Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
Uit het oor, in het hoofd
  • Reportage
  • Audiologisch centrum
  • Kwaliteit
  • Slechthorend

Uit het oor, in het hoofd

11 juni 2018 - Leestijd 8 - 10 minuten

Op 6 april 2018 nam dr. Bert van Zanten afscheid als hoofd van het Audiologisch Centrum van het UMC Utrecht. Ter gelegenheid daarvan was er een symposium georganiseerd met presentaties over verschillende onderwerpen waaraan Van Zanten in zijn loopbaan belangrijke bijdragen heeft geleverd. VHZ was erbij en vond in deze middag enkele interessante thema’s en recente resultaten uit gehooronderzoek: over geluiden die ons oor en brein zelf maakt en over geluiden die er niet zijn, maar toch gehoord worden.

  • Rob Drullman
page.header_image.alt

Foto: zdravlje.avaz.ba

Het is bekend dat ons gehoor zelf geluid produceert: otoakoestische emissies (OAEs) enerzijds en tinnitus anderzijds. OAEs wijzen op een goed functionerend gehoor, op intacte haarcellen in het slakkenhuis en een gezonde gehoorzenuw. Bekend is het gebruik van OAEs bij neonatale gehoorscreening. Hierop gaan we in deze reportage verder niet in.

Het andere geluid uit ons oor – of meer waarschijnlijk veroorzaakt in de hersenen – is tinnitus ofwel oorsuizen. Bij tinnitus is er een verstoorde en continue neurale activiteit, waardoor iemand iets hoort wat er niet is. Prof. Pim van Dijk van het UMCG besprak in zijn verhaal deze beide fenomenen in relatie tot blootstelling aan hard geluid.

Oordoppen tegen gehoorschade

Als er sprake is van (tijdelijk) gehoorverlies ten gevolge van lawaai, zien we dat aan verminderde of afwezige OAE's. Wanneer we ons tegen hard geluid beschermen neemt de kans op (tijdelijk) gehoorverlies af, wat zou betekenen dat we voldoende OAE's moeten zien. Van Dijk noemde een recente studie over festivalbezoek. In tegenstelling tot onderzoeken in de gereguleerde werksituatie ging het hier om klinisch praktijkonderzoek over vrijetijdsbesteding waarbij mensen zich ruim 4 uur aan gemiddeld 100 dB(A) blootstelden.

Bij festivalbezoekers met en zonder oordoppen werd na afloop het gehoor gemeten. Beide groepen lieten in het toonaudiogram een gehoorverlies zien, maar de bekende “lawaaidip” bij 4 kHz was er niet bij de dragers van oordoppen. Ook werden minder luide OAE's gemeten bij mensen die zonder oordoppen de concerten hadden beluisterd ten opzichte van hun OAE's vooraf. Bij dragers van oordoppen was dit verschil er niet. Oordoppen hebben effect, maar voorkomen niet alle gehoorschade bij lawaai De bezoekers kregen ook vragen over oorsuizen voor en na het concert. Van de bezoekers zonder oordoppen vertelde 38% na het concert oorsuizen te hebben tegenover 12% van de bezoekers met oordoppen. Al met al dus duidelijke aanwijzingen dat oordoppen effect hebben, maar dat ze niet alle schade voorkomen. 

Tinnitus en gehoorbeschadiging

Bij tinnitus is er sprake van een afwijkende rustactiviteit in de hersenen. Dat lijkt op compensatie van het ontbreken van prikkeling van het oor, een soort ‘fantoompijn’ bij het gehoor (zie ook het verhaal van Mascha Linszen hierna ). Uit onderzoek met proefdieren is gebleken dat gehoorschade door lawaai leidt tot verhoging van neurale activiteit in het brein. Als tinnitus een relatie heeft met verminderd gehoor, verdwijnt het dan weer als je het gehoor herstelt? Deze vraag was aan de orde in een onderzoek naar tinnitusperceptie bij patiënten met een cochleair implantaat (CI). Tinnitus kan bij plaatsen CI verminderen, verdwijnen of juist toenemen Na plaatsing van een CI zegt ruim 50% van de patiënten dat de tinnitus afneemt en een klein deel zelfs dat het helemaal verdwijnt. Echter, een bijna even groot deel zegt dat het oorsuizen is toegenomen. Of dat het is ontstaan door het CI. Het is dus van groot belang kandidaten voor een CI vooraf goed te informeren over de mogelijke gevolgen van een operatie.

Van Dijk vertelde ook over een opvallend verschijnsel: kijkrichting kan de mate van tinnitus beïnvloeden. Dat oogbeweging gekoppeld lijkt te zijn aan oorsuizen was het resultaat van onderzoek bij patiënten die geopereerd zijn aan een brughoektumor. Het vermoeden is dat dit komt door de manier van opereren van de tumor, waarbij de flocculus wordt aangetast. De flocculus is een deel van de hersenstam dat zeer dicht op de gehoorzenuw ligt en betrokken is bij het aansturen van oogbewegingen en stabiliseren van de blikrichting (zodat er bijvoorbeeld geen schokkerig beeld ontstaat als je loopt). Afname van het volume van de flocculus door beschadiging, atrofie of verdrukking door een tumor blijkt gecorreleerd te zijn met de ervaren tinnitus. De flocculus is dus niet een bron van tinnitus, maar speelt wel een rol bij het kunnen veranderen van luidheid en toonhoogte door middel van oogbewegingen. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen in hoeverre deze informatie relevant is voor therapie, bijvoorbeeld met elektrische stimulatie.

Hallucinaties bij gehoorverlies

Soms horen mensen geluiden die er in werkelijkheid niet zijn. Arts-onderzoeker Psychiatrie op het UMCU dr. Mascha Linszen hield een verhaal over hallucinaties bij gehoorverlies. Ze vertelde over een gepensioneerde slechthorende componist, die zich met een vreemde klacht meldde in het ziekenhuis. Hij hoorde spontaan muziek die hij zelf gecomponeerd had, maar buiten zijn gezin nooit elders was uitgevoerd. Hij hoorde het in een volledige orkestratie en ging op zoek naar de bron. Hij kwam erachter dat het uit zijn eigen hoofd kwam en er sprake was van een complexe hallucinatie.

Zulke hallucinaties blijken vaker voor te komen bij mensen met een gehoorverlies en er zijn verschillende AC’s die dergelijke verhalen van patiënten kennen. Kun je meer geluiden horen als je juist minder hoort? Onze waarneming bestaat normaal uit informatie uit de buitenwereld (geluid) en de aanvulling die de hersenen daarop geven, op basis van eerdere ervaringen. Dat er ook een geluidservaring kan zijn zonder informatie uit de buitenwereld, zien we bij andere zintuigen, bijvoorbeeld fantoompijn of het syndroom van Charles Bonnet, wat bij visuele beperkingen voorkomt.

Linszen en Van Zanten onderzochten het verband tussen hallucinaties en (mate van) gehoorverlies bij ruim 800 slechthorenden. Het ging om betekenisvolle geluiden van een hoge kwaliteit zodat je werkelijk een reële bron verwacht. Bij deze ervaringen zijn hallucinaties onderscheiden van tinnitus, wat een betekenisloos geluid is. (Tinnitus lijkt overigens wel vaker voor te komen in de groep met hallucinatoire ervaringen.) hoe ernstiger het gehoorverlies, hoe vaker auditieve hallucinaties voorkomen: 24% van de ernstig slechthorenden rapporteert ze Het blijkt dat hoe ernstiger het gehoorverlies is, des te vaker er ervaringen met hallucinaties zijn. Dit kon oplopen tot 24% van de ernstig slechthorenden die hallucinaties rapporteerden. Een derde van de groep ondervraagden die hallucinaties meldden hoort muziek, de helft hoort stemmen, sommigen ook dierengeluiden. In bepaalde situaties kunnen deze hallucinaties erg storend zijn.

Het idee is dat onze auditieve hersengebieden ervoor zijn gemaakt om een continue stroom van informatie te verwerken. Op het moment dat die informatie minder wordt, gaan hersengebieden compenseren; ze worden zo gevoelig dat ze informatie uit de hersenen zelf oppikken (deafferentiatie) in plaats van alleen maar van buitenaf. Omdat de aanvulling in de hersenen is gebaseerd op eerdere ervaringen is de veronderstelling dat verworven gehoorverlies meer hallucinaties met zich meebrengt dan aangeboren gehoorverlies.

Het feit dat er een belangrijke relatie is tussen gehoorverlies en hallucinaties heeft geleid tot samenwerking tussen de afdelingen psychiatrie en audiologie/KNO. Het is van belang om het optreden van hallucinaties uit de taboesfeer te halen en ervaringen bespreekbaar te maken, zodat de patiënt weet dat de hallucinatie met het gehoorverlies te maken kan hebben. Behandeling van hallucinaties door gehoorverlies wordt nu gezien als een veelbelovende methode die het waard is om verder te onderzoeken.

Foto: Rob Drullman

Bert van Zanten

Dr. G.A. (Bert) van Zanten behaalde in 1976 zijn doctoraal examen in de experimentele fysica aan de Universiteit Utrecht, alwaar hij van 1977 tot 1981 promotieonderzoek deed. Van 1981 tot 2003 werkte hij als klinisch-fysicus audioloog aan het Erasmus MC in Rotterdam. In deeltijd werkte hij verder aan zijn proefschrift dat hij in december 1987 aan de Universiteit Utrecht verdedigde: "The Detection of Temporal and Spectral Modulations of Sound by the Ear." Eind 2002 kreeg Van Zanten een aanstelling bij het UMC Utrecht, waar hij hoofd van het Audiologisch Centrum werd. Van Zanten is tot zijn pensioen in juni 2017 zowel klinisch als wetenschappelijk actief geweest, begeleidde promovendi en gaf onderwijs aan studenten in het HBO, WO en aan medisch specialisten in opleiding. Hij bekleedde functies in bestuur en beleidsvorming bij beroepsverenigingen binnen de audiologie, de klinische fysica en de kno-heelkunde. Bert van Zanten heeft na zijn pensionering het audiologische werkveld niet helemaal verlaten; zo blijft hij onder andere als redacteur van het Leerboek Audiologie actief.

Literatuur

Linszen, M.M.J., Van Zanten, G.A., Teunisse, R.J., Brouwer, R.M., Scheltens, P., Sommer, I.E. (2018). Auditory hallucinations in adults with hearing impairment: a large prevalence study. Psychol. Med. 20, 1-8.

Presentatie Mascha Linszen voor de Universiteit van Nederland: YouTube

L.M., Van Dijk J.M.C., Van der Laan, B.F.A.M., Metzemaekers, J.D.M., Van Laar, P.J., Van Dijk, P. (2018). The relation between flocculus volume and tinnitus after cerebellopontine angle tumor surgery. Hear. Res. 361, 113-120.

Ramakers, G.G., Kraaijenga, V.J, Cattani, G., Van Zanten, G.A., Grolman, W. (2016). Effectiveness of earplugs in preventing recreational noise-induced hearing loss: A randomized clinical trial. JAMA Otolaryngol. Head Neck Surg. 142 (6), 551-558.