Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
"Dove kinderen en hun ouders hebben meer gebarentaalaanbod nodig"

"Dove kinderen en hun ouders hebben meer gebarentaalaanbod nodig"

Interview met Floris Roelofsen

24 januari 2021 - Leestijd 10 - 15 minuten

De Nederlandse Gebarentaal (NGT) is wettelijk erkend. De overheid wil het gebruik van gebarentaal gaan bevorderen. VHZ interviewt Floris Roelofsen die hierover een heldere mening heeft en vraagt naar reacties. Roelofsen, vader van een doof kind, roept de overheid op de belangen van dove kinderen en hun ouders niet te vergeten. 

page.header_image.alt

Bron: Darelle via Pixabay

Introductie

Toen zijn dochter Elise doof bleek te zijn, raakte UvA taalkundige Floris Roelofsen geïnteresseerd in gebarentaal. "De wettelijke erkenning van NGT is natuurlijk een mooie stap", stelt Roelofsen. "Maar ik heb in de politieke debatten gezien dat dove kinderen - en hun ouders - totaal niet in beeld zijn. Het ging in die discussie uitsluitend om de taalbarrière voor volwassenen NGT-gebruikers."

Roelofsen en zijn vrouw leerden gebarentaal om met hun dochter te kunnen communiceren, maar makkelijk was dat niet. "Er is geen goed materiaal voor NGT, er zijn niet genoeg cursussen op maat. We werden door onze gezinsbegeleidster totaal de verkeerde kant opgestuurd. We moesten vooral duidelijk articuleren. NGT leren werd met klem afgeraden. Wij zouden gebarentaal nooit goed kunnen leren en je zou er ook niet alles in uit kunnen drukken. Na flink aandringen mochten mijn vrouw en ik een cursus volgen die eigenlijk bedoeld was voor werknemers van een zorginstelling. Wij leerden termen als ‘GZ-psycholoog’, terwijl we met een baby moesten communiceren. Uiteindelijk zijn we overgestapt naar een andere zorginstelling, waar we wel lessen NGT kregen. En later hebben we twee jaar NGT gestudeerd aan de UvA."

Elise is nu vijf jaar en heeft een cochleair implantaat (CI). Thuis is de voertaal vaak Nederlands met Gebaren (NmG), want broertje Mika is horend. "Als Elise het even niet begrijpt helpt het om het in NGT uit te leggen. En soms is NGT ook de voertaal. Maar Sint of Kerst is bijvoorbeeld heel moeilijk voor haar. Want dan zitten we met de hele familie aan tafel. En dan heeft ze driftbuien, omdat ze het niet goed kan volgen. Terwijl ze in een optimale omgeving best spraak kan verstaan, op taalonderzoeken scoort ze zelfs bovengemiddeld."

Roelofsen stuurde een brief aan de minister van Binnenlandse Zaken en startte met een groep actieve ouders de website Gebarentaal voor onze kinderen, waarmee zij de politiek oproepen tot actie.

Wat verwachten jullie van de minister

Interview met Floris Roelofsen

Wat verwachten jullie van de minister?

"Allereerst een leerlijn NGT voor dove kinderen van nul tot achttien jaar en hun ouders. De kern moet natuurlijk bestaan uit fysieke lessen met een docent NGT. Maar er zijn tegenwoordig ook veel mogelijkheden om de lessen online te ondersteunen. De Hogeschool Utrecht zet dit soort ondersteunend materiaal ook veel in bij de opleidingen voor tolken en docenten NGT.

Kinderen leren gebarentaal de eerste twee jaar via hun ouders. Daarna kun je beginnen met een tweetalige omgeving: op het kinderdagverblijf, de vroegbehandeling en de school. Dove kinderen moeten NGT-aanbod op niveau krijgen. Als een doof kind vijf is, moet het een tolk NGT helemaal kunnen volgen. Dat moet de ambitie zijn. Anders heb je het kind geen echte keuze geboden."

Bedoel je NGT of kan het aanbod ook NmG zijn?

Bedoel je dan NGT of kan het aanbod ook Nederlands met Gebaren (NmG) zijn?

"Het is belangrijk dat het echt NGT is. NGT moet de basis zijn voor dove kinderen, omdat het een visuele taal is met een structuur die veel geschikter is voor visuele communicatie dan het Nederlands – en dus ook geschikter dan NmG. Bij cursussen NmG krijg je video’s. Zet het geluid maar eens uit, dan kun je het nauwelijks volgen.

In eerste instantie had Elise op de vroegbehandeling voor dove en slechthorende kinderen een leidster die helemaal geen NGT beheerste. Na onze overstap naar een andere zorginstelling kwam Elise op een groep waar twee van de leidsters NGT-vaardig waren. Maar daar was het beleid om voornamelijk NmG te gebruiken."

Waarom werd NGT niet als basistaal gebruikt?

"Het beleid was om ondersteunende gebaren te gebruiken met mimiek, rolnemen en ruimtegebruik. Het argument was dat ouders niet meekwamen met NGT. Dat het een stap te ver was voor de meeste ouders. En dat kan ik me ook voorstellen. Maar dat betekent niet dat je dan naar een versie moet die weliswaar toegankelijker is voor ouders, maar minder geschikt voor de communicatie met dove kinderen. Je moet juist meer doen om ouders in staat te stellen NGT te leren."

Je kunt je voorstellen dat NGT een stap te ver is voor ouders

Je kunt je voorstellen dat NGT een stap te ver is voor ouders?

"Ja, omdat er te weinig lesaanbod is. Bovendien kost het veel tijd om een nieuwe taal goed te leren. Dus er moet niet alleen een leerlijn komen, maar ook betaald verlof om die leerlijn te kunnen volgen."

Hoe breed gedragen is dit voorstel onder ouders?

"Harde cijfers zijn er niet. Maar ik heb het gevoel dat er heel veel draagvlak is. Er is een groeiende groep van ouders die het grote belang van NGT voor hun dove kinderen inzien. En die ouders weten elkaar steeds beter te vinden. Ik heb veel schrijnende verhalen gehoord van ouders die eigenlijk niet goed met hun kind kunnen communiceren. Dat zijn niet alleen ouders met jonge kinderen, maar ook ouders met kinderen op de middelbare school - die nu vastlopen. Die laatste groep ouders gaat nu alsnog op zoek naar mogelijkheden om gebarentaal te leren - voor henzelf en hun kind. Maar deze ouders zijn niet meer in beeld bij zorginstellingen."

Verwacht je weerstand tegen dit voorstel?

"Het grootste bezwaar is misschien dat de uitgebreide leerlijn en het zorgverlof veel gaan kosten. Maar dat is goed te weerleggen. Ik denk dat het een investering is die zich uit zal betalen. Als je een goede basis legt hebben ouders en kinderen daar hun hele leven profijt van."

Vind je het belangrijk dat kinderen met een CI ook tweetalig opgroeien?

"Ja zeker. Het succes van het CI is heel wisselend. Uit onderzoek is gebleken dat de meeste kinderen vijf jaar na implantatie nog steeds een zwak begrip van gesproken taal hebben, ver beneden het gemiddelde. Het CI biedt geen gelijkwaardige toegang tot gesproken taal. In een optimale luistersituatie kan het kind spraak verstaan. Maar in het dagelijks leven worden er vaak meerdere gesprekken tegelijk gevoerd, in dezelfde ruimte, met snelle beurtwisselingen en achtergrondgeluid, dan is het veel moeilijker.

Bovendien kost luisteren met een CI veel energie, dat merk ik ook aan Elise. Ze gaat drie uur per week naar een reguliere school. Daar doet iedereen zijn best om het omgevingslawaai te beperken. De schoenen gaan uit, er ligt tapijt op de grond, de juf houdt het rustig. Maar daarna is Elise bekaf. Ze kan na school niet meteen gaan spelen, ze ligt thuis op de bank, kan twee uur later pas weer aan de bak. Dagelijks is dat een enorme handicap.

Daarnaast is gebarentaal iets dat dove kinderen met elkaar kan verbinden. Daarmee kunnen ze zich als groep identificeren met iets waar ze trots op zijn."

Een kind dat niet terug kan vallen op gebarentaal is volledig afhankelijk van technologie

Een kind dat niet kan terugvallen op gebarentaal is volledig afhankelijk van technologie?

"Ja, ik probeer zelf niet afhankelijk te zijn van dingen, ik drink niet eens koffie. Ik ken iemand die lange fietstochten maakt, hij zit altijd in de stress want hij moet wel op tijd zijn koffie hebben. Zo is dat ook met een CI, je moet die batterijen hebben en opladen. Wij gingen naar Mallorca voor drie weken, en aan het begin van de vakantie raakte mijn dochter haar CI kwijt. Stel je voor dat we geen gebarentaal hadden gehad. Dan hadden we niet kunnen communiceren met Elise. En dat is ook zo als je kind ’s nachts uit bed komt met een nare droom.

En de druk om het CI op te houden is natuurlijk veel groter als je geen alternatief hebt. Ook als het vermoeiend is moet het, want je wilt toch blijven horen. In Woord en Gebaar staat een tragisch verhaal van een meisje met een CI die drie jaar lang hoofdpijn had. Het CI is er nu uit en de hoofdpijn is weg. Gelukkig had haar moeder gebarentaal geleerd. Het risico dat het CI niet werkt bestaat gewoon."

Kunnen ouders wel echt goed leren gebaren?

"Dat kan zeker. Wat nodig is in het dagelijks leven met je kind - dat je alles duidelijk kunt zeggen - daar kun je zeker komen. Organisaties zoals Kentalis, Auris en NSDSK zouden ouders minimaal op dat niveau moeten krijgen. Daarnaast is contact met dove rolmodellen belangrijk. Mijn vrouw is samen met Martine Wattel, een dove docent NGT, een activiteitenclub begonnen voor families met dove kinderen of dove ouders – Oog Wil Ook Wat (OWOW). Op die ochtenden zien de kinderen dove volwassenen die volwaardig en in mooi NGT met elkaar communiceren. En er wordt voorgelezen in NGT. Zoals Martine voorleest, dat is prachtig. Dat kunnen wij als ouders niet bieden."

Je hoort vaak dat kinderen zelf een voorkeur hebben voor gesproken taal

Je hoort ook vaak dat dove kinderen zelf een voorkeur hebben voor gesproken taal.

"Ja, ouders zeggen soms “mijn kind wil niet gebaren”, maar daar zijn denk ik twee redenen voor. De eerste is dat het gebarenniveau van ouders – en kinderen – vaak nog te beperkt is om het soort gesprekken te voeren waar het kind aan toe is. Daarom kan een poging tot zo’n gesprek in gebarentaal heel frustrerend zijn voor kinderen. Maar ouders moeten hier niet van schrikken en vooral doorgaan, want later komt het goed.

En de tweede reden is dat gebarentaal een lagere status heeft. Mijn dochter zei laatst “Ik wil niet gebaren want ik wil de hoofd-juf worden en niet de assistente”. De juffen op haar school gebruiken alleen ondersteunende gebaren, de klasse-assistenten zijn doof."

Is het onderwijs dan wel toegankelijk voor dove kinderen

Is het onderwijs dan wel toegankelijk voor dove kinderen?

"Niet volledig. Ik hoor van ouders van dove kinderen zonder CI dat zij soms niet meekrijgen wat leerkrachten vertellen. Op verschillende dovenscholen gebruiken leerkrachten alleen ondersteunende gebaren. Terwijl deze kinderen dus volledig gebarentaalafhankelijk zijn. Dat is ethisch onverantwoord. Dove kinderen hebben recht op toegang tot informatie en onderwijs in een voor hen volledig toegankelijke taal. Dat staat ook in het door Nederland aangenomen VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap.’

Zouden ouders en leerkrachten eerst NGT moeten leren voordat ze NmG gaan gebruiken?

"Ja, dat zegt Onno Crasborn ook (hoogleraar Nederlandse Gebarentaal aan de Radboud Universiteit, red.). Het is eigenlijk gek om eerst NmG te leren, want dan ben je twee dingen tegelijk aan het doen, spreken én gebaren. Dat is heel moeilijk. Kijk, twee gebaren per zin ondersteunen lukt wel. Maar daar heeft het kind niet veel aan. Voor NGT moet je wel een hobbeltje over maar dan is het eigenlijk makkelijker, het heeft een eigen structuur die veel beter past bij visuele communicatie.

In het ideale geval kennen ouders en leerkrachten zowel NGT als NmG en kunnen ze kiezen wat ze gebruiken. Als je een spannend verhaal voorleest kan dat het best in NGT. Maar als het verhaal heel mooi geschreven is wil je de schoonheid van het Nederlands ook overbrengen. Nu lezen we bijvoorbeeld ‘Otje’ van Annie M.G. Schmidt, daarbij gebruik ik ook NmG.

Als je bezoek krijgt van iemand die geen gebaren kent, gebruik je NmG zodat je toch samen kunt praten. Maar als je alleen bent met je dove kind of als je dove mensen op bezoek krijgt is NGT de beste taal. NmG kan een overgang zijn naar het Nederlands, dat is ook belangrijk als het kind zelf leert lezen. Maar de basis is NGT."

Stel dat ouders verlof kunnen opnemen om NGT te leren

Stel dat ouders straks verlof kunnen opnemen om gebarentaal te leren. Wordt het dan ook een morele plicht?

"Ik denk wel dat je een beroep kan doen op de morele plicht. Maar ouders moeten vooral heel goed geïnformeerd worden. Dan hoop en verwacht ik dat heel veel ouders er voor gaan kiezen om NGT te leren en ver zullen komen. NGT is niet zo’n hele moeilijke taal. Het is nu vooral moeilijk omdat het aanbod en de gesprekspartners er niet zijn.

Ik gebruik wel eens het volgende beeld. Ouders van dove kinderen moeten met hun kinderen een brede wilde rivier over. De oversteek duurt 18 jaar. Er is een brug. Om daarop te komen moet je eerst een steile hoge trap op, maar daarna loop je wel over een stevige brug. Er is ook een dun koord. Om daarop te komen hoef je geen trap op, maar de weg is lang en de kans dat je van het koord af tuimelt is groot. Op dit moment worden ouders in Nederland massaal het koord opgestuurd. En als ze ervan af vallen is er geen vangnet."

Illustratie: Bart Koolen

Sluit

Reacties

Annemieke van Kampen is senior docent Dovencultuur en moeder van twee dove kinderen van 10 en 7 jaar zonder CI

“Ik ben met gebarentaal opgegroeid bij mijn horende ouders, dankzij dove oppassen sinds ik twee jaar oud was.
Mijn moeder heeft zich in de jaren negentig aangemeld voor de tolkopleiding, maar werd afgewezen omdat ze ‘te betrokken’ zou zijn. Ik ken een heleboel gedreven ouders die de tolkopleiding doen om met hun dove kinderen en hun dove vrienden te kunnen communiceren. Deze ouders willen graag in contact komen met de Dovengemeenschap en daarvoor is de tolkopleiding vaak de enige mogelijkheid.
Het voorstel van een leerlijn NGT en betaald verlof voor ouders vind ik daarom zeer goed. Ouders kunnen dan ervaringen uitwisselen met dove en slechthorende volwassenen en meer te weten komen over Dovencultuur.
Dove en slechthorende kinderen hebben recht op een volledig toegankelijke visuele taal en de kans een (bi)culturele identiteit te ontwikkelen. Met gesproken taal kun je niet garanderen dat kinderen alles mee zullen krijgen, ook al hebben ze een top-CI. Van jongs af moeten dove en slechthorende kinderen gewoon gebarentaal krijgen aangeboden. En niet voor een paar jaar, maar in elke ontwikkelingsfase.
Mijn kinderen zitten op de Guyotschool en hebben een leerkracht die op een hoog niveau gebarentaalvaardig is. Hun klasgenoten gebruiken onderling wel meer gesproken taal, waardoor mijn kinderen zich soms buitengesloten voelen.
Dove en slechthorende kinderen op een reguliere school moeten de tolk NGT / NmG goed kunnen volgen. Maar vaak hebben deze kinderen helaas te weinig gebarentaal geleerd. Met gebarentaal kunnen ze de tolken, leerkrachten én hun dove en slechthorende leeftijdsgenoten goed volgen en socialer met elkaar omgaan.”

Martijn Agterberg is neurowetenschapper aan de Radboud Universiteit en Radboudumc

“De mogelijkheden voor een kind met een cochleair implantaat kunnen niet duidelijk genoeg benoemd worden. Het is waar dat het soms niet optimaal gaat. Het kan natuurlijk in uitzonderlijke gevallen ook helemaal mis gaan, maar in veruit de meeste gevallen zouden de kinderen en ouders het CI voor geen goud willen missen.
Nog steeds kost luisteren, vooral in een drukke omgeving met achtergrondgeluiden, veel inspanning. Maar het is toch fantastisch dat sommige kinderen kunnen bellen met opa en oma. En acceptatie van de situatie kan ook tot veel levensgeluk leiden.
Mijn expertise ligt vooral op het vlak van binauraal horen. Dus ik ben geen expert op het gebied van de mogelijke invloed van gebarentaal op de ontwikkeling van spraakverstaan met een CI.
Van KNO-artsen en audiologen hoor ik dat het aanleren van gebarentaal de ontwikkeling van gesproken taal in de weg zit. Ik ken het onderzoek hiernaar niet heel goed maar ik ken geen overtuigend artikel waaruit dit blijkt. Het is niet uit te sluiten dat de kinderen die het niet zo goed doen baat zouden hebben bij gebarentaal. Of dat juist de kinderen die het wel goed doen met een CI nog meer voordelen zouden ervaren als ze ook gebarentaal zouden aanleren. Maar het is ook niet uit te sluiten dat het averechts zou werken.
Het aanbieden van gebarentaal op school zou heel nuttig kunnen zijn. Meer aandacht voor gehoorproblematiek helpt kinderen die wel goed kunnen horen mogelijk om meer inzicht te krijgen in de ervaring van kinderen die niet optimaal kunnen horen.”

Marieke Blom is leerkracht op een school voor kinderen met een communicatief meervoudige beperking (CMB)

“Ik heb altijd regulier onderwijs gevolgd met alleen solo apparatuur. Mijn geluk is geweest dat ik altijd in kleine klassen gezeten heb, waardoor ik met twee hoorapparaten nog aardig kon meekomen. Maar na schooltijd was ik vaak te moe om huiswerk te maken. Ik wilde alles proberen op te vangen, om maar niets te hoeven missen.
Ook tegen mijn ouders is altijd gezegd dat ze vooral geen gebarentaal moesten aanbieden, zodat mijn twee dove zusjes en ik zo goed mogelijk leerden praten en mee konden komen in de maatschappij. Dat is ook gelukt.
Helaas heb ik een aantal jaar geleden wel een burn-out gehad. Eerst dacht ik dat het aan mijn werk lag. Maar ik had mijn doofheid niet geaccepteerd. Ik gebruikte geen hulpmiddelen en ik ging maar door alsof ik horend was. Inmiddels had ik op mijn werk wel gebarentaal geleerd, maar een tolk had ik nog nooit ingezet.
In diezelfde periode heb ik ook een CI gekregen, een bewuste keuze want mijn moedertaal blijft Nederlands.
Langzaamaan heb ik contacten gekregen binnen de dovenwereld en daar is een wereld voor mij open gegaan. Ik ben heel blij dat ik inmiddels kan kiezen wat ik wil. Ik kies nu bewust voor NGT, NmG of Nederlands, afhankelijk van de situatie.
Ik ben het er dus zeker mee eens om vanaf het begin al NGT aanbod te geven. NGT leer je het beste door er in ondergedompeld te worden. Als kinderen van kleins af aan weten dat er meerdere mogelijkheden voor communicatie zijn, kunnen ze zelf kiezen.”

Arjenne Fakkel is beeldend kunstenaar en moeder van twee dove kinderen met een CI (een zoon van 21 en een dochter van 14) die tweetalig zijn opgevoed

“Ik zag altijd het enorme belang van gebarentaal en dove contacten. Wij hebben het met een groep ouders indertijd zelf geregeld. Mijn kinderen praatten goed en wilden eerst geen gebarentaal. Mijn man gebaarde ook niet zo goed. Mijn dochter zuchtte dan en keek de andere kant op, dan stopte hij maar weer.
Nu kantelt het en zijn mijn kinderen dolgelukkig dat ze gebarentaal hebben geleerd. Ze kunnen hun CI afdoen en communiceren, ze voelen zich dan niet minder of onzeker. Mijn dochter zit nu in de derde van het VWO en zou het liefst dovenonderwijs volgen – maar dat kan niet op dat niveau.
Op de school van mijn dochter kregen kinderen die ook maar een beetje konden horen en praten voornamelijk gesproken taal aangeboden. De ouders storten zich dan vol op praten, dat wordt door iedereen geadviseerd. Het is de weg van de minste weerstand. Ouders willen niemand belasten, ze kunnen gewoon naar hun werk. In hun achterhoofd zit wel dat ze gebarentaal willen leren, maar het lukt niet. De cursussen gaan nooit door, want er zijn nooit genoeg aanmeldingen.
NGT is echt een mooie taal en een enorme verrijking. Laat je kind weten dat er nog een andere taal is en dat er andere dove en slechthorende kinderen zijn. Ga naar bijeenkomsten, bijvoorbeeld van ‘Zo hoort het’ of ‘Oorigineel’. Ook als je geen gebarentaal kent of daar onzeker over bent. Natuurlijk is het fijn als je kind goed kan praten, maar probeer het allebei te doen. Kies het beste van twee werelden.”

Yvette van der Linden is pedagogisch behandelaar op een behandelgroep voor dove en slechthorende kinderen

 “Ik zou mijn reactie het liefst in NGT willen vertellen, want dat is mijn moedertaal. In mijn vijftien jaar werkervaring heb ik ouders meegemaakt die zeggen dat gebarentaal niet goed zou zijn voor hun kind. Andere ouders zeiden dat NmG voldoende was, of dat gebarentaal alleen de eerste vier jaar belangrijk was. Maar ik heb tot nu toe nog geen kind meegemaakt dat geen gebaren(taal) wilde leren.
De meeste ouders zijn bang dat het Nederlands niet voldoende wordt ontwikkeld als je (ook) NGT gebruikt. Dus het is heel belangrijk dat ouders vanaf het begin goed worden voorgelicht. Ik pleit voor dove gezinsbegeleiders, of dat er in ieder geval een dove volwassene meekomt tijdens de eerste bezoeken. Ouders moeten direct de indruk krijgen dat NGT gelijkwaardig is aan het Nederlands. Ze moeten het vertrouwen krijgen dat hun kind goed begeleid wordt in Nederlands én NGT, en dat beide talen elkaar juist versterken.
NGT is (eindelijk) wettelijk erkend als een echte taal. NmG is maar een hulpmiddel. Als het aan mij lag, worden cursussen NmG geschrapt. Investeer liever in cursussen NGT. Men kan de gebaren uit de NGT ook inzetten als ondersteunende gebaren bij spraak.
Het is oneerlijk om als ouder te zeggen dat je kind geen gebarentaal wil leren, want hoe kunnen kinderen die keuze maken als er onvoldoende aanbod is? Bied dove kinderen tot en met hun middelbare schooltijd zowel Nederlands als NGT aan, pas daarna kunnen ze een weloverwogen keuze maken. Of niet, want beide talen beheersen is alleen maar een verrijking.”

Onno Crasborn is hoogleraar Nederlandse Gebarentaal aan de Radboud Universiteit

“Ik ben het met Floris Roelofsen eens. De dovenscholen hebben in 2010 collectief spijt betuigd voor het orale verleden (op het Internationale congres voor Dovenonderwijs in Vancouver), maar vervolgens zijn ze vrolijk doorgegaan met het NmG te promoten. NmG is gewoon Nederlands en geen gebarentaal. NmG is wel nuttig, bijvoorbeeld als opa en oma op bezoek komen, maar een doof kind moet ook NGT leren.
De medische wereld speelt ook een belangrijke rol. KNO-artsen en audiologen doen uitspraken over taal en taalontwikkeling die ver buiten hun expertise gaan. Als de nadruk ligt op spraak verstaan dan is er iets voor te zeggen om de hele dag te praten. Maar spraak verstaan is geen doel op zich.
Ondersteunende gebaren zijn ook nuttig voor de anderhalf miljoen slechthorenden in Nederland. De lage status van gebarentaal gaat echt niet veranderen door de erkenning. Maar als meer mensen NmG gaan gebruiken maak je het leven voor de groep slechthorenden aangenamer en verhoog je tegelijk de status van gebaren in brede zin.
Floris zit met een acuut probleem. Maar ik probeer naar de lange termijn te kijken. En de ambitie moet zijn om gebarentaal op alle scholen een plekje te geven. Het passend onderwijs is niet goed gelukt, acceptatie onder kinderen is een lastige kwestie. Maar als kinderen gebarentaal een leuk schoolvak vinden wordt dat beter. Wat dove kinderen nodig hebben is dat horende kinderen gebaren normaal vinden.”