Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
Interventie bij meertalige peuters met TOS
  • Artikel
  • Interventie
  • Meertaligheid
  • TOS

Interventie bij meertalige peuters met TOS

13 februari 2016 - Leestijd 25 - 35 minuten

Hoe kun je jonge kinderen met een taalontwikkelingsstoornis begeleiden als ze in een meertalig gezin opgroeien? Kentalis deed hier onderzoek naar. Focus lag daarbij op de begeleiding van ouders. Belangrijkste uitkomst: maatwerk is noodzakelijk, omdat ouders sterk verschillen in wat zij wensen en nodig hebben. Wel is er een mix van ingrediënten die bij ouders die intensievere begeleiding nodig hebben en aankunnen het beste lijkt te werken. Die ingrediënten, de bouwstenen in de begeleiding zijn: coaching in de meertalige opvoeding, (indirecte) therapie en inzetten van meertalige materialen.

  • Mirjam Blumenthal
  • Susanne Voorn
  • Petra van Alphen
page.header_image.alt

Foto: Peter Strating

Hoe kun je als professional ouders helpen bij meertalig opvoeden van jonge kinderen met (een vermoeden van) een taalontwikkelingsstoornis (TOS)? Dat heeft Kentalis onderzocht bij kinderen van de Cirkelboog, één van de locaties van Kentalis waar Vroegbehandeling wordt geboden aan kinderen met TOS tussen de 2 en 4 jaar. Meer dan 30 procent van de kinderen in de Vroegbehandeling binnen Kentalis groeit op in een meertalig gezin. Dat wil zeggen dat ze een andere taal dan Nederlands als thuistaal hebben. Voor alle duidelijkheid: meertaligheid veroorzaakt geen taalontwikkelingsstoornis, maar kinderen met een taalontwikkelingsstoornis kunnen wel meertalig zijn. In de literatuur wordt aanbevolen het kind met een taalontwikkelingsstoornis te ondersteunen in de ontwikkeling van de thuistaal (o.a. Kohnert et al., 2005). Dat is beter voor de (taal)ontwikkeling van het kind. Maar hoe pak je dat aan? Hoe kun je ouders helpen? En werkt dat dan ook?

Uitgangspunt: thuistaal niet negeren

Voor de taalontwikkeling is het van belang dat het kind thuis een rijk taalaanbod krijgt, in de taal die ouders vloeiend spreken. Dit geldt ook voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis. De taalontwikkeling verloopt beter in een omgeving die de thuistaal blijvend stimuleert (Perozzi & Sanchez, 1992; Thordardottir, Weismar & Smith, 1997; Kohnert et al., 2005). Het werkt dus beter om de thuistaal te stimuleren dan die te negeren.

Keuzes over de meertalige opvoeding werden vaak gemaakt op basis van onjuiste of onvolledige informatie

Stel dat ouders nauwelijks Nederlands spreken maar zij hun kind wel in die taal willen opvoeden, dan ontbreekt er een gemeenschappelijke taal tussen ouders en kind. Dit heeft negatieve gevolgen voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind, wat tot ernstige problemen in de opvoeding kan leiden. Daarom heeft Kentalis in de praktijk onderzocht hoe ouders van meertalige kinderen met TOS geholpen kunnen worden in het meertalig opvoeden van hun kind.

Foto: Peter Strating

Waarom deze aanpak?

Uit onderzoek weten we (Blumenthal, 2009) dat het nodig is om ouders van kinderen met een taalontwikkelingsstoornis ondersteuning aan te bieden bij het maken van keuzes bij de meertalige opvoeding. Uit het onderzoek van Blumenthal (2009) bleek ook dat ouders tegenstrijdige adviezen krijgen van verschillende professionals (“Spreek alleen uw moedertaal” en “Praat alleen Nederlands thuis”), waardoor ouders vaak twijfelen aan hun eigen aanpak. Keuzes over de meertalige opvoeding werden vaak gemaakt op basis van onjuiste of onvolledige informatie. Als de ouders zekerder worden over hun taalkeuze en taalaanbod en daarin begeleid worden, komt dat het taalaanbod, de communicatie en daarmee de ontwikkeling van het kind ten goede.

Uit ervaring blijkt dat alleen zeggen ‘praat maar in uw eigen taal’ niet voldoende is om ouders daarvan te doordringen

Ouders van kinderen met een taalontwikkelingsstoornis die een taal- en communicatietraining volgen, blijken daarna meer responsief te zijn en meer effectieve strategieën toe te passen om de communicatie van hun kind te stimuleren: de taal van het kind gaat aantoonbaar vooruit (Robert & Kaiser, 2011). Ouders kunnen het toepassen van deze effectieve communicatiestrategieën beter leren als zij dat in hun thuistaal mogen doen. Uit ervaring blijkt dat alleen zeggen ‘praat maar in uw eigen taal’ niet voldoende is om ouders daarvan te doordringen. Voor medewerkers blijkt het lastig te zijn om de methode Blumenthal (2009) een vervolg te geven in een intensievere behandeling zoals die op de Vroegbehandeling plaatsvindt. Daarom werd een pilot gedaan met een aanpak die door gaat waar de methode stopt.

De methode: doelgericht helpen

In een kleinschalige pilot is een werkwijze onderzocht, waarbij vier ouder-kind-paren begeleid werden bij taalstimulering in de meertalige opvoeding (kijk hier voor een voorbeeld). De vier ouderkindparen werden niet geselecteerd op representativiteit, maar vormden binnen de Cirkelboog geen uitzonderlijke groep. Er waren drie jongens bij, één meisje. De start van de jongste was met 3;0 jaar, de oudste nam met 4;8 jaar afscheid van de Cirkelboog. De landen van herkomst van ouders, en gesproken talen, komen veel voor op de Cirkelboog. Er waren ouders met meer opleiding bij, en met minder opleiding. Er was de gebruikelijke variatie in ernst en aard van problematiek. In deze werkwijze stonden drie bouwstenen centraal:

 

1. Coaching meertaligheid & TOS

Wanneer ouders vragen hebben over de meertalige opvoeding, is het van belang dat zij zelf geïnformeerd een keuze kunnen maken die het beste past in hun situatie. Psycho-educatie over meertaligheid en Taalontwikkelingstoornissen is daarom een onderdeel bij de advisering over de meertalige opvoeding. De methode ‘Advisering meertalige ontwikkeling’ (Blumenthal, 2009) is als uitgangspunt gebruikt. De logopedist en de maatschappelijk werker gaan samen op huisbezoek bij de ouders voor een startgesprek. In een startgesprek inventariseren zij de taalsituatie en kijken zij de ‘Vragenlijst Adviezen Meertaligheid’ (Blumenthal, 2009). Daarna komt er in overleg met de ouder(s) een plan tot stand: wat kunnen we doen om het taalaanbod zo goed mogelijk te maken (dus voor beide talen!) voor het kind met TOS?

Foto: Peter Strating

2. Indirecte therapie

De behandeling door de logopedist, die daarna start, is gericht op indirecte therapie voor de thuistaal, naast de directe therapie (in het Nederlands) in het reguliere aanbod. Bij de indirecte therapie ligt de nadruk op interactiebegeleiding: effectieve strategieën in de ouder-kind interactie in de thuistaal/talen. De logopedist leert bij ouders principes aan die een taalstimulerend aanbod bevorderen (waaronder Hanen-principes, Pepper & Weitzman, 2009, Burger et al., 2012). Indirecte therapie via de ouders of anderen die de thuistaal spreken in de omgeving van het kind ligt voor de hand, omdat de logopedist de thuistaal meestal zelf niet spreekt.

 

3. Meertalige/anderstalige materialen

Om de doelen in de meertalige ontwikkeling en de therapie te kunnen bewerkstelligen, kijken we samen met ouders welke materialen/middelen er voorhanden zijn. Welke eigen hulpbronnen kunnen zij inzetten om hun kind meertalig op te voeden? Welke materialen zijn er voor een rijk en gevarieerd taalaanbod, voor de talen die het kind leert? Hierbij valt te denken aan boekjes, apps, filmpjes, liedjes, etc. In de pilot is gekozen voor individuele begeleiding in plaats van groepsbijeenkomsten, omdat de ouders sterk verschillen in hun wensen en mogelijkheden op het gebied van taalstimulatie en in hun geletterdheid.

Ouders leerden van de logopedist en de logopedist leerde ook van de ouders

Waar nodig werd een tolk ingezet. Na het startgesprek is in circa zes behandelingen door de logopedist gewerkt aan de doelen voor de interactiebegeleiding en advisering over de meertaligheid. Wederzijds van elkaar leren stond tijdens deze bezoeken centraal. Ouders leerden van de logopedist en de logopedist leerde ook van de ouders. Er was een positieve houding naar beide talen. Een kind kreeg complimenten als het iets vertelde, in welke taal dan ook.

Belangrijkste resultaten

Na afloop van de behandeling werd zowel de ouders als de medewerkers gevraagd hoe zij de interventie hebben ervaren. Daarnaast is de interactie tussen ouder en kind voor en na de behandeling in een spelmoment geobserveerd om een indruk te krijgen van het resultaat van de methode. Dit zijn de belangrijkste resultaten:

  

Observaties/metingen

  • Drie van de vier ouders lijken de Hanen-principes na de interventie iets beter in te zetten dan voor de interventie en het beurtgedrag tussen ouder en kind is naderhand iets meer in balans (zie kader "Metingen", met tabel en grafiek). Het is echter niet met zekerheid te zeggen dat deze vooruitgang veroorzaakt wordt door de methode. Daarvoor is een grotere steekproef en een vergelijking met een controlegroep nodig.
  • De taalkeuze van ouders werd niet zichtbaar beïnvloed, maar het is aannemelijk dat ouders de Hanen-principes beter konden toepassen doordat er nadrukkelijk gezegd was dat zij dit beter in hun beste taal konden doen (zie tabel in kader).
Foto: Peter Strating

Ervaringen ouders

  • Alle ouders hadden waardering voor de aandacht voor hun meertalige situatie.
  • Als de problematiek van een kind of familie complex was, met meerdere hulpverleners voor meervoudige problemen, bleek de gekozen aanpak te intensief. Ouders hebben dan tijd nodig om andere problemen op te lossen, waardoor er voor deze aanpak geen tijd meer was.

Ervaringen behandelaars

  • Alle behandelaars vonden de methode een meerwaarde hebben ten opzichte van hun gebruikelijke aanpak. Pas als je hier gericht mee aan de slag gaat, blijkt hoeveel vragen ouders hebben. Op deze manier kun je veel beter aansluiten bij hun behoeftes.
  • Behandelaars geven aan scholing nodig te hebben om vertrouwd te raken met deze manier van werken.
  • Het startbezoek aan huis door maatschappelijk werker en logopedist gezamenlijk werd als bijzonder zinvol ervaren. Men leerde van elkaar en beide disciplines hadden het idee hun werk daardoor beter te kunnen doen. De logopedist merkte dat het daardoor makkelijker werd om aan te sluiten bij de situatie van ouders.
  • Er is behoefte aan meer hulpmiddelen om door middel van visualisatie met ouders te kunnen communiceren over complexe onderwerpen die aan de orde komen, zoals psycho-educatie over TOS en meertaligheid.

 

Enkele citaten van medewerkers:

De combi van adviezen taalontwikkeling en taalstimulering met een meertalige aanpak is een meerwaarde, omdat meertaligheid een onderwerp is dat NIET bedreigend is, in tegenstelling tot als je DIRECT over interactievaardigheden van ouders begint.

De meerwaarde is trouwens waarschijnlijk niet ‘technisch’/statistisch qua taalontwikkeling aan te tonen. (…). Het effect kan ook sociaal-emotioneel zijn en pas op een veel langere termijn blijken.

Aanbevelingen voor vervolg

Gezien de positieve ervaringen van ouders en medewerkers, en de positieve tendensen in de gemeten waardes na de interventie, is aan te raden de beschreven interventie verder te ontwikkelen, en breder te implementeren. Een ‘versie 2.0’ van de interventie is beschreven, zie kader "Taalstimulatie thuistaal 2.0". Maar misschien nog belangrijker is om de aandacht voor meertalige ontwikkeling in het totale behandelaanbod te integreren. Bij de intake, bij de diagnostiek, bij monitoring van resultaten van de behandeling, bij communicatie door de groepsleiding met ouders, bij de logopedie, overal moet de meertalige context van het kind integraal meegenomen worden.

Alle ouders hadden waardering voor de aandacht voor hun meertalige situatie

Daarbij is diversificatie van het aanbod aan ouders aanbevelenswaardig: voor sommige ouders kan, naast een individueel gesprek over de meertalige opvoeding, een groepsgewijze training werkzaam zijn, voor andere is de intensieve individuele interventie met speciale aandacht voor meertaligheid zoals binnen dit project ontwikkeld) noodzakelijk. Er moeten meer materialen ontwikkeld worden om beter met ouders te kunnen communiceren over complexe thema’s als ‘taalaanbod’, ‘volgen van je kind’. De deskundigheidbevordering van alle medewerkers op dit thema is een aandachtspunt. Nadat keuzes gemaakt zijn hoe ‘meertaligheid’ binnen de behandeling zal plaatsvinden, moeten daar bijbehorende trainingen ontwikkeld worden. Ten slotte is aan te raden meer onderzoek te doen naar het effect van interventies gericht op ouders van jonge kinderen met TOS, bij eentalige en meertalige ouders en hun kinderen. In de literatuur wordt aangegeven dat een combinatie van interventie gericht op het kind én op de ouders effectiever is dan ieder van deze interventies apart (Law et al., 2004). In onderzoek is echter nog weinig aandacht besteed aan de integratie van adviezen bij de meertalige opvoeding binnen dit soort interventies.

Dankwoord

De auteurs bedanken de ouders die meededen aan het project voor hun gemotiveerde medewerking en voor hun bereidheid hun gegevens beschikbaar te maken voor onderzoek.

Literatuuroverzicht

  1. Baxendale, J., & Hesketh, A. (2003). Comparison of the effectiveness of the Hanen Parent Programme and traditional clinic therapy. International Journal of Language & Communication Disorders, 38(4), 397-415.
  2. Blumenthal, M. (2009). Meertalige ontwikkeling: Adviezen over meertalige ontwikkeling bij een auditief/communicatieve beperking. Leuven: Acco.
  3. Burger, E.A., Wetering, M. van de, & Weerdenburg, M.C.W. ( 2012). Kinderen met specifieke taalstoornissen. (Be)handelen en begeleiden in zorg en onderwijs. Leuven/Den Haag: Acco.
  4. Law, J., Garrett, Z., & Nye, C. (2004). The efficacy of treatment for children with developmental speech and language delay/disorder. A meta-analysis. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 47, 924-943.
  5. Kohnert, K., Yim, D., Nett, K., Kan, P.F., & Duran, L. (2005). Intervention with linguistically diverse preschool children: A focus on developing home language(s). Language, Speech, and Hearing Services in Schools, 36, 251-263.
  6. Pepper, J., & Weitzman, E. (2013). Praten doe je met zijn tweeën: Een praktische handleiding voor ouders van kinderen met een vertraagde taalverwerving. Amsterdam: Uitgeverij SW.
  7. Perozzi, J.A., & Sanchez, M.L.C. (1992). The effect of instruction in L1 on receptive acquisition of L2 for bilingual children with language delay. Language, Speech, and Hearing Services in Schools, 23, 348-352.
  8. Roberts, M.Y., & Kaiser, A.P. (2011). The effectiveness of parent-implemented language interventions: A meta-analysis. American Journal of Speech-Language Pathology, 20, 180-199.
  9. Thordardottir , E.T., Weismer E.S., & Smith, M.E. (1997). Vocabulary learning in bilingual and monolingual clinical intervention. Child Language Teaching and Therapy, 13(3), 215-227.