Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
Nederlands Gebarencentrum bestaat 20 jaar (2016)

Nederlands Gebarencentrum bestaat 20 jaar (2016)

11 juni 2016 - Leestijd 5 - 10 minuten

Een interview met Trude Schermer.

Het Nederlands Gebarencentrum bestaat twintig jaar. Er zijn afgelopen jaren duizenden gebaren vastgelegd en toegankelijk gemaakt, waarvan een groot deel nieuw ontwikkeld is. Gebaren zijn trendy in Nederland, maar de positie van de Nederlandse Gebarentaal als taal is kwetsbaar. “Gebaren lijken soms een speeltje van horenden. Wij vinden het prima dat gebarentaal van iedereen is, maar je kunt het niet van iedereen goed leren”, zegt bestuurder Trude Schermer van het Nederlands Gebarencentrum.

Kasten vol cursusmateriaal, een database met bijna 20 duizend gebaren, 200 duizend filmpjes en honderden cursussen en workshops. Een greep uit de resultaten van twintig jaar Nederlands Gebarencentrum. Uitgangspunt bij al dit werk is altijd geweest dat gebarentaal van dove mensen is. Zij hadden, en hebben nog steeds, een belangrijke rol bij het ontwikkelen van gebaren.
Trude Schermer is trots op de prestaties van haar team dove en horende medewerkers. “Wij zijn in Europa een uniek instituut met een online woordenboek waar dagelijks gebaren bij komen.” Enthousiast blikt ze terug hoe die tot stand is gekomen. “Wij zijn nu een onafhankelijke organisatie, maar begonnen onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van de doveninstituten. Die wilden destijds landelijk cursusmateriaal in Nederlandse Gebarentaal. Later, toen we in 2004 subsidie kregen van het ministerie van OCW, zijn we een lexicon gaan ontwikkelen. Voor onze oprichting was er al een eerste inventarisatie gemaakt van de gebarenschat in de dovengemeenschap. Die zijn wij verder gaan ontwikkelen.” Ze vervolgt: “Tot de jaren tachtig van de vorige eeuw was gebarentaal het domein van de dovengemeenschap. Zij hadden echter niet het gevoel dat het een echte taal was. Horenden bemoeiden zich er niet mee, of wezen het af. Op een gegeven moment werd de taal door horenden ontdekt en ontstond er een dialoog tussen horende linguïsten en doven over de ontwikkeling van gebarentaal. Het was voor ons toen vanzelfsprekend dat doven gebaren zouden ontwikkelen en die lieten zien op filmpjes. Ik stelde hierbij als taalkundige vragen, maar oordeelde niet of een gebaar goed was.”

Beschrijving van het Nederlands GebarenCentrum

De visie om doven een dominante rol te geven in het ontwikkelen van gebaren werd breed gedragen. Ook kregen zij een belangrijk rol in het onderwijzen van de Nederlandse Gebarentaal. Engels leer je tenslotte het beste van Engelsen en gebarentaal het beste van doven was de redenering. Ook werd de roep om erkenning van NGT steeds luider en de doveninstituten deelden de visie dat NGT een dominante positie moest krijgen in het taalaanbod aan hun dove leerlingen.
Het is echter anders gelopen, stelt Schermer en ze legt uit: “De komst van de CI heeft het perspectief veranderd. Medici beoordelen de taalontwikkeling van kinderen vanuit medisch perspectief en de druk uit die wereld is groot. Hun visie is dat jonge kinderen met CI zoveel mogelijk gesproken taal aangeboden moet worden, maar zeker geen Nederlandse Gebarentaal. Gevolg hiervan is dat tweetaligheid naar de achtergrond is verdwenen, terwijl de komst van CI vanuit een linguïstisch perspectief echt tweetalig aanbod juist had kunnen vergrotenVoor losse gebaren, in de vorm van NmG, geldt dit echter niet, sterker nog, die worden steeds populairder. Neem als voorbeeld de babygebaren.” Schermer is ervan overtuigd dat hierdoor de taalvaardigheid van dove kinderen verschraalt. “Onderzoek leert dat kinderen met CI de intonatie van gesproken taal niet horen, waardoor ze de nuance missen. Tegelijkertijd ontwikkelen ze onvoldoende vaardigheden in de Nederlandse Gebarentaal. Oftewel: je biedt de essentie van taal niet aan. We weten niet wat de gevolgen hiervan zijn omdat de generatie die zo is opgeleid nog jong is. Ik maak me vooral zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van deze generatie.”

Foto: Monte Gardenier

De bestuurder van het Gebarencentrum erkent dat kiezen voor tweetaligheid of gesproken taal voor dove kinderen met een CI lastig is. “Ik beoordeel het vanuit het perspectief van taalontwikkeling en NGT, voor ouders is het echter veel ingewikkelder. Natuurlijk begrijp ik dat ze voor een CI kiezen als hun kind doof is. Als je zelf horend bent en spreekt dan wil je dat je kind dat ook doet. Al is mijn ervaring dat ouders enorm veel willen investeren in hun kind en daarom ook gebarentaal willen leren. Ik begrijp ook de dilemma’s van de doveninstituten. Hun doelgroep is de laatste jaren veranderd. Veel van hun leerlingen, bijvoorbeeld die slechthorend zijn, TOS of een vorm van autisme hebben, hebben wel baat bij gebaren, maar niet bij NGT. Je ziet dat het percentage dove leerlingen sterk gedaald is en er weinig geïnvesteerd is in dove leerkrachten en tweetaligheid.”
Schermer bespeurt een soort van tegenstrijdigheid. “Gebaren zijn van iedereen geworden, maar de rol van NGT en de positie van doven is onduidelijk. We krijgen iedere week verzoeken van uiteenlopende organisaties of ze de gebaren uit onze database mogen gebruiken. Nederlands met Gebaren wordt steeds belangrijker. Gebaren zijn trendy. Tegelijkertijd zie je dat NGT wordt geaccepteerd, maar de consequenties vaak niet. Ik vind het prima dat de gebarentaal van iedereen is, maar je kunt niet van iedereen goed gebarentaal leren. Daar wordt erg makkelijk over gedaan door sommigen. Op YouTube staan filmpjes in gebarentaal die de doven hier niet begrijpen. Gebarentaal mag geen speeltje zijn van horenden.”
Op de vraag waarom ze de volwaardige positie van doven zo benadrukt, zegt Schermer: “Voor mij gaat het niet alleen om de taal zelf, maar ook om de positie van de gebruikers. Die twee zijn voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden.” Daarom is ze ook blij met de ratificatie van het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap door de Tweede Kamer begin dit jaar. “De overheid moet NGT meer gaan inzetten. Ik hoop dat NGT door de ratificatie een steviger positie krijgt.” Over de toekomst van het Nederlands Gebarencentrum is Schermer kort in een eerste reactie. “Het beleid continueren”, zegt ze. “En we blijven ons hard maken voor de NGT.”