Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
Innovaties in hoortoestellen: "Krachten bundelen!"

Innovaties in hoortoestellen: "Krachten bundelen!"

Dubbelinterview met Conny Polleunis en Thijs Thielemans

11 november 2022 - Leestijd 3 - 7 minuten

Binnen de hoortoestelindustrie vinden veel innovaties plaats en regelmatig horen we daarover in de (online) media. Daarbij kan het om technologie in hoortoestellen gaan, om connectiviteit, om apps voor de smartphone en recentelijk veel gehoord: kunstmatige intelligentie. Maar welke innovaties blijken in de praktijk nu waardevol voor hoortoestelgebruikers en waardoor wordt dat bepaald? VHZ-online sprak hierover met twee ervaren spelers in het werkveld, Conny Polleunis en Thijs Thielemans. 

page.header_image.alt

Foto: Pixabay.com

Inleiding; de open aanpassing

Inleiding

Conny Polleunis is afgestudeerd in logopedie & audiologie aan de KU Leuven in België en heeft in Nederland de audiciensopleiding gedaan met daarnaast verschillende specialisaties. Aanvankelijk begonnen bij AC Hoensbroeck (nu Adelante Audiologie & Communicatie), en daarna Streukens, werkt zij nu bijna 10 jaar bij Schoonenberg (Sonova) als hoofd audiologie en stakeholder management.  

 

Conny Polleunis

Conny Polleunis

Thijs Thielemans studeerde natuurkunde en biomedical engineering en deed vervolgens de opleiding tot klinisch fysicus-audioloog. Hij werkte bij verschillende audiologische centra en is nu bijna 4 jaar zelfstandig audioloog bij Hoortoestel Advies Centrum en doet een deel van de tijd klinisch werk in het Elkerliek ziekenhuis in Helmond. 

Beiden waren in oktober op de EUHA in Hannover, het jaarlijkse Europese congres van audiciens waar hoorprofessionals worden geïnformeerd over onderzoek en innovaties.  

Thijs Thielemans

Thijs Thielemans

de open aanpassing

 

De open aanpassing 

Op de vraag wat zij zien als de belangrijkste innovaties in hoortoestellen van de afgelopen 5-6 jaar komt de tegenvraag of het ook verder terug in de tijd mag. Polleunis: “Voor mij was een van de eerste hele mooie ontwikkelingen de open aanpassing. Die wil ik toch benoemd hebben. Het was een heel spannend kantelpunt met de Resound Air; de allereerste met een luchtslangetje, zo’n thin tube. Daar waren we heel enthousiast over, het zag er ook heel erg leuk uit.  Wat toen voor het eerst gebeurde was dat cliënten veel vaker zeiden ‘Wauw, ik was in een gezelschap en het ging goed.’ Er ontstond een hele discussie over met de AC’s, want die waren het niet eens, zagen het niet in de metingen. Nou, wij ook niet, maar we hoorden het echt zó vaak. Dan zit je een beetje met de discussie: wetenschap en wat gebeurt en nu in de praktijk.” Ze vertelt dat mensen toen ook trots waren op hun hoortoestel en het aan anderen lieten zien. “Het was bijzonder dat onze hoortoesteldragers voor het eerst terugkoppelden dat ze zo goed hadden kunnen verstaan in een gezelschap.” Als gevolg van deze ontwikkeling zijn er aanpassingen gedaan in de meetmethoden. Toch konden hoorzorgprofessionals op basis van die metingen niet direct overtuigd worden van de meerwaarde, maar in de praktijk kwam die wel steeds naar voren.  

Wat is wetenschap en wat gebeurt er in de praktijk?

Thielemans: “Er was indertijd heel veel ophef over het open systeem. Er was toen vanuit PACT (Platform for Audiological Clinical Testing – een samenwerking tussen onderzoeksgroepen en AC’s, RD) een project gestart rondom die Resound Air. Ik heb daaraan meegedaan en dat is toen grootschalig aangepakt. Het was een multicenter onderzoek uit 2006, een klinische evaluatie met de open aanpassing.” Thielemans citeert uit de samenvatting van de resultaten, waaruit bleek dat de objectieve meetgegevens de subjectieve voorkeur van veel gebruikers konden ondersteunen. Met daarbij de aanbeveling om voor een optimale instelling wel insertion-gain metingen uit te voeren.  

LIHO, Volautomaten

LIHO 

Thielemans vervolgt met volgens hem een noemenswaardige innovatie. “De komst van de luidspreker-in-het-oor hoortoestellen (LIHO, RD). Het voordeel is dat het geluid directer op het trommelvlies terecht komt en de afstand tussen speaker en microfoon wat vergroot is waardoor je dan minder feedbackklachten krijgt bij open aanpassingen.” 

Polleunis vult aan dat je ook meer controle over de output van het hoortoestel hebt. “Want bij die thin tubes moet het geluid eerst nog door een gekozen slangetje heen, waar nog een knikje in kan zitten en je een dopje opzet. Bij die luidspreker bied je de versterking meteen aan bij het trommelvlies.” 

 Volautomaten 

Polleunis noemt nog een fenomeen dat wellicht nog voor de LIHO-toestellen kwam. “Wat we noemen de volautomaten in hoortoestellen. Ik denk dat de Phonak Claro een van de eerste was die dat had. Daarvoor had je vaak de keuze tussen een omnidirectionele stand en een directionele stand en dan moest je als slechthorende wel bewust de keuze maken voor het beste programma. Op een bepaald moment kwam de volautomaat en in het begin was dat niet zo succesvol, want van het bewust omschakelen vonden mensen niet zo prettig dat je dat hoorde. Van toen naar nu zit een mooie evolutie die er toch eigenlijk voor heeft gezorgd dat de meeste hoortoestelgebruikers kunnen profiteren van alles wat er in het toestel zit.” Volgens Polleunis heeft de volautomaat uiteindelijk het resultaat van hoortoestellen verhoogd, omdat meer functies dan beter gebruikt werden. “Je hebt meer aan je toestel als dat automatisch schakelt en jou regelmatig het goede programma aanbiedt – en af en toe een verkeerd – dan wanneer je bewust handmatig zou moeten schakelen tussen die programma’s, maar dat eigenlijk niet doet.” 

Er komen hier mensen die alles zelf willen regelen

Thielemans zegt dat het ook afhankelijk is van de gebruiker hoe die met het hoortoestel wil omgaan. “Er komen hier mensen die zeggen dat ze alles zelf willen kunnen regelen want ze willen ‘dat computertje’ niet alles voor hen laten beslissen. Maar er zijn ook mensen die zeggen ‘Ik stop dat ding in mijn oor en ik wil er geen omkijken naar hebben’. Uit research komt ook dat mensen meerdere programma’s in het begin gebruiken en na verloop van tijd steeds minder. Voor die groep kan een automaat makkelijk zijn. Is een automaat heilig? Nee, er worden ook nog verkeerde keuzes gemaakt, maar de technologie is nu zo verfijnd dat de overgangen bijna niet meer waarneembaar zijn voor gebruikers. Je krijgt meer mix-instellingen en langzame overgangen. De techniek is zo hard gegaan dat een automaat een groot deel van de situaties wel kan herkennen.”  

Er zijn ook mensen die er geen omkijken naar willen hebben

Kunstmatige intelligentie; connectiviteit versus audiologische innovaties

Kunstmatige intelligentie 

De laatste jaren is er veel aandacht voor kunstmatige intelligentie, vaak afgekort als AI (van het Engelse artificial intelligence). Ook bij hoortoestellen komt deze technologie steeds vaker in beeld. 

Thielemans: “AI is misschien al langer geleden stilzwijgend gekomen door de komst van datalogging. Dat al die data van hun gebruikers verzameld wordt door fabrikanten. Toen het geïntroduceerd werd was niemand heel erg bezig met wat er met die data gebeurde. Maar nu al die data beschikbaar is worden er natuurlijk algoritmes op losgelaten om te kijken wat gebruikers doen. Wat zijn de voorkeursinstellingen? In welke situatie? Wat gebeurt er dan met die toestellen? Dat je daar ook een optimalisatie kunt laten plaatsvinden is iets wat je nu eigenlijk pas concreet te horen krijgt vanuit de fabrikanten.”  

Polleunis: “Ja, het is er al heel lang. Nu is het echt hot hè, zo spreken over AI. Maar eigenlijk, allee, als ik het mij goed herinner is het voor mij de Oticon Epoq die het voor het eerst had over AI. Toen was het even een momentje van ‘o wauw’. Alleen wordt het gewoon steeds beter en zie je steeds meer mooie toepassingen.”    

Connectiviteit versus audiologische innovaties 

Hoortoestelfabrikanten hebben het al langere tijd over zaken als ruisonderdrukking, spraakverheldering, richtinghoren en focussering. Vinden hier veel innovaties plaats of is dit een beetje uitontwikkeld? 

Thielemans: “Drie jaar geleden heb ik met de CEO van een grote hoortoestelfabrikant gesproken. Je zag toen heel veel ontwikkeling op connectiviteit en toen heb ik gevraagd wanneer er eindelijk weer eens iets audiologisch wordt ontwikkeld op het gebied van spraakverstaan in rumoer. Dat hebben we denk ik de afgelopen jaren weinig gehad. Met corona is het meer gericht geweest op ontwikkelen van op-afstand-tools. Volgens mij is Phonak met de Lumity de eerste die dan weer – hoewel ik nog geen resultaten heb gezien – iets echt audiologisch ontwikkelt. De ontwikkeling rondom spraakverstaan, ruisonderdrukking heeft niet stilgestaan, maar de afgelopen jaren ging heel veel over connectiviteit. Eerst met de iPhone, met één bron, vervolgens met Android, vervolgens met twee bronnen. Dat is de afgelopen twee jaar denk ik veel ontwikkeld, terwijl op puur audiologisch vlak, zoals spraakverstaan in rumoer, naar mijn mening minder ontwikkeld is.”  

Polleunis is het daarmee eens en heeft inmiddels ook veel reacties gekregen op de Lumity. “Mijn persoonlijke gevoel was of spraakverstaan in rumoer nog beter kan. Vinden ze daar nog iets of zitten we echt op de uiterste mogelijkheden? En daar is nu, zo lijkt het wel, verandering in aan het komen. De Lumity was de enige die op de EUHA duidelijk demonstreerde weer aan spraakverstaan in rumoer  te werken. Wat ik merk in de praktijk is dat er nu mogelijkheden ontstaan voor slechthorenden om meer langs achter en van opzij te verstaan. Ik heb al zoveel hartverwarmende resultaten gehoord, dat ik dit echt wel weer een soort kantelpuntje vind. Dat ik denk ‘yes!’, er is echt hoop voor nog beter.” 

Wetenschap en praktijk 

Fabrikanten zetten hun innovaties graag in een positief daglicht, al dan niet ondersteund met onderzoek. Je kunt je afvragen hoe positieve resultaten tot stand komen en of ze ook kunnen worden gevalideerd. Is er naast feedback van hoortoesteldragers, de beleving, ook wetenschappelijk bewijs voor en kun je het begrijpen?  

Thielemans: “Fabrikanten hebben altijd wel white papers over de ontwikkelingen van hun toestellen. Als je puur naar het wetenschappelijk niveau kijkt is dat niet altijd heel sterk. Niet om negatief te doen, maar je merkt dat als je de white papers leest er nog best wel wat vragen opkomen. Dat is denk ik ook wel het geval als je dat onafhankelijk zou doen. Dan worden de hoortoestellen vaak niet bekend gemaakt. En voordat zoiets gepubliceerd is, is het eigenlijk alweer achterhaald en zijn er weer twee nieuwe updates of technieken gekomen.” 

White papers worden op de website van de fabrikanten gepubliceerd. Zou het sterker zijn als je echt vanuit onafhankelijk onderzoek kunt aantonen dat een bepaalde technologie echt werkt? 

Thielemans wil ook een andere kant belichten: “Zoals Conny al zegt, zijn er mensen die een grote stap ervaren. Weet je, je kunt zwaar wetenschappelijk onderzoek gaan doen, maar ik vind dat ervaringen van gebruikers in dit geval ook meegenomen worden. En soms is het niet altijd te vangen in keiharde data, omdat je meetinstrument niet gevoelig genoeg is om kleine variaties te meten. Ik zou het mooi vinden als er gezamenlijk gekeken wordt hoe we dan wel practice-based evidence kunnen verzamelen.” 

Wat gebeurt er in de praktijk, wat werkt wel en wat werkt niet

Polleunis: “Ook ik ben wetenschappelijk opgeleid en dan ben je nogal geneigd om je helemaal in te graven in wat er precies gebeurt. Uiteindelijk zijn er in het verleden ook momenten geweest waarop je van iets veel verwachtte en dan bleek het in de praktijk met slechthorende patiënten totaal niet te werken. En andersom ook. Wat vooral van belang is, voor mij in ieder geval, is wat vinden mijn patiënten er nou van? Wat gebeurt er in de praktijk, wat hebben zij eraan? Merken zij verschil of niet? En dat heb je best wel snel in de gaten. En dan wil ik daar geen cijfers op plakken, hè. Van zoveel procent spraakverstaanverbetering in die situaties, maar het soort hartverwarmende reacties waarvan ik sprak betekent heel veel. Ik hoor ook andere audiciens reacties geven op producten en daar hoor je heel snel wat wel en niet werkt. En die reacties komen over het algemeen erg overeen.” 

Thielmans refereert nog eens aan het onderzoek van PACT naar aanleiding van de Resound Air indertijd. “Dan heb je wel een onafhankelijk platform. Dat zou in samenwerking met een audiciensketen kunnen, om data te verzamelen en onderzoek te doen. Als je daarvoor funding hebt, zou het wat structureler ingezet kunnen worden.” 

Polleunis: “Maar dan is de vraag hoe snel het gaat. Als ik zoveel succesverhalen hoor uit de praktijk dan ben ik erg blij. Als dan uit onderzoek gaat blijken – 9 maanden later – dat het inderdaad zo was ben ik ook heel blij, maar ondertussen heb ik al een opvolger van dat toestel voor me liggen.” 

Toekomst met OTC’s en meer sensoren 

In september was het GAIN-event, een bijeenkomst van de Nederlandse brancheorganisatie van hoortoestelfabrikanten. Tijdens dat event zijn verschillende innovaties de revue gepasseerd, onder andere over self fitting. Thielemans geeft trainingen over toekomstige ontwikkelingen en bespreekt daarin ook de OTC’s, de over-the-counter hoortoestellen. “Als je ziet wat de reactie is van de meeste audiciens, dan denken ze dat het wel zal loslopen. En als ik op de EUHA kom, is bijna iedere fabrikant wel met het onderwerp bezig. Sony geeft aan een samenwerkingsverband te hebben met WSA en 3 weken later ligt het eerste Sony-toestel op de markt. Het verbaast mij hoe snel het gaat. Op de EUHA zie je een aantal fabrikanten die inzetten op een nieuwe lijn IHO’s. Voor mij is dat meer de springplank naar de OTC. Het is in Amerika behoorlijk hot en het is wat we in Europa meer gaan meekrijgen.” 

De hoortoestellenmarkt in de VS en Europa verschillen nogal, onder andere wat betreft verzekerde zorg en prijsstelling. 

Polleunis: “Ik ben benieuw wat het in Nederland gaat worden. Een gemiddelde prijs voor een OTC nu in Amerika is nog altijd hoger dan onze gemiddelde hoortoestelprijs in Nederland. Vergeet niet dat Nederland een heel goedkoop hoortoestellenland is, echt waar. Dus je kunt hier voor hetzelfde geld beter een fatsoenlijk ingesteld hoortoestel halen dan een OTC. Op het moment dat wij OTC’s gaan krijgen die veel goedkoper zijn – maar de vraag is hoeveel goedkoper kan het – ja, is het ook interessant, omdat het een groep gaat aanspreken die gewoon nog niet toe is aan de idee van een hoortoestel. Dan is het misschien beter dat ze het opstapje pakken langs een OTC en later toch naar dat hoortoestel gaan dan dat ze helemaal niks doen. Zo even mijn persoonlijke mening, niet vanuit een stressgedachte dat we hier worden overspoeld met OTC’s. Maar ik ben wel heel benieuwd wat er gaat gebeuren.”  

Een andere ontwikkeling is de toename van sensoren in (toekomstige) hoortoestellen, waarmee fabrikanten de markt op komen. Ook hier speelt AI weer een grote rol. Thielemans geeft een aantal voorbeelden: “EEG-signalen meten, hartslagmetingen, zuurstofsaturatie, temperatuurmetingen, al dat soort dingen is in de hearables gestopt. Door patentaanvragen te onderzoeken weet je waar fabrikanten mee bezig zijn. Dus ja, de kans is groot dat er nog steeds meer sensoren bij komen. Hoortoestellen kunnen dan heel persoonlijk op maat gemaakt worden.” 

Polleunis: “Vanuit de gedachte van comorbiditeit is het denk ik ook goed om verder te gaan reiken dan alleen audiologie. Hoe mooi zou het zijn als we nog meer kunnen betekenen? En dan bedoel ik niet dat wij ineens huisarts worden als audioloog of audicien, maar wel dat je mensen het goede pad kunt wijzen als een soort extra dienst. Want uiteindelijk moeten we onze ogen niet sluiten voor al die comorbiditeiten die er kunnen zijn.” 

Samenwerking 

Wat vinden beide experts nu het belangrijkste dat we uit de innovaties kunnen leren? 

Thielemans: “Er staan gewoon hele leuke dingen op het programma. Er komen een heleboel ontwikkelingen aan. Het vak wordt alleen heel complex. Bij trainingen grap ik  ‘Tien jaar geleden waren jullie hoortoestelexpert, nu zijn jullie hoortoestelexpert en mobiele-telefoonexpert en over 5 jaar zijn jullie EEG-expert, valdetectie-expert en alles erbij.’ En dan zie je mensen denken.” 

We moeten veel meer denken aan wat wij samen kunnen betekenen voor de slechthorenden

Polleunis: “Er zijn veel mensen betrokken in de zorg en die zijn allemaal op een hele leuke en interessante manier met audiologie bezig, ieder vanuit hun eigen uitganspunt. Wat ik het mooiste vind is als al die partijen gewoon op een gelijkwaardig, toegankelijk niveau met elkaar samenwerken. We moeten veel meer denken aan wat wij samen kunnen betekenen voor de slechthorenden. Dan wordt onze audiologisch wereld ten behoeve van de patiënt of klant alleen maar mooier. En dan kunnen we die uitdaging van complexiteit en ontwikkelingen en wat het doet in de praktijk heel goed met z’n allen aan.” 

Thielemans: “Volledig mee eens en dat past helemaal binnen mijn idee over audiologie. Vooral het samenwerken wil ik graag meer promoten. De afstand tussen audiciens en audiologen is de laatste jaren eigenlijk soms te groot geworden naar mijn mening. Daar is de slechthorende niet bij gebaat.” Polleunis sluit af met “Krachten bundelen!”