Ga naar hoofdcontent Ga naar de hoofdnavigatie
ASHA convention Focus on the BIG PICTURE
  • Reportage
  • Doof
  • Passend Onderwijs
  • Slechthorend
  • TOS

ASHA convention Focus on the BIG PICTURE

16 april 2018 - Leestijd 7 - 10 minuten

Dit jaar was het thema van de jaarlijkse ASHA convention ‘Focus on the BIG PICTURE’. Het was geen gemakkelijke taak om het grote plaatje te zien op dit congres dat zo’n 3100 presentaties, workshops en seminars op het gebied van taal en gehoor telde. Ruim 14000 logopedisten, spraaktaalpathologen, audiologen, spraak-, taal- en gehoorwetenschappers en studenten van over de hele wereld wisselden kennis en ervaring uit van 9-11 november in Los Angeles.

  • Renate van den Berg
page.header_image.alt

'Ambulant support staff’?

Tijdens dit congres ging ik op zoek naar het grote plaatje over hoe ‘passend onderwijs’ voor kinderen met taal-, spraak- en/of gehoorproblemen door internationale collega’s in praktijk wordt gebracht. Mijn collega en ik vertelden tijdens onze presentatie over de toekenning van onderwijsarrangementen aan leerlingen met extra behoeften op het gebied van spraak, taal en/of gehoor. Welke afwegingen maken we in Nederland om leerlingen naar ofwel speciaal onderwijs ofwel regulier onderwijs met een arrangement cluster 2 te laten gaan? Hoe verloopt de samenwerking tussen leerkrachten, logopedist en ambulant dienstverleners op scholen? En wat houdt een onderwijsarrangement met ambulante dienstverlening op regulier onderwijs eigenlijk in? Al snel bleek dat de functie van ‘ambulant support staff’ (ambulant dienstverlener) onbekend is in de Verenigde Staten. Menig internationale collega hebben we verteld over wat een ambulant dienstverlener doet. Een logopediste uit South-Carolina vertelde dat vanwege de grote afstanden tussen plattelandsgebieden en steden in haar staat een taak als ambulant dienstverlener ondenkbaar is. Om de leerlingen met extra behoeften op spraak en taal toch te kunnen bereiken werken er op veel reguliere scholen logopedisten. 

Samenwerking tussen professionals

De Amerikaanse regering ontwikkelde verschillende wetgevingen zoals No Child Left Behind Act (2001) en de Every Student Succeeds Act (2015). Deze wetten streven, net als de Nederlandse Wet op Passend onderwijs (ingevoerd in 2014), na dat leerlingen met extra behoeften zonder beperkingen toegang hebben tot onderwijs in de (nabije) omgeving. Het bieden van inclusief onderwijs vraagt om samenwerking tussen leerkrachten en specialisten. Inclusief onderwijs bieden vraagt om samenwerking tussen leerkrachten en specialisten en die is niet altijd vanzelfsprekend Danielle Shore, verbonden aan Lynwood Unified School District in Californië, concludeerde dat deze samenwerking niet vanzelfsprekend is. Zij onderzocht en beschreef de belemmeringen die een goede samenwerking in de onderwijssetting soms in de weg staan. Shore noemt de persoonlijke houding van samenwerkingspartners, tijdsbeperkingen, grootte van de caseload, toegankelijkheid van de klaslokalen en het ontbreken van administratieve ondersteuning als factoren die van invloed zijn op de samenwerking. Haar kwalitatieve studie geeft inzicht in wat volgens leerkrachten en logopedisten bijdraagt om een toekomstige samenwerking te verbeteren. Eigenschappen en vaardigheden zoals een open houding, open staan voor constructieve feedback, samenwerken aan doelen, het grote plaatje zien van het succes van de leerling, een positieve schoolcultuur en administratieve ondersteuning dragen bij aan een goede samenwerking. 

Doelgerichte ondersteuning

Ook Jean Blosser, directeur van Creative Strategies for Special Education, vindt een goede samenwerking en relatie tussen logopedisten en leerkrachten onontbeerlijk. Blosser’s  presentatie “10 collaboration tools you can use right away” bood professionals handvatten voor het opzetten van doelgerichte ondersteuning binnen scholen. Hoe zorg je dat 45 minuten begeleiding ook echt effectief zijn? Haar tien handvatten zetten aan tot gesprek, laten kennis toenemen, zorgen dat data en informatie worden verzameld, leren de betrokkenen nieuwe vaardigheden en laten betrokkenheid toenemen. De leerkracht raakt betrokken bij de leerling wanneer je hem concrete tips geeft die toepasbaar zijn in het dagelijks handelen Een belangrijke voorwaarde tot succes volgens Blosser is inzetten op een betekenisvolle relatie met al de specialisten en betrokkenen rondom de leerling. Het is bijvoorbeeld belangrijk uit te zoeken wat de leerkracht weet over de communicatieve problemen van de leerling, hoe het de leerontwikkeling beïnvloedt en welke strategieën de leerling vooruit helpen. Dit draagt bij aan het begrip van welke belangrijke rol zij vervullen voor de leerling. Blosser benadrukt ook het belang van het hebben van een algemeen beeld van de schoolcultuur. Dit geeft je een idee over of de school openstaat voor samenwerking en in welke mate. Ze raadt af om factsheets te overhandigen aan de leerkrachten van leerlingen met extra behoeften. Zo’n sheet belandt uit het zicht, in een lade en het doel wordt gemist. Wat volgens Blosser wel helpt om de leerkracht betrokken te maken bij wat hij of zij kan doen voor de leerling is het geven van concrete tips, toepasbaar in het dagelijks handelen. Tenslotte kan een vragenlijst voor de leerling inzicht geven in de gevoelens over en voorkeuren en aanbevelingen voor de begeleiding die ze krijgen in hun spraak- en taalontwikkeling. De vragenlijst biedt een aanknopingspunt om de motivatie en verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces bij de leerling te stimuleren. Blosser gaf tijdens haar presentatie veel voorbeelden van evaluatieformulieren en vragenlijsten die zij en haar collega’s in de afgelopen jaren ontwikkelden.

Foto: American Speech-Language-Hearing Association
Sluit

Inclusief regulier onderwijs

Een voorbeeld van inclusief onderwijs kwam van Ali Steers, logopediste in Los Angeles, op het Chime Institute. Dit schoolinstituut is bekend om het model van inclusief onderwijs dat zij hanteren. De populatie van hun school representeert de demografie van de omliggende omgeving. Kinderen met speciale behoeften (20%), kinderen die zich normaal ontwikkelen en begaafde kinderen volgen binnen dezelfde klas onderwijs (80%). Elke klas wordt onderwezen in de vorm van co-teaching door een leerkracht speciaal onderwijs en een leerkracht voor regulier onderwijs. Extra ondersteuning van de leerkracht en begeleiding van leerlingen vindt altijd binnen de klas plaats, omdat verwacht wordt dat deze leerlingen daar tot leren komen. Leerlingen met extra behoeften worden zo minder geïsoleerd van leeftijdsgenoten en krijgen niet automatisch een stigma ‘anders’. Het team werkzaam op Chime instituut werkt naar het doel: toename van participatie van een leerling binnen zijn/haar algemene onderwijssetting (Giangreco, Prelock, Reid, Dennis, & Edelman, 2000). 

Onderwijs voor professionals

Het verbeteren van de kwaliteit van het taalgebruik van professionals, hoe doe je dat?  Casey O’Keefe en collega’s van de University of Wisconsin presenteerden hun project over taalgebruik van professionals die met jonge kinderen werken. Zowel logopedisten als leerkrachten uit regulier en speciaal onderwijs volgden seminars over taalontwikkeling en beginnende geletterdheid. Het is gebruikelijk binnen kleuterklassen om thema’s die al tientallen jaren worden aangeboden te blijven gebruiken. In één van de seminars leerden de professionals om na te denken over thema’s die buiten deze kaders gaan. Ook leerden ze een persoonlijk verhaal vertellen bij een thema om een wederzijds gesprek op gang te brengen in plaats van een typisch vraag-antwoord format in te zetten. Na het volgen van de seminars was de taak om het eigen taalgebruik in de klassensituatie te analyseren door een video-opname en transcriptie. Leerkrachten zich bewust maken van hun eigen taalgebruik werkt positief voor leerkrachten én hun leerlingen Voor veel deelnemers bleek dit een enorme eyeopener waardoor ze inzicht kregen in wat een subtiele verandering in je eigen taalgebruik teweeg kan brengen. De professionals kregen gericht feedback op hun gebruik van bijvoorbeeld pauzes, stiltes en grammatica. Naderhand is geëvalueerd of er een verandering teweeg was gebracht in hun eigen taalgebruik en dat van de kinderen in de klas. Hoewel de onderzoekers de gegevens nog verder analyseren, vertelden zij over een positieve verandering bij de professionals én bij de kinderen. Leerkrachten ervaren nu meer dan voor de deelname aan de seminars dat de leerlingen de taal van de leerkracht gebruiken om taal verder te ontwikkelen. 

Het grote plaatje?

Al met al gaf ASHA ons een inkijk in hoe het (passend) onderwijs vorm krijgt aan de andere kant van de oceaan. Het werd al snel duidelijk dat men in de Verenigde Staten voor loopt op Nederland in het vormgeven aan inclusief onderwijs op reguliere scholen. Er werd tijdens de bovenstaande presentaties echter niet gesproken over speciale scholen zoals we die in Nederland hebben voor leerlingen met TOS of slechthorende/dove leerlingen. Voor dove leerlingen bestaan deze overigens wel. Vooralsnog lijkt het dat in Amerika kinderen met TOS voornamelijk op reguliere scholen onderwijs volgen. Ambulant dienstverleners komen hier niet aan te pas, maar een sleutelrol voor geslaagde begeleiding is weggelegd voor samenwerking tussen leerkracht en logopedisten. We kregen inzicht in zowel de belemmerende factoren als de succesfactoren voor samenwerking tussen professionals die werken met leerlingen met extra onderwijsbehoeften op gebied van spraak, taal (en/of gehoor). Bovendien was het inspirerend om ervaringen en initiatieven van collega’s te horen zoals het project over taalgebruik van professionals die met jonge kinderen werken. Het grote plaatje was soms moeilijk te overzien tijdens drie dagen congres. Desalniettemin heeft het mijn eigen samenwerking rondom leerlingen een waardevolle impuls gegeven. Ik merk bijvoorbeeld dat ik bewuster het gesprek aanga met de leerkracht over wat hij of zij nodig heeft om de leerling passend te kunnen begeleiden en ik laat mijn A4-tjes met handelingsgerichte adviezen (meestal) achterwege. Soms zit het hem juist in de kleine dingen in plaats van in het grote plaatje.

Over de auteur

Renate van den Berg studeerde Taal- en cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht. Ze promoveerde aan de Universiteit Antwerpen in 2012. Momenteel werkt ze als spraak- en taaldeskundige bij Auris voor het aanmeldpunt Zeeland & Noord-Brabant en de ambulante dienstverlening Goes.