Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
PROEFSCHRIFT: Afstemmen van kindgerichte spraak op wat het kind nodig heeft

PROEFSCHRIFT: Afstemmen van kindgerichte spraak op wat het kind nodig heeft

Fijne lexicale aanpassing van de kindgerichte spraak: een groep goed horende kinderen vergeleken met een groep kinderen met een CI

22 november 2022 - Leestijd 1 - 4 minuten

Op 25 november 2022 promoveerde Lotte Odijk aan de Universiteit Antwerpen op haar proefschrift: 'Tailoring the input to children's needs. Fine lexical tuning in infant directed speech: normally hearing infants and hearing impaired infants with a cochlear implant'.

page.header_image.alt

We spreken vaak anders tegen kleine kinderen dan tegen volwassenen: dit noemen we kindgerichte spraak. Dit doen we om verschillende redenen: om de aandacht van het kind te trekken en te houden, om affectie te tonen en om het kind te helpen de taal onder de knie te krijgen. Dit proefschrift onderzoekt kindgerichte spraak gericht op normaalhorende (NH) kinderen en kinderen met een cochleair implantaat (CI).

Het proefschrift had tot doel de ontwikkeling van kindgerichte spraak van de ouders gedurende de eerste twee levensjaren van het kind te onderzoeken en spraak gericht aan kinderen met CI te analyseren en te vergelijken met spraak gericht aan NH-kinderen. We waren vooral geïnteresseerd in kindgerichte spraak als een dynamisch fenomeen. Ouders lijken hun taal aan te passen aan het taalniveau, en dan wel specifiek het woordgebruik, van hun kind. Hierbij maken ze gebruik van fijne lexicale afstemming.

 

Lotte Odijk

Lotte Odijk

In het proefschrift is onderzocht hoe ouders fijne lexicale afstemming gebruiken in verschillende aspecten van hun spraak, namelijk zinslengte, articulatie en het gebruik van grammaticale verbuigingen. Dit is onderzocht door het gebruik van bepaalde woorden in ouders spraak te vergelijken met de woordgeboortes van de kinderen. Wanneer een kind voor het eerst een woord gebruikt, spreken we van een woordgeboorte. In dit onderzoek vergelijken we het gebruik van een bepaald woord vanaf negen maanden voor de woordgeboorte en volgen we de evolutie tot zes maanden na woordgeboorte. Wat blijkt? Ouders gaan in de periode voor de woordgeboorte onder andere steeds duidelijker de klinkers articuleren, tot het moment dat hun kind het woord zelf uitspreekt. Daarna wordt de articulatie van de klinkers van dat bepaalde woord weer een stuk minder helder uitgesproken.

Ook in andere aspecten werd fijne lexicale afstemming gevonden, zoals bij de zinslengte en het gebruik van grammaticale verbuigingen. Ouders lijken impliciete kennis te hebben van de woorden die hun kinderen aan het leren zijn en passen hun spraak specifiek aan de woordkennis van hun kind aan. Bovendien toonde dit proefschrift aan dat ouders hun spraak aanpassen aan de hoorstatus van hun kind, aangezien ouders van kinderen met CI spreken met kortere zinnen, duidelijkere articulatie en met minder woordverbuigingen.

Voorzijde proefschrift van Lotte Odijk

Voorzijde proefschrift van Lotte Odijk

Verwijzing naar proefschrift

Voor meer informatie kunt u hier na 25 november 2022 het proefschrift downloaden. 

Lotte Odijk heeft op Bladspiegel een interview gegeven over haar onderzoek. Lees dat interview hier terug.