Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
Emotieweb: inzicht in de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen
  • Artikel
  • Diagnostiek
  • Hulpmiddel
  • Sociaal-emotioneel

Emotieweb: inzicht in de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen

8 augustus 2015 - Leestijd 15 - 20 minuten

We weten  dat de sociaal-emotionele ontwikkeling bij  DSH kinderen, kinderen met ASS en kinderen met TOS op verschillende gebieden anders verloopt dan die van hun leeftijdsgenootjes zonder deze problematiek. Behandelaars willen meer grip kunnen krijgen op die sociaal-emotionele ontwikkeling. De behoefte aan een goed onderzoeksinstrument waarmee je dit domein in kaart kan brengen is de afgelopen jaren dan ook gegroeid.  In dit artikel wordt Emotieweb beschreven: een online testinstrument dat behandelaars inzicht kan geven in verschillende aspecten van de sociaal-emotionele ontwikkeling.

  • Meinou de Vries
  • Marjolein Meester
  • Lizet Ketelaar
page.header_image.alt

Inleiding

Iedereen, van jong tot oud, heeft emoties. Jonge kinderen weten zich nog niet altijd raad met hun emoties, maar naarmate ze ouder worden, leren ze steeds beter om hun gevoelens te herkennen, te begrijpen en ze strategisch te communiceren naar anderen. Ook moeten kinderen leren om de emoties van anderen te herkennen en hier gepast op te reageren. De sociaal-emotionele ontwikkeling is een groot en complex gebied binnen de algehele ontwikkeling van het kind, waardoor het moeilijk is om een eenduidige definitie te formuleren. Over het algemeen verstaat men onder sociaal-emotionele ontwikkeling “het ontwikkelen van een eigen persoonlijkheid, overeenkomstig met de verwachtingen en gedragingen uit de sociale omgeving” (Schaffer, 1996). Toegang tot de sociale omgeving is daarom essentieel: alleen door deel te nemen aan de (volwassen) wereld kan een kind sociale regels, waarden en normen leren.

DSH kinderen kunnen minder goed over gevoelens communiceren

Bij sommige kinderen gaat deze ontwikkeling minder vanzelfsprekend, omdat zij minder goed gebruik kunnen maken van de informatie uit hun sociale wereld. Bijvoorbeeld bij dove of slechthorende kinderen (DSH), bij kinderen met een autisme-spectrumstoornis (ASS), of bij kinderen met een taalontwikkelings­stoornis (TOS). Zo blijkt uit onderzoek dat DSH kinderen minder goed kunnen communiceren over gevoelens en dat zij zich minder bewust zijn van het effect van hun emotie-uitingen op anderen. In plaats van emoties in te zetten om de relatie te verbeteren, uiten DSH kinderen, vaker dan horende kinderen, hun emoties zonder rekening te houden met het effect hiervan op anderen (Rieffe & Meerum Terwogt, 2006). Dit kan de sociale relaties ernstig schaden: de horende omgeving kan zo’n uiting als dwingend, weinig flexibel of zelfs agressief ervaren. Voor kinderen met een ASS blijken emoties eerder hinderlijk dan ondersteunend in hun sociale contacten. Zij hebben vaker problemen om de eigen emoties te reguleren en deze op een constructieve manier te uiten. Ook hebben zij een verminderd empathisch vermogen: het vermogen om zich in te leven in de gevoelens of gedachtes van de ander (Pouw e.a., 2013; Van Zijp e.a., 2011). Kinderen met een verminderde emotionele competentie lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van gedrags­problemen op latere leeftijd ( Ketelaar e.a., 2012).  De laatste jaren hebben NSDSK, Universiteit Leiden (Ontwikkelings­psychologie), LUMC (KNO) en Centrum Autisme hun krachten gebundeld  en een grootschalig onderzoek uitgevoerd op dit gebied: de sociaal-emotionele ontwikkeling bij DSH kinderen, kinderen met een TOS, of kinderen met een ASS. De resultaten uit dit onderzoek vormen de basis voor Emotieweb.

Test wordt door professional afgenomen bij een jong kind
Foto: Fokke van Saane

Emotieweb: een korte introductie

Emotieweb is een online testinstrument voor onderzoek bij kinderen over wie men zich zorgen maakt over de sociaal-emotionele ontwikkeling. Emotieweb geeft de behandelaar meer inzicht in bepaalde aspecten van de sociaal-emotionele ontwikkeling en kan daardoor een eerste indicatie geven van de aard van een eventuele achterstand, vergeleken met een normgroep van kinderen die zich normaal ontwikkelen. Op die manier kan de behandelaar zijn behandelplan heel specifiek aanpassen. Emotieweb kan dus gebruikt worden als toevoeging op de reguliere werkwijze, gecombineerd met eigen observaties en kennis.

Voor DSH kinderen, kinderen met ASS en kinderen met TOS, heeft Emotieweb nog een andere functie: de behandelaar kan deze kinderen desgewenst vergelijken met leeftijdsgenootjes die óók DSH zijn, een ASS of een TOS hebben. Op die manier kan de behandelaar het kind niet alleen vergelijken met leeftijdsgenootjes met een normale ontwikkeling, maar ook zien hoe dit kind functioneert ten opzichte van andere kinderen met eenzelfde diagnose en kunnen bepaalde aspecten van de sociaal-emotionele ontwikkeling van het geteste kind nog beter geïnterpreteerd worden.

Waarom hebben wij Emotieweb ontwikkeld?

We merken dat er vanuit de praktijk steeds meer vraag is naar een uitgebreid onderzoeksinstrument dat de verschillende deelgebieden van de sociaal-emotionele ontwikkeling in kaart brengt. Emotieweb doet daarbij niet alleen een beroep op de ouders als bron van informatie, bijvoorbeeld door middel van vragenlijsten, maar ook op het kind zelf en op de observaties van de behandelaar. De behandelaar neemt gestructureerde tests af die bedoeld zijn om bepaald gedrag bij het kind uit te lokken. De reacties van het kind worden vervolgens aan de hand van een scoreformulier gescoord. Emotieweb bestaat uit zeven inhoudelijke componenten met elk hun eigen vragenlijsten en tests. Afhankelijk van de aard van een eventuele achterstand kiest de behandelaar ervoor om één of meerdere componenten te testen (in willekeurige volgorde). Op die manier krijgt de behandelaar meer inzicht in de sterke en zwakke kanten van de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. Deze componenten zijn: emotie-identificatie, emotiecommunicatie, emoties van anderen, emotieregulatie, externaliserend gedrag, internaliserend gedrag, en sociaal functioneren. Hieronder staat een overzicht van de componenten met een korte beschrijving.

Voor wie is Emotieweb bedoeld?

De ervaring leert dat Emotieweb met name interessant is voor orthopedagogen en psychologen. Emotieweb stelt als eis aan de gebruikers dat zij voldoende ervaring moeten hebben met het testen van individuele kinderen en het interpreteren van testuitslagen. Voor een goed gebruik van Emotieweb is het noodzakelijk dat het instrument op een gestandaardiseerde wijze gebruikt wordt. Alleen op deze manier kan een adequate en dus betekenisvolle vergelijking gemaakt worden met de normgegevens. Dit betekent dat alle Emotieweb-gebruikers vooraf de Emotieweb-training bij NSDSK gevolgd moeten hebben. Deze training bestaat uit drie bijeenkomsten, waarin geoefend wordt om de gedragsobservaties af te nemen en de verkregen gegevens in te voeren en te interpreteren.

Emotieweb geeft behandelaars meer inzicht in  aspecten van de sociaal-emotionele ontwikkeling

De ervaring leert dat deze training echt nodig is om de afname onder de knie te krijgen. Juist met gedragsobservaties is het belangrijk dat dat volgens vast protocol gebeurt: er worden immers heel specifieke testsituaties geconstrueerd om een gedraging uit te lokken. Ook het scoren van de uitgelokte gedraging komt tijdens de cursus aan bod. We merken dat gebruikers behoefte hebben aan feedback op hun testafname en dat zij pas na genoeg oefenen de afname vlekkeloos kunnen uitvoeren. Als de training met succes is afgerond, krijgt de cursist een gebruikersaccount en een licentie voor de duur van een jaar om Emotieweb te kunnen gebruiken. De licentie kan per jaar worden verlengd.

Screenshot van Emotieweb

Een casus: Emotieweb-gebruiker Marjan

Emotieweb-gebruiker Marjan is orthopedagoog en teamleider van een TOS-behandelgroep voor kinderen in de leeftijd van 2,5-4 jaar. Op de groep zit Finn, een jongetje van drieënhalf jaar. Hij heeft een (vermoeden van een) TOS. Zijn taalbegrip is gemiddeld. Op taalproductie valt hij uit. Finn valt op doordat hij andere kinderen uit de weg gaat. Hij speelt het liefst alleen en hij reageert niet op spelinitiatieven van andere kinderen. Op de groep benoemt hij bij zichzelf geen emoties. Als andere kinderen boos of verdrietig zijn kan hij hiervan schrikken en gaan huilen.

De behandelaar kan het kind ook vergelijken met leeftijdsgenootjes met eenzelfde diagnose

Marjan gebruikt Emotieweb om meer te weten te komen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van Finn. Ze besluit om Finn te testen op twee van de zeven componenten die door Emotieweb worden aangeboden: emotie-identificatie en emotie­communicatie. Deze twee componenten zijn nauw met elkaar verbonden: kinderen moeten leren dat zij gevoelens hebben, ze moeten leren deze te herkennen en begrijpen hoe zij ze kunnen verwoorden. Daarom is het belangrijk dat een kind leert dat een bepaalde emotionele ervaring, inclusief de lichamelijke sensaties en andere non-verbale signalen die hij daarbij ervaart, horen bij een specifiek woord (lexicaal label). Dit helpt bij het inzichtelijk maken van zowel de eigen emoties als die van anderen. Bovendien leren zij in welke situatie een bepaalde emotie kan voorkomen: zij leren de oorzaken en consequenties van emoties (van anderen en van zichzelf) te begrijpen. Marjan denkt dat Finn hier een achterstand op zou kunnen hebben en wil dat het behandelplan van Finn hier beter op aansluit: dit zou gedragsproblemen op latere leeftijd kunnen voorkomen, zoals depressie­klachten en teruggetrokkenheid (Izard, 2002).

Marjan logt in op www.emotieweb.nl en kiest de twee componenten uit die ze wil testen. Emotieweb zorgt ervoor dat de vragenlijsten die bij deze componenten horen, direct naar de ouders worden gemaild (zie Figuur 2). Daarnaast moet Marjan ook enkele gedrags­observaties afnemen bij Finn. Zo neemt ze voor het component emotie-identificatie de gedragsobservatie “Emotieherkenning” af. Hiervoor heeft ze het Emotieweb-platenboek nodig. Op de platen staan enkele emotie-uitlokkende situaties, zoals een jongen die van de fiets valt. Finn moet steeds zeggen hoe die jongen zich dan voelt en vervolgens moet hij op een andere plaat de bijbehorende gezichts­uitdrukking aanwijzen. De uitkomsten van deze observatie zeggen iets over de mate waarin Finn gezichts­uitdrukkingen kan herkennen en weet te benoemen.

De testuitslagen van Finn

Emotieweb genereert, mits alle tests zijn afgenomen, per component een emotieweb. Voor Finn komen er dus twee emotiewebben uit, één voor emotie-identificatie, en één voor emotiecommunicatie. Ook de ruwe scores, de datum van testafname en enkele kindgegevens worden weergegeven bij de emotiewebben. . Deze rapportages zijn ook te zien in Figuur 3.

Elke component bestaat uit verschillende schalen. Deze vormen de assen van het emotieweb. Zo bestaat het component emotie-identificatie uit de schalen “Emotieherkenning” (de mate waarin het kind emoties bij de ouder kan herkennen), “Expressie herkennen” (het kunnen herkennen van een emotie die hoort bij een bepaalde gezichtsuitdrukking) en “Emotie benoemen” (het kunnen benoemen van een emotie die hoort bij een bepaalde gezichtsuitdrukking). Het component emotiecommunicatie bestaat uit de schalen “Emotiecommunicatie” (hoe en waarom ouders met hun kind over emoties praten), “Emotievocabulaire” (woordkennis van het kind van complexe en eenvoudige emoties), en “Samen praten over emoties” (de mate waarin de ouder met het kind over emoties kan praten). Marjan kan dus met behulp van de rapportage in één oogopslag zien hoe Finn (rode lijn) scoort op deze schalen ten opzichte van de normgroep van zich normaal ontwikkelende kinderen van deze leeftijd (grijze lijn). Ook ziet Marjan de groepsgemiddeldes van andere TOS-kinderen in dezelfde leeftijd in de grafiek weergegeven (gele lijn).

Foto: Fokke van Saane

De interpretatie van de emotiewebben

Finn blijkt relatief laag te scoren op beide componenten. Met name op de schalen “Emotieherkenning” en “Expressie herkennen” van component emotie-identificatie en de schaal “Emotievocabulaire” van component emotiecommunicatie zijn laag: de scores liggen tussen 25-30. Omdat Emotieweb met gestandaardiseerde T-scores werkt, heeft de normgroep altijd een gemiddelde van 50 en een standaarddeviatie van 10. De behaalde scores van Finn hebben een afwijking van minstens twee standaarddeviaties onder het gemiddelde en zijn dus laag. Dat betekent dat Finn minder emotiecommunicatie vertoont dan de normgroep. Dat is niet zo verrassend, want de groepsgemiddeldes van andere kinderen met een TOS zijn ook lager dan 50, met name op het gebied van emotiecommunicatie. Maar Finn scoort ook lager dan het gemiddelde van de TOS-groep.

Marjan wil de uitslagen een plek geven in haar behandelplan. In het handboek van Emotieweb zoekt zij enkele algemene tips op om aandacht te bieden aan emotie-identificatie en emotiecommunicatie. Zij neemt zich voor om met Finn te oefenen welk woord, welke houding en welke mimiek bij een gevoel hoort, en samen te bedenken in welke situaties bepaalde gevoelens kunnen voorkomen en dat er ook meerdere gevoelens naast elkaar kunnen bestaan. Ze zal eerst oefenen met de basisemoties (boos, blij, bang, verdrietig) en daarna met de complexere emoties (zoals teleurstelling, jaloezie, schaamte). Ze zal zich met name richten op de inhoud en niet zozeer proberen te letten op de taalvorm van de emoties: ze wil dat Finn zich vrij voelt om over zijn emoties te praten (PAD, 2005).

Tot slot

Inmiddels hebben we al heel wat Emotieweb-gebruikers mogen certificeren. En Emotieweb groeit nog steeds: niet alleen in het aantal gebruikers, maar we zijn ook nog meer data aan het verzamelen om extra leeftijdsgroepen als normgroep te kunnen gebruiken. Ook inventariseren we regelmatig welke functionaliteiten er nog missen die het testinstrument nog beter zouden kunnen maken.

Heeft u interesse in het gebruik van Emotieweb? Bezoek onze website (www.emotieweb.nl) voor meer informatie.

Literatuuroverzicht

  1. Ketelaar, L., Rieffe, C., Wiefferink, C.H. & Frijns, J.H.M. (2012). Does hearing lead to understanding? Theory of mind in toddlers and preschoolers with cochlear implants. Journal of Pediatric Psychology, 37, 1041-1050.
  2. PAD (2005). Programma Alternatieve Denkstrategieën. Utrecht: FODOK & Seminarium voor Orthopedagogiek.
  3. Pouw, L.B.C., Rieffe, C., Oosterveld, P., Huskens, B. & Stockmann, L. (2013). Reactive/proactive aggression and affective/cognitive empathy in children with ASD. Research in Developmental Disabilities, 34, 1256-1266.
  4. Schaffer, H. R. (1996). Social development. Blackwell Publishing.
  5. Rieffe, C. & Meerum Terwogt, M. (2006). Anger communication in deaf children. Cognition and Emotion, 20, 1261-1273.
  6. Van Zijp, A., Rieffe, C., Ketelaar, L., Kok, S. & Stockmann, L. (2011). Gedeelde smart? Empathie bij jonge kinderen met autisme. Wetenschappelijk Tijdschrift Autisme, 10, 65-74.

Acknowledgements

De ontwikkeling van Emotieweb werd mogelijk gemaakt door veel verschillende mensen en instanties. Allereerst bedanken wij alle onderzoekers van Universiteit Leiden, NSDSK, Centrum Autisme en LUMC die betrokken waren bij het onderzoek, de dataverzameling, de testconstructie, en/of het normeren van de data: Carolien Rieffe, Sigrid Kok, Anke Otten, Maartje Kouwenberg, Lucinda Pouw, Paul Oosterveld (Universiteit Leiden), Rosanne van der Zee, Karin Wiefferink, Bernadette Vermeij (NSDSK), Lex Stockmann, Annette van Zijp (Centrum Autisme), Stephanie Theunissen en Johan Frijns (LUMC). Tot slot werd de ontwikkeling van Emotieweb (mede)gefinancierd door NSDSK, Fonds NutsOhra, NWO, ZonMW, en de Mgr. J.C. Van Overbeekstichting.

Informatie over de auteurs

Meinou de Vries is linguïst en werkt als senior-onderzoeker bij de NSDSK.

Marjolein Meester is psycholoog en werkt als junior-onderzoeker bij de NSDSK.

Lizet Ketelaar is docent en onderzoeker bij de Universiteit Leiden, afdeling Ontwikkelingspsychologie. Ze heeft promotie-onderzoek gedaan naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van jonge kinderen met een CI.