Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
PROEFSCHRIFT: Waarom verandert onze woordenschat?
Deel dit artikel

PROEFSCHRIFT: Waarom verandert onze woordenschat?

De rol van genen in de ontwikkeling van woordenschat

17 februari 2021 - Leestijd 2 - 5 minuten

Op 5 maart 2021 promoveerde Ellen Verhoef aan de Radboud Universiteit Nijmegen op haar proefschrift: 'Why do we change how we speak? Multivariate genetic analyses of language and related traits across development and disorder'. Ellen Verhoef onderzocht de invloed van genetische factoren op de ontwikkeling van de woordenschat en andere taal- en cognitieve vaardigheden later in het leven.

page.header_image.alt

Kinderen verschillen in het aantal woorden dat ze begrijpen en spreken. Dit is deels te verklaren door verschillen in hun genen. Genen zijn stukjes DNA die bepaalde eigenschappen omschrijven. In dit proefschrift is gekeken naar de rol van genen in de ontwikkeling van woordenschat en andere eigenschappen gerelateerd aan taal.

Onderzoek in dit proefschrift toont aan dat woordenschat van dreumessen en peuters wordt beïnvloed door meerdere, onafhankelijke, genetische factoren. De eerste van deze genetische factoren verklaart variatie in het aantal woorden dat een kind spreekt (woordproductie) op een leeftijd van 15 en 24 maanden. Deze factor was niet gerelateerd aan het aantal woorden dat een kind begrijpt (woordbegrip) en woordproductie op een leeftijd van 38 maanden. De tweede genetische factor die een rol speelt bij woordenschat van jonge kinderen, was gerelateerd aan zowel woordproductie op een leeftijd van 24 maanden als woordproductie en woordbegrip 14 maanden later. Woordproductie op een leeftijd van 38 maanden werd ook beïnvloed door een derde genetische factor. Tot slot is er bewijs gevonden voor het bestaan van een vierde genetische factor die variatie verklaart in woordbegrip op een leeftijd van 38 maanden. Dus, de ontwikkeling van woordenschat in de peutertijd wordt beïnvloed door meerdere leeftijd en/of vaaridigheid specifieke genetische factoren.

In een andere studie is de invloed van genetische factoren gerelateerd aan woordenschat in de dreumes en peutertijd op taal-, lees- en cognitieve vaardigheden later in het leven onderzocht. Deze studie laat zien dat er minstens twee verschillende genetische factoren invloed hebben op lees- en en cognitieve vaardigheden van midden kindertijd tot jonge volwassenheid. Deze factoren komen beide al in de eerste levensjaren voor het eerst tot uiting, maar wel op een verschillende leeftijd. Daarnaast lijken de genetische invloeden op algemene cognitieve processen deels te verschillen van genetische invoeden op leesvaardigheid en verbale intelligentie.

In een derde studie is geprobeerd specifieke genen of biologische mechanismen te ontdekken die bijdragen aan de ontwikkeling van woordproductie en woordbegrip in verschillende leeftijdscategorieën tijdens de eerste drie levensjaren. Ondanks uitgebreide analyses heeft deze studie hier niet toe geleid. Wel werd er ook in deze studie bewijs gevonden voor gedeelde genetische invloeden tussen woordproductie in de peutertijd en latere cognitieve vaardigheden, zoals leesvaardigheid en intelligentie.

Tot slot is er een tweetal studies uitgevoerd om de genetische relatie tussen ontwikkelingsstoornissen (zoals ADHD en autisme) en cognitiegerelateerde eigenschappen (zoals leesvaardigheid en opleidingsniveau) te onderzoeken. Eén van deze onderzoeken laat zien dat genen die en rol spelen bij ADHD waarschijnlijk ook een rol spelen in verschillende taal- en leesvaardigheden. Deze relatie wordt grotendeels veroorzaakt door genen die ook te maken hebben met opleidingsniveau. Er zijn echter ook aanwijzingen voor gedeelde genetische invloeden tussen ADHD en met name leesvaardigheid die niet samenhangen met opleidingsniveau. Tot slot toont onderzoek uit dit proefschrift aan dat dezelfde genen, die gerelateerd zijn aan opleidingsniveau of leesvaardigheid, een verschillende rol kunnen spelen in autisme en ADHD.

Samenvattend; de ontwikkeling van woordenschat bij jonge kinderen wordt beïnvloed door meerdere genetische factoren en een aantal van hen speelt ook een rol in latere taal-, lees- en cognitive vaardigheden. Daarnaast zijn genetische relaties met ontwikkelingsstoornissen erg complex.

informatie over promotie en link naar proefschrift

Ellen Verhoef promoveerde op 5 maart 2021 aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. 

Het proefschrift met uitgebreide Nederlandstalige samenvatting is hier te downloaden.