Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
Goed op weg met leeskilometers
  • Artikel
  • Doof
  • Lezen
  • Onderwijs
  • Slechthorend

Goed op weg met leeskilometers

15 oktober 2016 - Leestijd 15 - 20 minuten

Leren lezen is voor dove en slechthorende kinderen extra lastig. Daardoor hebben zij meer faalervaringen dan horende kinderen. Met de webapplicatie (Sprong Vooruit, 2010) Leeskilometers krijgen zij weer leesplezier, waardoor zij meer gaan lezen. In dit artikel wordt beschreven hoe Leeskilometers bevalt bij leerlingen en docenten, en wat de opbrengsten zijn.

  • Rena Eenshuistra
  • Inez Berends
  • Efua Campbel
page.header_image.alt

Foto: Peter Strating

Leren lezen is lastig als je niet (goed) hoort

Voor dove en slechthorende kinderen is leren lezen minder vanzelfsprekend dan voor hun horende leeftijdsgenoten (Goldin-Meadow & Mayberry, 2001; Levelt, 1997). Technisch leren lezen is voor horende kinderen gebaseerd op kennis die zij al hebben over de fonologie (klank) en betekenis (semantiek) van woorden. Eenvoudig gezegd, hoeven horende kinderen dan alleen nog de schrifttekens (orthografie) te leren en die te koppelen aan de klanken en betekenissen die zij al kennen. Een belangrijke basisvaardigheid die hierbij helpt is het kunnen onderscheiden van klanken binnen een woord (fonologisch bewustzijn). Het verkrijgen van fonologisch bewustzijn is veel lastiger voor dove of slechthorende kinderen, simpelweg omdat zij minder toegang hebben (gehad) tot het gesproken Nederlands (Boonen e.a., 2011; Harris & Beech, 1998). Daarnaast beschikken slechthorende en dove kinderen vaak over een kleinere woordenschat wanneer zij starten met leren lezen, doordat zij minder toegang hebben tot de Nederlandse taal (o.a. Coppens, 2011, 2012). Een beperkte woordenschat vormt een belemmering bij leren lezen, omdat aanvullend aandacht moet worden besteed aan het alsnog leren van de betekenis van woorden die de leerling probeert te lezen. Omdat leren lezen voor dove en slechthorende kinderen extra lastig is, doen zij hierbij vaker faalervaringen op en hebben zij vaker een lagere motivatie om op eigen initiatief te lezen dan horende kinderen. Dit heeft tot gevolg dat zij minder ‘leeskilometers’ maken en de leesachterstand verder toeneemt.

 

Leeskilometers

Om dove en slechthorende kinderen te ondersteunen bij het leren lezen, heeft Sprong Vooruit in 2010 de webapplicatie Leeskilometers ontwikkeld voor dove en slechthorende kinderen in de groepen 3 tot en met 8. Sprong Vooruit is een expertisegroep op het gebied van taal- en leesonderwijs en Culturele vorming en Identiteit voor Doven en Slechthorenden (CIDS). Sprong Vooruit is opgericht om voor het onderwijs aan dove en slechthorende leerlingen landelijke leerplannen, handleidingen en onderwijsondersteunende materialen te ontwikkelen op het gebied van taal, lezen en CIDS.

Omdat leren lezen voor dove en slechthorende kinderen extra lastig is, doen zij vaker faalervaringen op

Leeskilometers is in september 2012 in gebruik genomen. Met Leeskilometers kunnen dove en  slechthorende leerlingen oefenen met teksten die aansluiten bij hun leesniveau. Het idee achter Leeskilometers is dat de leerlingen door veel te lezen in een aantrekkelijke context dusdanig veel leesplezier beleven dat dit hun leesmotivatie vergroot en ze meer zelfstandig gaan lezen. Indien leerlingen meer zelfstandig lezen, is de kans groter dat zij vloeiender gaan lezen en dat hun leesprestaties uiteindelijk verbeteren (kijk hier voor een korte beschrijving van Leeskilometers).

 

Waarom onderzoek naar Leeskilometers?

Sinds 2012 wordt op alle acht basisscholen voor dove en slechthorende leerlingen Leeskilometers aangeboden. Vele leerlingen en leerkrachten hebben inmiddels met Leeskilometers gewerkt. De werkgroep Sprong Vooruit wilde graag weten wat in het algemeen de ervaringen van leerlingen en leerkrachten zijn met Leeskilometers, en meer specifiek of deze ervaringen ook bijdragen aan het leesplezier en de leesmotivatie.  Daarnaast wilde men ook graag in kaart gebracht hebben hoe gebruiksvriendelijk leerkrachten en leerlingen het programma vinden en welke verbeteringen  aangebracht zouden kunnen worden om het programma (nog) beter aan te laten sluiten bij de  behoeften van leerkrachten en leerlingen.

Foto: Peter Strating

Methode

Onderzoeksgroep

Alle acht scholen voor dove en slechthorende kinderen in Nederland hebben meegewerkt aan het onderzoek. Verspreid over de scholen, en verspreid over de groepen 3 t/m 8, hebben 143 leerlingen en 34 leerkrachten (semi-)online vragenlijsten ingevuld. Bij vier scholen is met zestien leerlingen en acht leerkrachten uitgebreider gesproken over hun ervaringen met Leeskilometers. Alle leerlingen en leerkrachten hebben in het schooljaar 2012-2013 en/of schooljaar 2013-2014 met Leeskilometers gewerkt.

 

Instrumenten en procedure

Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van verschillende informatiebronnen. Bij leerlingen en leerkrachten zijn (semi-)online vragenlijsten afgenomen en met een kleiner aantal leerlingen en leerkrachten zijn face-to-face interviews gehouden. Daarnaast is ook gebruik gemaakt van de (digitale) database waarin gegevens over de prestaties van leerlingen opgeslagen worden tijdens het oefenen met Leeskilometers

 

Semi-online vragenlijsten leerlingen

Om informatie te krijgen over de mening en gebruikerservaring van leerlingen met Leeskilometers is een korte semi-online vragenlijst ontwikkeld. Omdat dove en slechthorende leerlingen meer moeite hebben met lezen, is gekozen voor een papieren versie van de vragenlijst met een online-mogelijkheid voor de leerlingen om de invulinstructie en de vragen voor te laten lezen in Nederlandse Gebarentaal (NGT) of Nederlands met Gebaren (NmG).  In de vragenlijst is voor de verschillende activiteiten van Leeskilometers gevraagd of de leerlingen deze activiteiten moeilijk vonden, of zij ze leuk vonden en hoe vaak zij ze gedaan of bekeken hebben.

 

Interviews met leerlingen

Met zestien leerlingen zijn ook semi-gestructureerde interviews gehouden om de ervaringen van de leerlingen meer gedetailleerd in beeld te kunnen brengen. De nadruk lag in deze interviews op de ervaringen van de leerlingen op het gebied van gebruiksvriendelijkheid, kennis over de verschillende functies in Leeskilometers en de mate waarin leerlingen zich door het beloningssysteem gemotiveerd voelen. Waar mogelijk werden vragen ondersteund met visuele informatie  (bijv. met afbeeldingen van de verschillende soorten activiteiten, beloningen, etc.).

Voor het afnemen van de interviews is – wanneer dit nodig bleek – gebruik gemaakt van een NGT-tolk. In dat geval zijn de vragen opgelezen door de interviewer en vervolgens door de tolk getolkt. Leerlingen mochten antwoorden in het Nederlands en/of in NGT geven. De in NGT gegeven antwoorden werden door de tolk vertaald voor de interviewer. Er zijn 44 vragen gesteld. De interviews duurden gemiddeld een uur.

 

Online vragenlijsten leerkrachten

De online vragenlijst is ingevuld door 39 leerkrachten (van de 115 leerkrachten die Leeskilometers gebruiken). Uiteindelijk waren 36 vragenlijsten volledig bruikbaar. In de online vragenlijsten is vooral ingegaan op de gebruiksvriendelijkheid, de aansluiting bij de belevingswereld en het leesniveau van het kind, de mate waarin leerlingen zelfstandig kunnen werken met Leeskilometers, de toepassing van Leeskilometers in en buiten de klas en de opbrengsten van Leeskilometers. Er zijn 26 meerkeuzevragen gesteld.

 

Interviews leerkrachten

Met acht leerkrachten is een persoonlijk interview gehouden. Het doel hiervan was om de antwoorden uit de online vragenlijsten inhoudelijk toe te kunnen lichten en om vragen te stellen die moeilijk aan de hand van gesloten antwoordcategorieën te beantwoorden zijn. Er zijn 20 open vragen – met verschillende subvragen - gesteld. In de interviews is onder andere ingegaan op verschillende administratieve aspecten van de applicatie (zoals het instellen van het systeem, het aflezen van de resultaten en het bijstellen van de doelen), de wijze waarop leerkrachten Leeskilometers toepassen en integreren in het leesonderwijs en ideeën over hoe de opbrengst van de inzet van Leeskilometers kan worden verhoogd.

 

Database Leeskilometers

In Leeskilometers wordt per leerling voor drie activiteiten  – Flitsen, Quiz en Woordenschat – bijgehouden op welke datum de activiteit is uitgevoerd, wat het resultaat is dat de leerling behaald heeft op deze activiteit (weergegeven in percentages), hoeveel muisklikken er nodig waren om tot dit resultaat te komen en hoe vaak de leerling de betreffende activiteit uit de themakast heeft uitgevoerd.

Een meerderheid van de leerlingen vindt het werken met Leeskilometers leuk (68%) en gemakkelijk (97%)

Deze kwantitatieve gegevens zijn gebruikt om uitspraken te doen over hoe vaak Leeskilometers gebruikt wordt en over de opbrengsten van Leeskilometers in termen van verbetering van de resultaten op de verschillende activiteiten. In de schooljaren 2012-2013 en 2013-2014 zijn van 287 leerlingen gegevens verzameld.

 

Analyses

Voor de analyse van de antwoorden van de online vragenlijsten en interviews is gebruik gemaakt van beschrijvende statistiek. Er is gekeken hoe de antwoorden verdeeld zijn, wat gemiddelden zijn en hoe vaak een bepaald antwoord is gegeven. Voor de analyse van de gegevens uit het databestand van Leeskilometers is gebruik gemaakt van beschrijvende en toetsende statistiek. Er is gekeken hoe vaak leerlingen Leeskilometers gebruiken en hoeveel zij vooruit gegaan zijn. De gebruikte afhankelijke variabelen zijn de resultaten (in percentages) en het aantal muisklikken dat nodig was om het resultaat te bereiken. Als onafhankelijke variabelen zijn groep, geslacht en sessienummer (1e keer oefenen versus 2e keer oefenen etc.) gebruikt. Gevonden effecten worden significant genoemd bij een significantieniveau α < 0.05. In alle analyses zijn de groepen 3 en 4, de groepen 5 en 6 en de groepen 7 en 8 samen genomen, omdat op de meeste scholen gewerkt wordt met deze combinatiegroepen.

Foto: Peter Strating

Resultaten en conclusie

Werken met Leeskilometers leidt tot resultaat!

Het onderzoek laat zien dat Leeskilometers een breed scala aan positieve effecten heeft. Een meerderheid van de leerlingen vindt het werken met Leeskilometers leuk (68%) en gemakkelijk (97%). Dit wordt beaamt door een groot deel van de leerkrachten (74%). Bovenal zegt de meerderheid van de geïnterviewde leerlingen (94%) dat zij door het werken met Leeskilometers vaker andere boekjes lezen en het ook leuker vinden om andere boekjes te lezen. De belangrijkste doelen van Leeskilometers worden dan ook behaald: leerlingen beleven leesplezier door met Leeskilometers te werken en de leesmotivatie lijkt verbeterd, omdat leerlingen vaker uit zichzelf – met plezier – ander leesmateriaal zijn gaan lezen.

Een belangrijke bevinding is ook dat de meeste leerlingen (77%) zeggen goed zelfstandig te kunnen werken met Leeskilometers en dat leerkrachten (79%) het programma eveneens als ‘goed’ beoordelen voor wat betreft de gebruiksvriendelijkheid.

79% van de leerkrachten beoordeelt het programma als ‘goed’ voor wat betreft de gebruiksvriendelijkheid

Alhoewel geen uitspraken gedaan kunnen worden over de mate waarin het algemeen leesniveau verbetert door het werken met Leeskilometers, laten kwantitatieve analyses zien dat de prestaties van leerlingen op de verschillende activiteiten uit Leeskilometers verbeteren. Hiermee wordt ook het secundaire doel van Leeskilometers (verbeteren leesvaardigheid) bereikt. Er is bewust gekozen om te starten met een voor het kind gemakkelijk beginniveau, omdat het doel van het programma is leesplezier te creëren en leesmotivatie te verbeteren. Een moeilijker beginniveau zou leerlingen meer kunnen ontmoedigen. Verbeteringen zijn daardoor in absolute zin soms wel klein doordat het kind op het makkelijke niveau op een relatief hoog beginniveau scoort, echter altijd significant. Dit betekent dat leerlingen, ondanks het feit dat maar een kleine marge voor verbetering aanwezig is, deze marge wel benutten. Dit is ook belangrijk voor de klinische significantie: doordat leerlingen de marge benutten en zien dat zij steeds iets moeilijker activiteiten goed doen, doen zij succeservaringen op,  wat bijdraagt aan het verhogen van de leesmotivatie. Niettemin kan men zich wel afvragen of de oefeningen niet té makkelijk zijn voor de kinderen. Het primaire doel van Leeskilometers is echter het creëren van leesplezier en het bevorderen van de leesmotivatie en dus niet per se gericht op het verbeteren van het technisch leesniveau.

Leerlingen doen steeds iets moeilijker activiteiten goed; deze succeservaringen dragen bij aan het verhogen van de leesmotivatie

Toch zijn er ook enkele aandachtspunten. Sommige leerkrachten zeggen dat zij af en toe moeite hebben met bepaalde administratieve handelingen in het programma. Daarnaast is voor een deel van de leerlingen het beloningssysteem niet helemaal duidelijk. Bovendien zegt een deel van de voornamelijk oudere leerlingen dat ze de teksten inhoudelijk niet altijd leuk vinden. Een mogelijke verklaring voor deze laatste bevinding is dat sommige oudere leerlingen vanwege een leerachterstand  op een lager leesniveau lezen, dat qua thema’s meer afgestemd is op de belevingswereld van jongere leerlingen.

 

Succesfactoren

Het oefenen op de computer blijkt een grote succesfactor. Meer dan de helft van de leerlingen vindt het leuker om lezen te oefenen met Leeskilometers dan lezen te oefenen met boekjes. Ook het gebruiksgemak is voor leerlingen een succesfactor. Leerlingen kunnen gemakkelijk zelfstandig met het programma overweg, waardoor de drempel om te oefenen laag is en zij – zonder inmenging van de leerkracht – veel verschillende soorten leesactiviteiten kunnen exploreren en uitvoeren. Tot slot blijkt Leeskilometers succesvol, omdat de themakasten volgens bijna driekwart van de leerkrachten en volgens de meeste – vooral jongere – leerlingen aansluiten bij hun belevingswereld.

 

Aanbevelingen

Uit het onderzoek blijkt dat de kwaliteit van Leeskilometers nog verder geoptimaliseerd kan worden door enkele aanpassingen aan het programma te doen:

  • Een formeel (extra) instructiemoment kan leerkrachten beter bekend maken met de verschillende administratieve mogelijkheden van het programma.
  • Aanvullend, willen leerkrachten ook meer vrijheid bij een aantal administratieve handelingen. Met name bij het toekennen van activiteiten en het genereren van prestatie-overzichten op maat.
  • Om oudere leerlingen beter te kunnen bedienen, kunnen simpeler leesteksten toegevoegd worden die meer aansluiten op hun belevingswereld.
  • Beloningen en feedback kunnen meer opvallend in beeld gebracht worden.

 

Kortom

De bevindingen uit het onderzoek tonen aan dat Leeskilometers een aanvullende nuttige maar daarnaast ook leuke bijdrage aan het leesonderwijs voor dove en slechthorende leerlingen levert. De leerlingen vinden het programma leuk, de activiteiten zijn makkelijk genoeg om motiverend te zijn en het programma leidt tot de gewenste resultaten.

 

Het complete rapport is op te vragen via de website van SprongVooruit.

Literatuuroverzicht

  1. Boonen K., Van Nieuwenhuyze L., Van Tichelt K., De Raeve L., & De Sloovere, M. (2011), Fonologisch bewustzijn bij slechthorende en dove kinderen: verband met mondelinge taalvaardigheid en technisch lezen. Logopedie en Foniatrie, 5, 148-153.
  2. Coppens, K.M., Tellings, A., Verhoeven, L., & Schreuder, R. (2011). Depth of reading vocabulary in hearing and hearing-impaired children. Reading and Writing 24 (4), 463–477.
  3. Coppens, K.M., Tellings, A., Veld, W. van der, & Verhoeven, L. (2012). Vocabulary development in children with hearing loss: The role of child, family, and educational variables. Research in developmental disabilities. 33(1), 119–128.
  4. Goldin-Meadow, S., & Mayberry, R. I. (2001). How do profoundly deaf children learn to read? Learning Disabilities. Research and Practice, 16, 222–229.
  5. Harris, M., & Beech, J. R. (1998). Implicit phonological awareness and early reading development in prelingually deaf children. Journal of Deaf Studies and Deaf education, 3, 205–216.
  6. Levelt, W. J. M. (1997). Kunnen lezen is ongewoon voor horenden en doven. Tijdschrift voor Jeugdgezondheidszorg, 29(2), 22-25.