toegevoegd aan lesmateriaal – ik heb bijvoorbeeld ontdekt dat het gebaar voor ‘komen’ gebruikt kan worden om toekomstige tijd aan te geven, iets waar in het meeste lesmateriaal nog geen aandacht aan wordt besteed. Klik hier voor meer informatie hierover.

Het moet gezegd worden dat het proefschrift in deze huidige vorm nog niet geschikt is om direct als lesmateriaal te gebruiken, en dat het ook voor docenten en tolken wellicht te veel jargon bevat. Er wordt aan gewerkt om zoveel mogelijk delen uit het boek te laten vertalen naar het Nederlands en naar NGT, zodat het makkelijker leesbaar is voor meer mensen.

Kunstmatige intelligentie

Kunstmatige intelligentie

Een andere vorm van leren vind je in automatische vertalingen door kunstmatige intelligentie. In het project "Communication between healthcare professionals and deaf patients in times of COVID-19" wordt bijvoorbeeld gewerkt aan vertalingen van geschreven tekst naar NGT, gebaard door een avatar. Zo’n kunstmatige intelligentie moet eerst leren wat de regels van een taal zijn, voordat het vertalingen kan maken. De avatar moet bijvoorbeeld leren hoe je een vraag stelt in NGT: hoe ziet de mimiek er dan uit? En wat is de positie van het vraagwoord? Als je op de link klikt kan je zien dat deze avater tijdens het gebaren van een vraag haar wenkbrauwen optrekt, en aan het eind van een ja/nee-vraag een algemeen vraaggebaar maakt. Dit zijn inderdaad patronen die veel in NGT voorkomen en die ik ook in mijn proefschrift heb beschreven. 

Trots op NGT!

Trots op NGT!

Als er meer bekend is over een taal, kan dat statusverhogend werken - zeker in een tijd waarin veel publieke belangstelling is voor de taal, zoals nu ook bij NGT het geval is. Ik hoop dat mijn proefschrift een groot publiek bereikt, waardoor meer mensen weten dat gebarentalen volwaardige talen zijn, met hun eigen grammaticale regels. Toevallig is NGT afgelopen jaar ook nog eens erkend als officiële minderheidstaal in Nederland. Deze erkenning zal ook zeker zorgen voor meer bekendheid en een hogere status van de Nederlandse Gebarentaal. Nederlandse gebaarders kunnen trots zijn op hun NGT!

Lekenpraatje Ulrike in NGT en LS

Lekenpraatje Ulrika Klomp

Kijk hier naar het ‘lekenpraatje’ van Ulrika Klomp. 

Zij heeft dit gepresenteerd voorafgaand aan de verdediging van haar proefschrift in maart 2021. De bedoeling van het lekenpraatje is om binnen 10 minuten aan een algemeen publiek uit te leggen wat je voor je promotieonderzoek hebt gedaan. In dit geval doet ze een heel klein stukje taalkundige analyse aan de hand van de voorbeeldzinnen "Vorige week was ik bij vrienden op bezoek en die hadden nog steeds een kerstboom staan". Het audiobestand is door haarzelf ingesproken in het Nederlands en zij gebaart ditzelfde verhaal in de Nederlandse Gebarentaal.

Literatuur en links

  1. Crasborn, O., Zwitserlood, I., & Ros, J. (2008). The Corpus NGT. An open access digital corpus of movies with annotations of Sign Language of the Netherlands. Centre for Language Studies, Radboud University Nijmegen.
    URL: http://hdl.handle.net/hdl:1839/00-0000-0000-0004-DF8E-6.
  2. Een andere website van het corpus: www.corpusngt.nl
  3. Klomp, U. 2021. A descriptive grammar of Sign Language of the Netherlands. Amsterdam: University of Amsterdam PhD dissertation. Amsterdam: LOT. [pdf]
  4. Lekenpraatje “A descriptive grammar of Sign Language of the Netherands”. https://youtu.be/pGXMmFJ3-pQ
  5. Project “Communication between healthcare professioals and deaf patiens in times of COVID-19”. SignLab Amsterdam. https://www.signlab-amsterdam.nl/translate.html