Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
De Testwijzer
9 april 2016 - Leestijd 15 - 20 minuten

In dit artikel wordt de achtergrond van de TestWijzer toegelicht. De TestWijzer is een overzicht van diagnostisch instrumentarium op het gebied van spraak-taaldiagnostiek voor kinderen in de leeftijd van 0;6 tot 15;11 jaar. De TestWijzer is ontwikkeld op het Audiologisch Centrum (AC) van Kentalis te Sint-Michielsgestel en is sinds april 2016 beschikbaar via OpenAC.

page.header_image.alt

Werkwijze spraaktaalteam Audiologisch Centrum

Bij AC’s worden kinderen gezien voor multidisciplinaire diagnostiek vanwege problemen in de spraak-taalontwikkeling. Omdat zoveel ontwikkelingsgebieden een rol spelen bij de spraak-taalontwikkeling, is het raadzaam om bij tekorten in die ontwikkeling en vermoedens van onderliggende of instandhoudende problematiek, door te verwijzen voor nader onderzoek. Ook wanneer een kind al langer dan een half jaar in logopedische behandeling is en onvoldoende vooruit gaat, is nader onderzoek aangewezen.

Wanneer een kind is aangemeld voor multidisciplinaire spraak-taaldiagnostiek bij een AC, vindt een intake plaats. In de intake wordt informatie verzameld over de spraaktaalproblemen en de gevolgen in het dagelijks leven. De hulpvraag staat centraal. Het multidisciplinair team gebruikt het raamwerk van de International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) om een ‘foto’ te maken van het kind in zijn omgeving. Er wordt informatie verzameld over:

  • de stoornis (bv een stoornis in de taalvorm)
  • de beperking op activiteitenniveau (kind van 5 jaar maakt zinnetjes van 3 woorden lang)
  • de participatie/hoe het kind met deze stoornis functioneert bij verschillende activiteiten in verschillende situaties (kind kan zich in het kringgesprek niet duidelijk maken, kind kiest voor jongste kleuters om mee te spelen, kind kan niet om hulp vragen met woorden).
  • de persoonlijke en externe factoren (kind is teruggetrokken, leerkracht weet niet hoe ze het kind kan helpen om vragen te stellen).
Foto: Edith Hofsteede

vervolgtekst deel1

Vanuit deze ‘foto’ van het kind en de hulpvraag worden de onderzoeksvragen geformuleerd voor de multidisciplinaire diagnostiek bij het AC. Het onderzoek naar de spraak-taalontwikkeling wordt veelal uitgevoerd door een logopedist. De logopedist maakt een keuze uit diagnostisch instrumentarium om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. Het onderzoek wordt vervolgens afgenomen en de resultaten worden geïnterpreteerd. In multidisciplinair overleg worden de gegevens uit de intake en onderzoeken besproken en wordt, zo mogelijk, een diagnose gesteld. Vervolgens worden handelingsgerichte adviezen gegeven, waarmee bijvoorbeeld de ouders, school of een behandelaar weer verder kunnen.

Totstandkoming TestWijzer

Totstandkoming TestWijzer

Bij elke nieuwe cliënt bepaalt de logopedist welke onderzoeksinstrumenten geschikt zijn om een onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden. Jarenlang was er alleen de Taaltest voor Kinderen. Later kwamen de Taaltoets Allochtone Kinderen en de Reynell en de Schlichting. Na 2010 kwamen veel nieuwe tests op de markt. De behoefte aan overzicht groeide. In 2011 is daarom door het AC van Kentalis in Sint-Michielsgestel het initiatief genomen om informatie over onderzoeksinstrumenten te gaan schematiseren, om zodoende de testkeuze transparanter te maken. De start van de TestWijzer was gemaakt.

De testwijzer maakt een transparante keuze uit een grote hoeveelheid logopedische onderzoeks- instrumenten mogelijk

Na de eerste presentatie op het Siméacongres in 2012 is de TestWijzer steeds verder uitgebreid met testen, vragenlijsten, observatie-instrumenten en spontane taalanalysemethoden. De uitgebreide TestWijzer werd tijdens de conferentie Dalfsen 4 in 2013 door de AC’s dusdanig enthousiast ontvangen dat de FENAC (de branche-organisatie voor de AC’s) de wens uitte om het papieren schema om te zetten in een digitaal keuzemodel, beschikbaar voor alle AC’s. Deze wens werd ondersteund vanuit het Platform Taalspraak, het multidisciplinaire expertplatform waarvan de leden afkomstig zijn uit de diverse spraaktaalteams van de AC’s in Nederland. In 2014 zijn Kentalis en de FENAC van start gegaan om de TestWijzer te digitaliseren. Sinds kort is de digitale TestWijzer beschikbaar via OpenAC.

Screenshot van de TestWijzer

Screenshot van de TestWijzer

Kort overzicht van de opzet van de TestWijzer

Kort overzicht van de opzet van de TestWijzer

In de TestWijzer is de leeftijd van het kind het eerste selectiecriterium. Bij deze leeftijd kunnen vanuit de TestWijzer instrumenten vergeleken en geselecteerd worden op basis van verschillende kenmerken:

  • Welk linguïstisch aspect wordt gemeten? Dit kan zijn: A1 spraakproductie, A2 spraakperceptie, A3 morfo-syntactische of grammaticaal-linguïstische kennisontwikkeling (taalvorm), A4 lexicaal-semantische kennisontwikkeling (taalinhoud), A5 pragmatiek (taalgebruik). In de vroege taalontwikkeling (voor 2 jaar) zijn er instrumenten waarmee de gehele taalontwikkeling gemeten wordt. Er wordt gekeken of het instrument algemeen naar communicatieve ontwikkeling kijkt of specifiek naar taalbegrip en/of taalproductie.
  • Meet het instrument receptieve (begrips-) of expressieve (productieve) vaardigheden?
  • Wat is de meetpretentie? Bijvoorbeeld actieve woordenschat of tekstbegrip.
  • Wat voor soort instrument is het? Dit kan een test/toets, vragenlijst/invullijst, spontane taalanalyse of observatieinstrument zijn. Observatie-instrumenten verschillen van tests omdat ze geen normering hebben. Bij deze instrumenten moet de onderzoeker zelf interpreteren of het kind normaal of afwijkend presteert. Voorbeelden van observatie-instrumenten: de Metaphon-screening, het Hodson & Paden onderzoek, het NAO Logo-Art en de observatielijst communicatieve functies (Kingma). Ook alternatieve methoden voor onderzoek bij meertaligen, bijvoorbeeld het herhaald afnemen van een test voor Nederlandstalige kinderen, zijn als observatie-instrumenten opgenomen.

De testwijzer kent een indeling in pakketten; het minimale pakket levert binnen twee uur een volledig taalbeeld op

  • Voor wie zijn de normen bruikbaar? Er wordt aangegeven of er normen zijn voor meertalige kinderen met Nederlands (T2) of vooral de moedertaal (T1) als thuistaal. Ook is bekeken of er een bodemeffect is op een bepaalde leeftijd. Er kan dan een ‘gemiddelde’ prestatie worden geleverd, door geen enkel item goed te beantwoorden. In zo’n geval is het niet zinvol om de test af te nemen. Het levert immers weinig informatie op over het functioneren van het kind. De test is eigenlijk te moeilijk voor kinderen van deze leeftijd.
  • Heeft het instrument een COTAN-kwalificatie en welke kwalificatie is het? Wanneer een kind meer zorg nodig heeft, of ondersteuning in het onderwijs, is de betrouwbaarheid van de gegevens extra belangrijk en is het raadzaam om waar mogelijk COTAN-goedgekeurde instrumenten te gebruiken. Er zijn ook tests, vragenlijsten en spontane taalanalysemethoden die geen goede beoordeling hebben gekregen, of die helemaal niet ter beoordeling zijn aangeboden. Ook deze kunnen, mits goed beargumenteerd, gebruikt worden in de diagnostiek van spraak-taalproblemen. Voorbeelden zijn de N-CDI vragenlijsten, de NPT en de RTNA.
  • Is het instrument onderdeel van een samengestelde score? CELF-onderdelen die de kernscore vormen, de Taalvorm Index en Taalinhoud Index zijn apart te selecteren.
Foto: Edith Hofsteede

Pakketten

Pakketten

Bij de TestWijzer kan een keuze worden gemaakt uit pakketten. Objectieve informatie vanuit de testhandleidingen en vanuit de COTAN is terug te vinden in de TestWijzer. Naast deze objectieve informatie is bij de indeling in pakketten subjectieve informatie gebruikt. De indeling in pakketten bestaat voor Nederlandstalige en voor meertalige kinderen. Er is een minimaal pakket en een aanvullend pakket geformuleerd. Bij het minimale pakket kan een volledig taalbeeld worden verkregen in maximaal 2 uur onderzoekstijd. De pakketten zijn tot stand gekomen, door de volgende items na te gaan:

  • Is het instrument kindvriendelijk? Voor het ene kind kan dit een test zijn die speels en vrij is, zoals de Schlichting Test voor Taalbegrip. Voor een gemakkelijk afleidbaar kind kan een meer gestructureerde test, bijvoorbeeld de CELF Begrippen en Aanwijzingen Volgen beter passend zijn.
  • Wanneer is de test genormeerd? Houdt er rekening mee dat normen verouderen, en dat de interpretatie van de resultaten hierdoor moeilijker wordt.
  • Geeft de test meer informatie dan alleen of het kind al dan niet gemiddeld presteert? Bij sommige tests kun je goed behandeldoelen afleiden uit het scorepatroon, soms zelfs ondersteund door de handleiding zoals bij de CELF-4-NL. De tekstbegriptaak van de CELF-4-NL geeft meer kwalitatieve informatie dan de tekstbegriptaakvan de TAK.
  • Is de test betrouwbaar? Bij sommige tests is er geen enkele twijfel mogelijk over de scoring en interpretatie van de antwoorden van het kind. Bij andere tests, zoals de TAK Woordomschrijving en Verteltaak, zijn de scoringsvoorschriften onduidelijk. Wanneer een andere logopedist de taak scoort, kan een betere prestatie ook het gevolg zijn van een andere manier van beoordelen.
  • Kan met het onderzoekspakket op elk gewenst linguïstisch aspect de prestatie gemeten worden? Het minimale pakket is gebaseerd op een algemene vraag naar het niveau van de spraak-taalontwikkeling. Vooral de aspecten A3 en A4 worden onderzocht, zowel receptief als productief. Waar mogelijk wordt het auditief geheugen gemeten. Als er aanwijzingen zijn voor problemen in spraakproductie, spraakperceptie of pragmatiek, zijn daar aanvullende pakketten voor.
  • Is er de mogelijkheid om een samengestelde score zoals een kernscore, een indexscore of een taalquotiënt te berekenen? Deze scores of quotiënten kunnen aanvullende informatie geven en worden soms geëist voor toegang tot zorg of speciaal onderwijs. In een enkel cijfer wordt dan een uitspraak gedaan over algemeen taalvermogen of over algemene prestaties op een enkel taalaspect.
  • Is het pakket afgestemd op talige eisen uit de omgeving? Bij oudere kinderen is het zinvol om na te gaan of het kind vaardigheden kan integreren. Het taalbegrip wordt dan op het niveau van tekstbegrip in kaart gebracht. Ook vertelvaardigheden zijn belangrijk om na te gaan.
Foto: Edith Hofsteede

De TestWijzer in de praktijk

De TestWijzer in de praktijk

Aan de hand van een tweetal casussen hieronder wordt het gebruik van de TestWijzer toegelicht.

Casus Saar (3;0 jaar)

Saar lijkt niet alles te begrijpen wat moeder zegt. Ze spreekt in korte, kromme zinnetjes. Op de Peuterspeelzaal is ze heel kort bezig met een spelletje. Ze heeft weinig aandacht voor wat er gezegd wordt. Het valt de leidster op dat Saar zo weinig woordjes kent. Tijdens spelen gaat ze snel huilen als een ander kindje met hetzelfde materiaal wil spelen. Thuis met haar oudere broer gaat het spelen prima. Ouders en de leidster willen graag weten hoe ze Saar kunnen helpen beter te gaan praten. De consultatiebureauarts heeft haar verwezen naar het AC. Als de TestWijzer voor een 3 jarige wordt bekeken, is er de keuzemogelijkheid voor 22 testonderdelen en 14 observatie instrumenten. Het minimale pakket maakt een voorselectie, die naar believen kan worden aangepast. Deze voorselectie minimaliseert de keuze tot 3 testonderdelen waarin taalbegrip, woordenschat en zinsbouw in kaart worden gebracht, aangevuld met een oudervragenlijst.

De uitgebreide testwijzer wordt enthousiast ontvangen door de spraak-taalexperts van de AC’s

Er is in het minimale pakket gekozen voor speelse, kindvriendelijke tests, passend bij de leeftijd. De tests geven de mogelijkheid een taalquotiënt uit te rekenen waarmee een algemeen oordeel over de taalvaardigheid wordt gegeven. Er worden verschillende linguïstische aspecten bekeken (A3, A4), zowel receptief als productief. Er is gekozen voor recent genormeerde tests met een goede/voldoende COTAN-kwalificatie.

 

Casus Daniel (6;0 jaar)

Daniel wordt meertalig opgevoed. De eerste 2 levensjaren heeft moeder thuis de moedertaal gesproken. Vader sprak Nederlands van redelijke kwaliteit met de kinderen, maar was weinig thuis. Toen Daniel naar de peuterspeelzaal ging, is ook moeder steeds meer Nederlands tegen de kinderen gaan praten. Onderling spreken ouders de moedertaal. Ouders geven aan dat Daniel een late prater was. Het Nederlands lijkt zijn sterkste taal te zijn. Hij lijkt alles op zijn eigen tempo te doen. De leerkracht vindt het niveau van het Nederlands zwak en vraagt zich af of dat past bij de meertaligheid. Is groep 3 mogelijk of niet? Op school is hij een vriendelijke, hardwerkende jongen. Daniel maakt gemakkelijk vriendjes en speelt veel buiten. Als de TestWijzer voor een 6;0 jarig meertalige kind met de thuistaal Nederlands (T2) wordt bekeken, is er de keuzemogelijkheid voor 17 testonderdelen. Het minimale pakket meertaligen maakt een voorselectie, die naar believen kan worden aangepast. In het minimale pakket is gekozen voor tests met normen voor meertaligen. Er worden verschillende linguïstische aspecten bekeken (A3, A4), zowel receptief als productief. Daarnaast is gekozen voor een pseudowoordentest en een auditief geheugentest als voorspellers voor een taalstoornis (A2). Beiden zijn voorwaarden voor taalontwikkeling. In totaal zijn 9 testonderdelen onderdeel van het minimale pakket meertaligen voor deze 6;0-jarige. Vanwege het bodemeffect van de TAK die COTAN-gekwalificeerd is, moet bij een enkel onderdeel uitgeweken worden naar een alternatieve test om een volledig beeld te krijgen van de taalvaardigheid. Dit kan met de Cito Toets Tweetaligheid.

Op zoek naar meer informatie over testgebruik

Op zoek naar meer informatie over testgebruik

Op internet is informatie te vinden over taaltests,  bijvoorbeeld op de website www.taalexpert.nl en in het schema Taaltestkwalificaties (Zoons, 2014). Voor meer informatie over de achtergronden en het gebruik van de TestWijzer kan een korte cursus of workshop gevolgd worden.

Literatuur

Literatuur

Buekers, R. & Degens, H. (2007). Classificatie van kinderen met taalontwikkelingsstoornissen op het Audiologisch Centrum. Stem- Spraak- en Taalpathologie, 15, 53-66.

Protocol “Multidisciplinaire diagnostiek bij taal-/spraakproblemen” (‘KITS-2’), vastgesteld ALV FENAC d.d. 11-11-2005. Verkregen op 29-8-2017 van https://www.fenac.nl/site/assets/files/1183/fenac-kits-2.pdf.   

Zoons, M. (2014). Taaltestkwalificaties (TTQ). Adelante audiologie communicatie, Hoensbroek. Verkregen op 7-5-2015 van www.adelante-zorggroep.nl/media/166237/Taaltestkwalificaties-2014.pdf.