Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
Preventie van gehoorschade bij jongeren

Preventie van gehoorschade bij jongeren

8 augustus 2015 - Leestijd 5 - 10 minuten

Naar aanleiding van een onderzoek van het AMC kwam de Nationale Hoorstichting in april 2015 met het bericht dat 25% van de jongeren tussen 12 en 25 jaar gehoorverlies zou hebben. Er is discussie over de precieze percentages, maar samen met de Hoorstichting roepen de betrokken professionals de overheid op tot de totstandkoming van een landelijk actieplan tegen gehoorschade. 

page.header_image.alt

Het persbericht van de Nationale Hoorstichting op 10 april 2015 heeft direct de aandacht getrokken. Het was zelfs de opening van het achtuurjournaal van de NOS. Uiteraard is de aandacht voor gehoorverlies door te hard (muziek)geluid bij jongeren van groot belang, maar het leidde ook meteen tot vragen bij o.a. de Nederlandse klinisch fysici-audiologen of de aantallen inderdaad wel zo groot zijn. De audiologen ondersteunen de oproep voor een actieplan gericht op het voorkomen van gehoorschade door te hard (muziek)geluid. Zij willen ook duidelijk maken dat er kanttekeningen zijn te plaatsen bij de berichtgeving van de Hoorstichting.

Het rapport van het AMC en de toelichting laat namelijk niet zien dat 25% van alle Nederlandse jongeren slecht hoort, maar wel dat uit de internettesten blijkt dat een grote groep van jongeren problemen heeft met spraakverstaan in lawaai. Dit neemt niet weg dat aandacht voor gehoorschade door te hard (muziek)geluid noodzakelijk blijft. Gehoorschade heeft immers een leven lang impact op het welzijn en functioneren.

Kanttekeningen op basis van het rapport van het AMC

De onderzoekers van het AMC geven in het Rapport Online Hoortesten 2010-2014 zelf aan dat niet bekend is of de deelnemers aan het onderzoek representatief zijn voor de Nederlandse jeugd. Dit betekent vanuit wetenschappelijk oogpunt dat de resultaten niet noodzakelijk gelden voor álle Nederlandse jongeren. Er zijn weliswaar meer dan driehonderdduizend hoortesten onderzocht, maar er is geen sprake van een statistisch representatieve steekproef voor Nederland.

Het staat wetenschappelijk onomstotelijk vast dat de kans op gehoorschade als gevolg van te hard (muziek)geluid afhankelijk is van de hoogte van de geluidsbelasting en de duur.

Bijlage 3 van het AMC-rapport laat echter zien dat de gemiddelde score op de online hoortesten in de periode van 12-25 jaar beter wordt. In het rapport wordt terecht als mogelijke verklaring gegeven dat het gehoor van jongeren nog in ontwikkeling is. Dit betekent dat jongeren, naarmate zij ouder worden, beter gaan scoren op de online hoortesten. Een gelijke bevinding is ook opgenomen in het RIVM-rapport dat in 2013 is opgesteld op verzoek van de Staatssecretaris van VWS. In dat rapport wordt verwezen naar een onderzoek waaruit blijkt dat het grootste deel van de gehoorafwijkingen die op 11- en 14-jarige leeftijd werden geconstateerd, niet meer werden gevonden op 18-jarige leeftijd.

Dit betekent dat niet is uit te sluiten dat de uitkomsten van de online hoortest beïnvloed zijn door het zich nog ontwikkelende gehoor van de jongeren. In afwachting van nader onderzoek is het dus gewenst om enige terughoudendheid te betrachten bij het doen van uitspraken over de jongere deelnemers. Dit wordt ondersteund door de publicatie van Carter die in 2014 in het wetenschappelijk tijdschrift Ear & Hearing (Vol. 35, pp. 491-505) een review geeft van 265 wetenschappelijke artikelen. Carter concludeert dat er op dit moment nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs is voor uitspraken over alle jongeren.

Foto: Pixabay

Aandacht voor preventie is en blijft noodzakelijk

Bovenstaande wil nog niet zeggen dat er niets aan de hand is. Het AMC-onderzoek laat immers zien dat er bij 7- 8% van de deelnemende jongeren sprake is van een significant slechte(re) score op de online hoortest. Dit is op zichzelf al een grote groep van 15.000 kinderen. Deze jonge mensen moeten hun hele leven verder met een blijvende piep of suis in het oor en mogelijk forse problemen met verstaan in vaak voorkomende moeilijke luistersituaties met galm en lawaai. Dit vormt niet alleen een belemmering in de privésituatie maar belemmert hen ook om onderwijs te volgen en breder maatschappelijk te functioneren. Een probleem dat grotendeels voorkomen had kunnen worden als de blootstelling aan harde muziek of ander lawaai beperkt was gebleven. Daarom is het gewenst dat er een actieplan komt dat zich richt op goede voorlichting aan ouders en jongeren. Daarbij is het des te belangrijker dat ook bij ‘reguliere’ schoolactiviteiten bewust wordt omgegaan met geluid.

In 2012 heeft de Kring Klinische Audiologie (KKAu) van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica (NVKF) in samenspraak met de Nationale Hoorstichting de Expert Opinion Music Induced Hearing Loss opgesteld. Deze kan gebruikt worden om bijvoorbeeld in het onderwijs aandacht te besteden aan:

  • Beperking van geluidsniveaus in het primair en voortgezet onderwijs tijdens een schoolfeest/disco met muziek dat wordt georganiseerd onder verantwoordelijkheid van een schoolbestuur of leerlingenvereniging. Alle kinderen moeten aan deze activiteit kunnen deelnemen in de wetenschap dat zij juist op school geen risico lopen voor gehoorschade. Op basis van de huidige inzichten (ARBO) is 80 dB(A) het meest veilige vertrekpunt en kan op basis van de expert opinion een dosis van 88 dB(A) gezien worden als bovengrens.
  • Aandacht voor muziekbeleving, gehoorschade en preventie als onderdeel van het lespakket muziek voor het voortgezet onderwijs.
  • Aandacht voor gehoorschade, preventie en de beleving van zachte en harde muziek als verplicht lespakket voor de conservatoria met opleiding voor zowel klassieke als lichte muziek.

Samenvattend, op basis van het onderzoeksrapport van het AMC, is er geen wetenschappelijke onderbouwing voor de conclusie dat één op de vier jongeren in Nederland gehoorschade heeft. Dat neemt niet weg dat we gezamenlijk moeten optrekken om een nationaal actieplan van de grond te krijgen.

Oproep aan de politiek

De Nationale Hoorstichting heeft in april een oproep gedaan aan de Staatsecretarissen Van Rijn van VWS en Dekker van OCW om een actieplan te ontwikkelen. Namens de Nederlandse Vereniging voor Audiologie (NVA) en de KKAu-NVKF is een brief gestuurd naar Staatssecretaris Van Rijn en Tweede Kamerlid Agnes Wolbert (PvdA). Zij is lid van de Kamercommissie VWS en zeer bezorgd over de mogelijke gevolgen van te hard muziekgeluid. Wolbert heeft via een motie aan Van Rijn gevraagd om een structureel actieplan, dus niet een onderzoekje of een convenant met de muziekindustrie.    

De brief van de NVA/KKau aan de politiek heeft er nu toe geleid dat er goede contacten zijn ontstaan met de Hoorstichting, haar adviseurs en het Kamerlid. Ja, er is een discussie over aantallen mogelijk, maar het gaat er echt om dat elke jongere die gehoorschade oploopt er een teveel is.