Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
Elma Blom ontkracht mythes over taalontwikkeling in haar oratie
  • Nieuws
  • Meertaligheid
  • Ouders
  • Participatie
  • Taal
  • TOS

Elma Blom ontkracht mythes over taalontwikkeling in haar oratie

11 april 2019 - Leestijd 3 - 5 minuten

Professor Elma Blom aanvaardde op 11 januari 2019 haar leerstoel aan de Universiteit Utrecht. In haar oratie ontkracht zij twee hardnekkige mythes over taalontwikkeling. “Velen denken dat kinderen volautomatische taalsponzen zijn. Dat is niet waar. Ook wordt vaak gedacht dat meertaligheid een probleem is voor kinderen. Andermaal onjuist.”

  • Nic van Son
page.header_image.alt

Foto: Di Lewis

In februari 2018 werd prof.dr. Elma Blom benoemd tot hoogleraar aan de faculteit der Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht, met als leeropdracht Language development and multilingualism in family and educational contexts. Op 11 januari 2019 heeft zij officieel haar leerstoel aanvaard door het uitspreken van haar oratie, getiteld “Wat iedereen moet weten over de taalontwikkeling van kinderen in een diverse samenleving”. Daarin bestrijdt ze, op basis van de nieuwste inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, de mythe over het kind als taalspons en de stelling dat meertaligheid wel tot taalproblemen moet leiden.

Het beeld van het kind als taalspons stelt ze bij door te wijzen op de 7% vijfjarigen die een hardnekkige TOS heeft: “Voor hen is taalleren, zonder dat daar een duidelijke aanwijsbare oorzaak voor is, extreem moeilijk.” Ook de stellling dat een meertalige opvoeding welhaast móet leiden tot een taalachterstand, haalt zij onderuit. Weliswaar zijn de resultaten uit wetenschappelijke studies soms lastig te interpreteren, maar het is voor haar evident dat de nieuwste inzichten laten zien dat niet meertaligheid het probleem is, maar het tekort aan taalaanbod: “Taalaanbod is bepalend voor de mate waarin kinderen een taal leren. Niet meertaligheid, maar minder taalaanbod leidt ertoe dat meertalige kinderen in één taal minder taalvaardig kunnen zijn dan hun eentalige leeftijdsgenootjes.”