Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
BOEK: Van taboe naar erkenning. Een leven vol gebaren van Henk Betten
Deel dit artikel

BOEK: Van taboe naar erkenning. Een leven vol gebaren van Henk Betten

3 januari 2024 - Leestijd 5 - 10 minuten

Schrijver, historicus en voorvechter van de emancipatie van dove mensen. Henk Betten heeft een schat aan kennis over de geschiedenis van gebarentaal en de plek van doven en slechthorenden in de maatschappij. In zijn nieuwste boek ‘Van taboe naar erkenning. Een leven vol gebaren’ schrijft hij over zijn eigen leven, van klein jongetje tot nu. Maar vooral over hoe hij als dove man zijn plek in de horende maatschappij verwierf.

page.header_image.alt

Foto: Henk Betten

Inleiding

Henk Betten wordt in 1938 doof geboren en groeit op in een horend gezin, samen met zijn dove zus Hilly. Vanaf zijn derde jaar gaat hij naar het Koninklijk Instituut voor Doven H.D. Guyot in Groningen. Ik ontmoet hem 80 jaar later in het voormalige hoofdkantoor van Guyot, de prachtige Koninklijke Bibliotheek van Kentalis in Haren.

Straf met de meetlat

Straf met de meetlat 

Betten vertelt: “Zoals ik ook beschrijf in mijn boek, heb ik bijna mijn hele jeugd hier doorgebracht. Het waren mooie jaren, maar ook moeilijke. We mochten geen gebaren maken en kregen straf met de meetlat als we dit wel deden. Er was vooral aandacht voor de spraakontwikkeling. De leerkrachten waren streng en formeel. Aan de andere kant heb ik mijn verblijf op het internaat ook als heel prettig ervaren. We hebben veel avonturen beleefd en veel geleerd. Zo volgde ik bij Guyot de opleiding tot meubelmaker, rookten we stiekem een sigaretje en maakte we gebaren buiten het schoollokaal.”

Achterstand in taalontwikkeling

Achterstand in taalontwikkeling 

Dat Betten geen gebaren mocht maken maar moest leren spreken kan hij nu niet begrijpen. Volgens hem hebben dove kinderen die niet mochten gebaren daar hun hele leven last van. Hij schrijft daarover in zijn nieuwe boek: ‘Als ik gebarentaal had geleerd, was mijn taalontwikkeling waarschijnlijk vergelijkbaar geweest met die van horende kinderen.’  

Op mijn vraag wat Betten ouders met dove kinderen nu zou willen meegeven antwoordt hij: “Laat je kinderen naar dovenonderwijs en dovensport gaan. En leer als horende ouders de gebarentaal. Ik kon niet met mijn ouders communiceren. Het gezin werd afgeraden te gebaren en het mondbeeld van het plaatselijk dialect (Stellingwerfs) was niet te volgen. De huidige generatie dove kinderen heeft vaak hoorhulpmiddelen, zoals CI. En die kinderen gaan vaker naar het regulier onderwijs. Daardoor krijgen zij minder aanbod van gebarentaal en hebben ze weinig contact met andere dove kinderen. Dat schrijft Corrie Tijsseling ook in haar proefschrift ‘School, waar?’.”

Liefde voor schrijven

Liefde voor schrijven 

Betten schrijft in zijn boek over een leraar op het internaat, die op zaterdagavond verhalen voorlas van Dik Trom en Tarzan ondersteund met gebaren. Dat was in de periode dat Betten journalist wilde worden en regelmatig naar de bibliotheek ging om boeken te lezen. Van diezelfde leraar leerde hij zijn favoriete woord ‘geruchten’. Maar toen hij op 16-jarige leeftijd Guyot verliet, kwam er van schrijven nog niet veel terecht en kreeg hij een baan als meubelmaker aangeboden.

Ik kon niet met mijn ouders communiceren. Het gezin werd afgeraden om gebaren te gebruiken 

Enkele jaren en meubelmakerijen later, concludeerde Betten dat dit geen beroep voor hem was. De gebrekkige communicatie met zijn horende collega’s en het werk zelf deden hem besluiten het roer om te gooien. Jarenlang was Betten in dienst van de Postcheque- en Girodienst, waar zich beter op zijn gemak voelde. In zijn vrije tijd was en is hij actief in de dovengemeenschap. 

Verschenen boeken

Verschenen boeken 

Zijn liefde voor literatuur en de interesse voor journalistiek brachten hem op het idee om een boek te schrijven. Zijn eerste boek ‘Totale communicatie’ publiceerde Betten in 1978. In 1984 verscheen zijn eerste roman ‘Bevrijdend Gebaar’. Dit boek is een geromantiseerde levensbeschrijving van H.D. Guyot, de oprichter van de eerste Nederlandse dovenschool in Groningen. Veertien jaar later kwam ‘Levens vol gebaren’ op de markt, een bundel verhalen van dove mensen van het verleden tot in de toekomst. En nu, in 2023, publiceert hij een nieuw boek waarin hij zijn ervaringen op de dovenschool van Guyot beschrijft. Over hoe hij zijn plek in de maatschappij verwierf en jarenlang streed voor emancipatie van doven en de erkenning van gebarentaal.

Gebarentaal en identiteit

Gebarentaal en identiteit 

In zijn nieuwe boek schrijft Betten ook dat zijn verblijf op de dovenschool in Groningen zijn identiteit heeft gevormd. “Voornamelijk op het gebied van communicatie heb ik veel te danken aan mijn schoolmakkers. Sint-Michielsgestel en Effatha hadden toen ook een internaat, maar daar mocht je écht geen gebaren maken en moest je letterlijk op je handen zitten in en buiten de klas. Op het internaat in Groningen heb ik gebarentaal en cijfergebaren spelenderwijs geleerd. Ik ben van mening dat het leren van gebarentaal voor dove kinderen essentieel is voor het ontwikkelen van een eigen identiteit: Het zich kunnen uiten in de eigen moedertaal.” 

Ik pleit voor dovensport en zo lang mogelijk dovenonderwijs 

Betten vervolgt: “Het gebruiken van gebarentaal is ontzettend belangrijk. Ik ben blij dat ik niet op het regulier onderwijs zat. Naar mijn mening is het voor kinderen zeer vermoeiend om de horende leraar en alle klasgenoten de hele dag te volgen. Elisa Langen-van Leijenhorst schreef ‘Moe?! Onderzoek naar vermoeidheid bij dove en slechthorende kinderen’. In het tijdschrift ‘Woord en Gebaar’ schreef ik over hetzelfde onderwerp een opiniestuk.”

Dovensport

Dovensport 

Niet alleen van dovenonderwijs, maar ook van dovensport is Betten een groot voorstander. “Als bestuurslid en voetballer vond ik het heel fijn dat dove spelers een eigen club hadden. In 1924 zei een horende dovenonderwijzer als adviseur eens tegen enkele dove sporters dat zij beter in een horende club konden spelen. Dat gebeurde in de tijd van het 'oralisme' (red: dove mensen moesten leren spreken zoals horenden, d.m.v. een intensieve spraaktraining). Ik keur dit advies sterk af als het vandaag nog zo zou gebeuren. Maar ieder moet uiteindelijk zelf kiezen bij welke club hij wenst te spelen.

Nog lang niet klaar

Nog lang niet klaar 

Ook al is Betten nu 85 jaar, achter de geraniums zal je hem niet vinden. Momenteel werkt hij een dag per week als vrijwillig bibliothecaris in de bibliotheek van Guyot in Haren. Het liefst breidt hij dit uit naar meerdere dagen. Betten verzorgt daar de correspondentie uit binnen- en buitenland, beheert de leenservice voor medewerkers en is regelmatig gastdocent op de VSO in Haren.

Op mijn vraag of er nog onontdekte schatten binnen Guyot zijn waarover hij een boek zou willen schrijven, antwoordt hij: ”Misschien een vervolg op het eerder verschenen boek ‘Levens vol gebaren’ met een verzameling van korte verhalen van dove mensen. Toentertijd was de uitgever streng en schrapte veel verhalen. Ik zou ze toch graag willen bundelen en uitgeven. Het zijn waardevolle en mooie verhalen over het leven van dove mensen. Zonde om ze niet uit te geven in een boek.”

Heeft u interesse in het boek ‘Van taboe naar erkenning. Een leven vol gebaren’? U bestelt het bij Uitgeverij Elikser.