Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
Dyslexiezorg in het Audiologisch Centrum
  • Reportage
  • Audiologisch centrum
  • Diagnostiek
  • Interventie
  • Lezen

Dyslexiezorg in het Audiologisch Centrum

14 oktober 2017 - Leestijd 5 - 10 minuten

In Nederland zijn verschillende organisaties actief binnen de dyslexiezorg, waaronder een aantal audiologische centra zoals die van Pento en Adelante. De redactie van Van Horen Zeggen zocht uit hoe zij hun dyslexiezorg hebben georganiseerd, hoe de behandeling wordt uitgevoerd en welke uitdagingen en ontwikkelingen zich aandienen.

  • Inge Klatte
  • Ellen Gerrits
page.header_image.alt

In het basisonderwijs heeft negen procent van de kinderen ernstige lees- en spellingsproblemen, waarvan veertig procent een ernstige enkelvoudige dyslexie. Dyslexie wordt gedefinieerd als ‘een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem in het aanleren en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau’. In het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling (PDDB) wordt dyslexie verder afgebakend en wordt er gesproken van Ernstige, Enkelvoudige Dyslexie (EED). EED wordt uitgelegd als een specifieke lees- en spellingstoornis met een neurobiologische oorzaak, die wordt veroorzaakt door cognitieve verwerkingsstoornissen op het raakvlak van fonologische en orthografische taalverwerking. Kinderen met EED komen in aanmerking voor vergoeding van diagnostiek en behandeling.

Het AC: logische plek voor dyslexiezorg

Volgens spraaktaalpatholoog Johan Dekelver van Adelante Audiologie & Communicatie in Hoensbroek is het audiologisch centrum een heel logische plek voor dyslexiezorg. “Een AC heeft alle disciplines voor multidisciplinaire diagnostiek en behandeling in huis en heeft nauwe contacten met externe behandelaars.” Zo bestaat het dyslexieteam van Adelante uit een gezondheidszorgpsycholoog, orthopedagoog, orthodidactisch medewerker en een spraak-taalpatholoog/logopedist met Master SEN/dyslexiespecialisatie. Ook Pento, waaronder een aantal AC’s in Noord-  en Oost-Nederland vallen, levert sinds 2009 dyslexiezorg. “Het heeft duidelijk raakvlakken met onze taak op het gebied van spraaktaalstoornissen,” zegt regiodirecteur Jeroen Dijkstra. “Wij hebben de professionals in huis die deze zorg kunnen leveren, die kennis op dit terrein hebben. Toen de EED-regeling in werking trad, zijn wij meteen protocollen voor onze zorg gaan ontwikkelen. Wij zijn met name in Friesland actief, waar we een sterke samenwerking hebben met gemeenten en met dyslexiebehandelaars. Wij kijken wel uit naar mogelijkheden om dit ook vanuit andere AC’s aan te bieden, maar het hangt af van de regio waar je zit, of er voldoende vraag naar dyslexiezorg is.”

Foto: Peter Strating

Behandeling

Kinderen met EED komen in aanmerking voor een vergoed behandeltraject van ongeveer een jaar. Zowel bij Adelante als bij Pento wordt de behandeling meestal uitgevoerd door een externe vrijgevestigde logopedist met een dyslexiespecialisatie. Dekelver: “Deze dyslexiespecialisten zijn aan het AC verbonden via de dyslexiezorg. De dyslexiespecialist volgt een behandelplan dat op maat gemaakt is voor ieder kind.” Tijdens het behandeltraject is er nauwe samenwerking met een contactpersoon van Adelante. Op drie momenten in het jaartraject wordt het behandelplan gezamenlijk geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Adelante biedt naast de dyslexiebehandeling ook bijeenkomsten met psycho-educatie aan, waar kinderen en ouders ervaringen met elkaar delen en informatie krijgen over dyslexie, en informatiebijeenkomsten en workshops rondom ICT-hulpmiddelen.

Ook Pento werkt met vrijgevestigde logopedisten. “Dat is een bewuste keuze,” licht Dijkstra toe. “Zo kunnen we de zorg voor ieder kind dicht bij huis leveren. De behandeling vindt soms ook op school plaats, zeker als het om meerdere kinderen op die school gaat. Om de paar weken hebben we afstemmingsoverleg om de voortgang te volgen. Het is echt heel bevredigend werk. Binnen het AC draait alles om diagnostiek en zie je het eindtraject vaak niet. Maar in deze dyslexiezorg zie je kinderen echt opknappen.”

Diagnostiek en comorbiditeit TOS

De meeste kinderen die getest worden op EED worden met een specifieke hulpvraag gericht op ernstige lees- en spellingsproblemen aangemeld. Ouders vragen in samenwerking met school een dyslexieonderzoek aan. De aanvraag kan ingediend worden wanneer op school is aangetoond dat het kind stagneert in het lezen en spellen, ondanks extra begeleiding op school. Van kinderen met een taalontwikkelingsstoornis is bekend dat ongeveer 50% ook dyslexie heeft. GZ-psycholoog Marijke Lanters van Adelante vertelt dat diagnostiek bij kinderen met taalproblemen én lees- en spellingsproblemen soms best lastig is, want je zit op twee sporen. “Dus dan moet je eigenlijk twee verschillende soorten onderzoek doen. Eerst kijken we of er sprake is van TOS en als dat zo is, gaan we in eerst instantie op dat spoor verder. Als we dat kunnen uitsluiten gaan we de weg van de EED in.” Toch heeft het AC wel een aantal kinderen in behandeling met een dubbele diagnose, dus kinderen met TOS én EED. Lanters vertelt dat de vergoeding van dyslexiezorg eerst was uitgesloten voor kinderen met TOS en EED. “De laatste tijd is het door het kwaliteitsinstituut Dyslexie wat losgelaten. Eerst mocht er geen andere stoornis zijn. Nu mag het er wel zijn, maar mag de andere stoornis niet belemmerend zijn voor behandeling en diagnostiek.” Wanneer een kind met TOS ook ernstige lees- en spellingsproblemen heeft, maar niet voldoet aan de criteria van EED, adviseert het AC de logopedist om naast de taalproblemen ook aan de lees- en spellingsproblemen te werken.

Hard werken

Het leveren van dyslexiezorg is hard werken vanwege hoge administratieve druk. Er moeten veel onderzoeksgegevens verzameld en verwerkt worden. Daarnaast doet het een groot beroep op het management. In de periode van 2009 tot 2015 werd de dyslexiezorg vergoed vanuit de zorgverzekering. Vanaf 2015 ging de portefeuille Jeugdzorg, waar dyslexiezorg onder valt, naar de gemeenten. Deze verandering maakte dat het management van het AC veel energie moest steken in de relatie met gemeenten en veel uitleg moest geven over vergoede dyslexiezorg. Dekelver en Lanters geven aan dat er continu wordt gezocht naar de meest efficiënte manier van werken, zodat de meeste minuten naar de directe zorg kunnen gaan voor de kinderen met dyslexie.

Opluchting

Binnen Adelante is orthodidactisch medewerker Luc Smeets 2 jaar geleden samen met collega’s gestart met dyslexiediagnostiek voor volwassenen. Er bleek bij ouders van kinderen met dyslexie vaak herkenning te zijn van de problemen die hun kinderen ervaren. Daarnaast komt het voor dat volwassenen met dyslexie na een burn-out worden verwezen door hun Arboarts of huisarts. De hulpvraag van de volwassene richt zich op dyslexiediagnostiek en het verkrijgen van informatie over ICT-hulpmiddelen. Een behandeltraject wordt vrijwel nooit gestart. Smeets geeft aan dat dit diagnostisch proces vaak erg emotioneel is. Volwassenen zijn zich bewust van wat zij niet kunnen en worden met hun neus op de feiten gedrukt. Opluchting maakt zich van hen meester wanneer zij de dyslexieverklaring krijgen en eindelijk bevestiging krijgen dat zij niet dom zijn, maar dyslexie hebben.

Op 16 november 2017 organiseert Stichting Innovatie Alliantie in samenwerking met de Kenniskring ‘Autonomie & Participatie’ van Zuyd Hogeschool in Den Bosch een interessante trainingsdag op het gebied van communicatie- en dyslexiehulpmiddelen.

Literatuuroverzicht

Voor de genoemde prevalentiecijfers en de definitie van dyslexie hebben de auteurs zich gebaseerd op de volgende literatuur:

  1. Blomert, L. (2006). Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling (CVZ-project nr. 608/001/2005). Maastricht: Universiteit Maastricht, Faculteit Psychologie, Cognitieve neurowetenschap.
  2. Kleijnen, R., Bosman, A., de Jong, P., Henneman, K., Pasman, J., Paternotte, A., Ruijssenaars, A., Struiksma, A., van den Bos, K.P., van der Leij, A., Verhoeven, L. & Wijnen, F. (2008). Dyslexie: Diagnose en Behandeling. Geheel herziene versie.
  3. McArthur, G. M., Hogben, J. H., Edwards, V. T., Heath, S. M., & Mengler, E. D. (2000). On the ‘Specifics’ of Specific Reading Disability and Specific Language Impairment. The Journal of Child Psychology and Pyschiatry and Allied Disciplines, 41(7), 869-874.