Na een aantal jaren gewerkt te hebben als lerares Engels, ging zij orthopedagogiek studeren aan de Universiteit van Utrecht. Zij studeerde cum laude af op een scriptie over taaltherapie bij kinderen met een grammaticale achterstand. Haar proefschrift betrof de grammaticale ontwikkeling van Nederlandse kinderen tot vier jaar. De promotie vond plaats op de Katholieke Universiteit Nijmegen onder supervisie van Pim Levelt. Als praktiserend orthopedagoog werkte zij op de afdeling Foniatrie van het Academisch Ziekenhuis van Utrecht en in het Speciaal Onderwijs voor kinderen met spraak- en taalstoornissen en slechthorendheid (Bertha Mullerschool en de Taalkring in Utrecht). Daarnaast en daarna hield zij zich bezig met het ontwerpen of bewerken van een spontane taalanalysemethode, lees- en taaltherapiemethodes en taaltestontwikkeling. Haar laatste onderzoek betreft de diagnose van taalstoornissen bij meertalige kinderen en het effect van het leren van versjes op de taalontwikkeling in de reguliere kleuterklas.