Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
Natuurlijk Communiceren: Kennis en vaardigheden voor ouders van jonge kinderen met een gehoorverlies
  • Artikel
  • Doof
  • Interventie
  • Ouders
  • Slechthorend

Natuurlijk Communiceren: Kennis en vaardigheden voor ouders van jonge kinderen met een gehoorverlies

12 augustus 2017 - Leestijd 15 - 20 minuten
Binnen de NSDSK-Vroegbehandeling doof/slechthorend is de module Natuurlijk Communiceren ontwikkeld. In deze module worden ouders op een gestandaardiseerde manier geïnformeerd over verschillende onderwerpen rondom het gehoorverlies van hun kind. Daarnaast krijgen zij vaardigheden aangereikt om de ontwikkeling van hun kind te stimuleren, waarbij aangesloten wordt op de gevolgen van een gehoorverlies voor de ontwikkeling van een kind. Natuurlijk Communiceren bestaat uit twee modules voor ouders van jonge kinderen met een gehoorverlies. De eerste module wordt aangeboden bij de start van de vroegbehandeling en de tweede module wanneer het kind tussen de één en tweeëneenhalf jaar oud is. In dit artikel gaan we in op de achtergrond, werkwijze en inhoud van Natuurlijk communiceren. Daarnaast komen de ervaringen van ouders en professionals aan bod.
  • Rosanne van der Zee
  • Evelien Dirks
  • Maaike van Dijk
  • Yvette Hijmans
page.header_image.alt

Achtergrond

In Nederland komen kinderen met een gehoorverlies van minimaal 40 dB in aanmerking voor vroegbehandeling. Deze behandeling is gericht op het kind, de ouders en de directe omgeving van het kind. Belangrijk is dat deze behandeling in eerste instantie vooral in de thuisomgeving plaatsvindt, zodat goed aangesloten kan worden bij de dagelijkse ervaringen en belevingen van ouders en kinderen. De behandeling bestaat uit psycho-educatie rondom gehoorverlies en het verrijken van oudervaardigheden om de ontwikkeling van kinderen met een gehoorverlies te stimuleren. Later in het zorgtraject maken ook oudercursussen, groepsbehandeling en logopedie  onderdeel uit van het behandelaanbod, zowel thuis als op diverse zorglocaties. Gedurende het gehele zorgtraject is een gezinsbegeleider, meestal een gedragswetenschapper of logopedist, aan het gezin verbonden die frequent op huisbezoek gaat. Tijdens deze huisbezoeken staan de ouder-kindinteractie, hoorhulpmiddelen, gebaren, taal, spel en gedrag centraal. Daarbij is veel aandacht voor vragen van ouders rondom het gehoorverlies.  

In de eerste huisbezoeken, die vaak al starten in de eerste levensmaanden van het kind, hebben ouders veel vragen over het gehoorverlies en de ontwikkeling van hun kind.  In deze periode krijgen ouders dan ook veel informatie en adviezen aangeboden. Vanuit de professionals was er behoefte om dit op een gestandaardiseerde wijze aan ouders aan te kunnen bieden, waarbij tegelijkertijd aangesloten kan worden bij vragen die ouders hebben. Het is namelijk belangrijk dat ouders zelf regie hebben over het moment waarop bepaalde onderwerpen aan bod komen. Wanneer de behandeling aansluit op de behoeften van ouders zal het effect ervan ook groter zijn.  Om aan deze wensen te voldoen, zijn we gestart met de ontwikkeling van Natuurlijk Communiceren 1.  Hierbij is  geprobeerd zoveel mogelijk aan te sluiten bij de best-practice principes uit de internationale richtlijn voor vroegbehandeling voor dove en slechthorende kinderen (Moeller et al., 2013).

 

Foto: NSDSK/Sietske Raaijmakers

Een multidisciplinaire werkgroep bestaande uit logopedisten, gedragswetenschappers,  onderzoekers, een klinisch linguïst en een dove gebarendocent is hiermee aan de slag gegaan. De professionals hadden veel kennis paraat, maar er was nog weinig goed beschreven en theoretisch onderbouwd.  In eerste instantie werd geïnventariseerd welke onderwerpen vaak aan bod kwamen tijdens de eerste huisbezoeken. Zo werd duidelijk welke informatie in de beginfase van belang is en geborgd diende te worden in Natuurlijk Communiceren. Uiteindelijk waren er drie hoofdthema’s te onderscheiden: Horen, Zichtbaar en Taal. Er is bewust voor gekozen om het aantal onderwerpen enigszins te beperken, zodat het voor ouders te overzien is.

Vervolgens is per thema bekeken welke informatie en praktische adviezen opgenomen moesten worden. Hierbij is zowel gebruik gemaakt van ervaringen en kennis van professionals als van recente wetenschappelijke literatuur. Er is voor gekozen de informatie en adviezen weer te geven op kaarten, waarbij ouders per keer een keuze kunnen maken uit een aantal kaarten. Dit maakt het mogelijk om de onderwerpen te behandelen die op dat moment aansluiten bij de behoeften van ouders. Er is dan ook geen vastomlijnde volgorde waarin de kaarten aan bod komen, de keuze van ouders is hierin bepalend.  

Natuurlijk Communiceren helpt ouders wegwijs te worden in alle informatie en adviezen rondom het gehoorverlies van hun kind Naast het geven van informatie rondom het gehoorverlies is het van belang om de vaardigheden van ouders te bevorderen. Ouders doen van nature heel veel goed in de dagelijkse interacties met hun kind, wat een mooi aanknopingspunt is voor de behandeling. Aan de hand van de informatie op de kaarten van Natuurlijk Communiceren kunnen gezinsbegeleiders direct inhaken op de interactie tussen ouder en kind tijdens de huisbezoeken. De gezinsbegeleider koppelt hierbij de gegeven informatie aan het bestaande contactmoment tussen ouder en kind. Hierbij wordt gebruik gemaakt van positieve (video)feedbacktechnieken.

Na een pilotfase van Natuurlijk Communiceren 1 hebben we deze module geïmplementeerd. Vervolgens zijn we gestart met de ontwikkeling van Natuurlijk Communiceren 2. Recent zijn beide modules volledig herzien op basis van de ervaringen van professionals en ouders.

Foto: NSDSK/Sietske Raaijmakers

Inhoud

Het doel van Natuurlijk Communiceren is het bieden van psycho-educatie aan ouders over diverse onderwerpen, gerelateerd aan het gehoorverlies van jonge kinderen. Eveneens heeft Natuurlijk Communiceren tot doel om ouders te laten beschikken over vaardigheden waarmee zij de ontwikkeling van hun dove of slechthorende kind kunnen stimuleren tijdens natuurlijke momenten van interactie.

Ouders vinden het prettig dat zij op de informatiebladen alles nog eens rustig kunnen doorlezenNatuurlijk Communiceren 1

Deze eerste module wordt ingezet bij de start van de gezinsbegeleiding, vaak als het kind tussen de drie en zes maanden oud is. Aan de hand van de kaarten werkt de gezinsbegeleider met ouders de verschillende thema’s uit, zie tabel 1 voor een overzicht van de thema’s en onderwerpen.  Naast de thema’s Horen, Taal en Zichtbaar is er bij de herziening een vierde thema ‘Auditieve Neuropathie’ toegevoegd, maar dit thema wordt alleen ingezet indien er sprake is van auditieve neuropathie.

Tabel 1 Overzicht kaarten Natuurlijk Communiceren 1

Binnen het thema ‘Horen’ is er aandacht voor de werking van het oor, hoortoestelgewenning, diverse hoorhulpmiddelen en er wordt stilgestaan bij de belangrijke invloed die geluiden hebben op het dagelijks leven. Het thema ‘Taal’ richt zich met name op het belang van communiceren en de taalontwikkeling van kinderen van nul tot één jaar. Hierbij is zowel aandacht voor de verschillende stappen in de taalontwikkeling (Gillis & Schaerlaekens, 2000) als voor tips om deze te stimuleren, waarbij de Hanen-principes (Manolson, 1997) centraal staan. Bij het thema ‘Taal’ komen daarnaast onderwerpen als ‘meertaligheid’ en ‘het belang van gebaren’ aan bod. Het thema ‘Zichtbaar’ richt zich op de visuele communicatie tussen ouders en hun slechthorende/dove kind (Vaccari & Marschark, 1997), waarbij onder andere aandacht is voor het maken van oogcontact, de wijze waarop aandacht gevraagd kan worden van een kind met een gehoorverlies en voor het belang van visualiseren met behulp van lichaamstaal, mimiek, voorwerpen of foto’s. 

Elk onderwerp is uitgewerkt op een kaart, waarbij op de voorkant kort beschreven staat wat er aan bod komt. Op basis hiervan kunnen ouders bepalen of ze de kaart op dat moment willen behandelen. Op de achterkant van de kaart staat voor de behandelaar weergegeven wat er bij het onderwerp besproken en praktisch uitgevoerd kan worden. Bijvoorbeeld binnen het thema Horen is een van de onderwerpen ‘Wat hoort je kind?’. Hier kan de behandelaar bespreken dat horen niet hetzelfde is als verstaan. Daarnaast kan hij bij dit onderwerp met een decibelmeter illustreren wat de geluidsterkte is van verschillende geluiden op verschillende afstanden. Na het behandelen van het onderwerp krijgen ouders een informatieblad waarop zij hetgeen besproken is terug kunnen lezen. Op deze informatiebladen staat vermeld welke wetenschappelijke literatuur geraadpleegd is en soms worden boeken of websites genoemd waar ouders meer informatie kunnen vinden over het betreffende onderwerp. Dit informatieblad kunnen zij ook delen met hun directe omgeving, zodat ook andere betrokkenen deze kennis tot zich kunnen nemen.

De beschikbare informatie is ook te raadplegen door familie en vrienden, wat hen kan helpen in de ondersteuning van ouders

Naast de kaarten van de drie thema’s  zijn er nog kaarten over identiteitsontwikkeling (bezoek van een dove/slechthorende collega) en acceptatie (omgaan met reacties). In het kader van de identiteitsontwikkeling zal een dove/slechthorende  professional meegaan tijdens een van de  huisbezoeken. Ouders kunnen dan hun vragen stellen aan een ervaringsdeskundige en krijgen informatie over het belang van een rolmodel bij de ontwikkeling van de identiteit van hun kind. Aan de hand van de kaart ‘omgaan met reacties’ kan er ingegaan worden op de ervaringen van ouders. Hierbij wordt bijvoorbeeld gesproken over reacties van henzelf en anderen op het gehoorverlies van hun kind en in hoeverre zij steun vanuit hun omgeving ontvangen.

Foto: NSDSK/Sietske Raaijmakers

In de eerste vijf huisbezoeken worden per keer meestal drie onderwerpen besproken, dit beslaat ongeveer de helft van een huisbezoek. Juist in de beginperiode moet er immers voldoende tijd over blijven voor de eigen vragen en ervaringen van ouders. Om aan te kunnen sluiten op natuurlijke interactiemoment tussen ouder en kind worden de huisbezoeken in principe gepland op tijdstippen dat het kind wakker is. Tijdens de module Natuurlijk Communiceren 1 gaat de gezinsbegeleider frequent op huisbezoek, zodat de basisinformatie in een korte tijd aan ouders overgebracht kan worden. Daarnaast draagt dit bij aan de snelle opbouw van een vertrouwensband tussen de gezinsbegeleider en ouders.

Veel gezins­begeleiders zijn nu positief over de nieuwe werkwijze

Binnen Natuurlijk Communiceren 1 is veel aandacht voor het omgaan met hoortoestellen, het stimuleren van de beginnende  taalontwikkeling en het belang van visueel communiceren hierbij. Het inzetten van de module zorgt ervoor dat alle ouders dezelfde basisinformatie rondom het gehoorverlies van hun kind ontvangen. Voor professionals is dit ook prettig, omdat zij op deze manier weten dat alle onderwerpen aan bod komen. 

Natuurlijk Communiceren 2

Natuurlijk communiceren 2 is een vervolg op de eerste module en gericht op kinderen met een gehoorverlies in de leeftijd van één tot tweeëneenhalf jaar. Binnen deze module worden er wederom drie thema’s behandeld, namelijk Taal, Ontwikkeling en Ouder & Kind (zie tabel 2). Het thema ‘Taal’ richt zich, naast de nieuwe fases in de taalontwikkeling, op taaluitlokkende strategieën die ouders kunnen inzetten in de interactie met hun kind (Cruz et al., 2013). Daarnaast is er aandacht voor interactief voorlezen (Dirks & Wauters, 2015) en grapjes. Binnen het thema ‘Ontwikkeling’ worden informatie en adviezen gegeven over verschillende ontwikkelingsgebieden, zoals spelontwikkeling en emotionele ontwikkeling (De Vries et al., 2014). Identiteitsontwikkeling komt hierbij ook aan bod. In het thema ‘Ouder & kind’ staan de ouder-kindinteractie en het gezin centraal. Hierbij zijn sensitiviteit en responsiviteit belangrijke aspecten (Pressman et al., 1999).

Tabel 2 Overzicht kaarten Natuurlijk Communiceren 2

De kaarten zijn ditmaal vormgegeven in een waaier. Op de waaier staan relevante onderwerpen die in deze nieuwe ontwikkelingsfase van het kind aan bod kunnen komen. Elk onderwerp biedt de mogelijkheid om adviezen te geven over het stimuleren van de ontwikkeling, rekening houdend met wat passend is voor het betreffende gezin.

Nieuwe gezins­begeleiders vinden de uniforme werkwijze heel prettig

Sommige onderwerpen zijn identiek aan onderwerpen uit de eerste module, de informatie is nu echter gericht op iets oudere kinderen. Dit geeft ouders de mogelijkheid om in deze nieuwe ontwikkelingsfase voort te bouwen op eerdere kennis en ervaringen. Andere onderwerpen zijn specifiek voor deze leeftijdsgroep, zoals zelfstandigheid. In Natuurlijk Communiceren 2 zijn onderwerpen opgenomen waar ouders veel vragen over hebben, zoals de taalontwikkeling (taal vanaf 1 jaar) en ouder-kindinteractie (leren in contact). Ook worden onderwerpen besproken die iets minder voor de hand liggen, bijvoorbeeld ‘grapjes’, waarbij aandacht is voor verschillende soorten grapjes en duidelijk wordt gemaakt dat grapjes veel plezier en zelfvertrouwen opleveren voor het kind.

Toekomst

Aangezien we regelmatig te maken hebben met meertalige gezinnen bekijken we de mogelijkheid om de kaarten en informatiebladen te vertalen in enkele andere talen. Daarnaast zijn we ons aan het oriënteren op het ontwikkelen van een app, die de inzet van Natuurlijk Communiceren in de gezinnen kan ondersteunen. 

Natuurlijk Communiceren is ook in te zetten in de Vroegbehandeling van andere organisaties. Een volledig pakket met de kaarten en waaier voor gezinsbegeleiders en de informatiebladen voor ouders is aan te schaffen bij de NSDSK. Daarbij dient een training gevolgd te worden waarin gebruikers geschoold worden over de inhoud en werkwijze van Natuurlijk Communiceren.

Bron: NSDSK

Informatie over de auteurs

Rosanne van der Zee is linguïst en werkzaam als onderzoeker bij de afdeling Onderzoek & Ontwikkeling van de NSDSK.

Evelien Dirks is psycholoog en werkzaam als senior onderzoeker bij de afdeling Onderzoek & Ontwikkeling van de NSDSK.

Maaike van Dijk is orthopedagoog en werkzaam als gezinsbegeleider bij de afdeling Vroegbehandeling, unit doof/slechthorend  van de NSDSK.

Yvette Hijmans is orthopedagoog en werkzaam als gezinsbegeleider bij de afdeling Vroegbehandeling, unit doof/slechthorend  van de NSDSK. 

Literatuuroverzicht

  1. Cruz, I., Quittner, A.L., Marker, C., & DesJardin, J.L. (2013). Identification of effective strategies to promote language in deaf children with cochlear implants. Child development84(2), 543-559.
  2. De Vries, M. et al. (2014). Emotieweb. Cursusboek bij www.emotieweb.nl. NSDSK.
  3. Dirks, E., & Wauters, L. (2015). Enhancing Emergent Literacy in Preschool Deaf and Hard-of-Hearing Children Through Interactive Reading. Educating Deaf Learners: Creating a Global Evidence Base, 415.
  4. Gillis, S., & Schaerlaekens, A. (2000). Kindertaal-verwerving. Een handboek voor het Nederlands. Martinus Nijhoff.
  5. Manolson, A. (1997). Praten doe je met z’n tweeën. NIZW Uitgeverij.
  6. Moeller, M.P., Carr, G., Seaver, L., Stredler-Brown, A., & Holzinger, D. (2013). Best practices in family-centered early intervention for children who are deaf or hard of hearing: An international consensus statement. The Journal of Deaf Studies and Deaf Education18(4), 429-445.
  7. Vaccari, C., & Marschark, M. (1997). Communication between Parents and Deaf Children: Implications for Social-emotional Development. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 38(7), 793-801.